Blog Image

KLEINSCHEEPS

Spannend wandelen (2)

Honden Posted on Mon, May 25, 2020 07:56:08

Van het Total station aan de Weg naar Eme naar de stoplichten aan de Den Elterweg liggen fietspad en voetpad broederlijk naast elkaar. Bommel en ik maken in deze tijden van Corona afwisselend van beide gebruik. Ik dicht mezelf het talent toe al van enige afstand te kunnen waarnemen of een tegenligger tot gepaste afstand bereid is. Als ik gebrek aan distantie vermoed, gaan wij aan de linkerkant van het fietspad lopen. Dat is wel altijd even uitkijken, want het kan soms druk zijn met fietsers, waarvan sommigen mij aankijken met een blik van “Wat moet jíj nou, er ligt toch ook een voetpad?”

Voor Bommel is het allemaal geen enkel probleem. Hij gaat gewoon mee. Tussen fietspad en autoweg ligt een brede berm. Aan mijn linkerkant begeleid ik hem door een stuk wilde natuur dat bestaat uit klaprozen, grassen, kruiden, eikenbomen en eikeltjes in verschillende stadia van ontbinding. Hij snuffelt er vrolijk op los met zijn mobiele onderzoekslaboratorium dat zijn enorme neus is. Als de persoon, die ik ontweken heb, is gepasseerd zoeken wij het voetpad weer op. Bommel vervolgt zijn biologische analyses in de rechterberm van het voetpad. Wat heb ik toch een flexibele hond. Zo nu en dan kraakt hij een eikeltje, een welkome aanvulling op zijn van huiswege verstrekte maaltijden.

Vlakbij is het ziekenhuis en verderop de oprit naar de Cortenoeverse brug. Er rijdt nogal eens een ambulance, een politieauto of soms zelfs een brandweerwagen met sirene. Daar moet Bommel niets van hebben. Het geluid is hem veel te verontrustend. Iedere eerste maandag van de maand beleef ik zijn verzet ook als de BB sirenes worden getest. Hij kijkt mij hulpeloos aan en laat zijn oogwit zien. Dat laatste is bij een hond een teken van opkomende boosheid. Hij blaft een paar keer nijdig en laat vervolgens een langdurig wolvengehuil horen. Hij kijkt passerende auto’s met sirene ongemakkelijk na. Het is echt aangrijpend om toe zien hoe ongemakkelijk hij zich voelt. Gemeente wagentjes met zwaailicht jagen hem ook schrik aan, maar sirenes zijn erger. Het geluid  gaat hem kennelijk door merg en been. Soms worden we ingehaald door een van het bureau komende politieauto met sirene, die vervolgens een stukje Den Elterweg neemt en dan de aanrijroute naar de Cortenoeverse brug op gaat. Dat betekent dat wij geruime tijd van het waarschuwingsgeluid mogen genieten. Bommel weet dan van geen ophouden. Ik stop meestal met wandelen, aai maar eens over zijn bol en spreek hem kalmerend toe.

“Je kan me wat,” lijkt hij te denken. “Ik vind er gewoon niks aan. Oe-oe-oe-oe-oe-oe-oe-oe.”

Maar meestal zijn er gelukkig geen sirenes.

Bij het stoplicht nemen wij het voetpad achterlangs de tennisbanen langs. Ook daar biedt een fietspad uitwijkmogelijkheden. Tussen beide paden ligt heerlijk veel groen. Ik heb het grote geluk in de zuidwijken van Zutphen te wonen, waar de bestuurders bij de planning vijftig jaar geleden kwistig met gemeentegroen zijn geweest. Toch hebben Bommel en ik ook in dit gebied het zelfde beleid. Vermoeden wij een non-distant persoon, dan steken wij naar het fietspad over. Soms banjeren wij daarvoor wel tien meter door het hoge gras van de brede tussenberm. Eenmaal op het fietspad is het uitkijken geblazen. Luid schreeuwende echte kerels in de kekke strakke pakjes van een fietssportclub kunnen plotseling voorbij razen. Wij zorgen er dan voor op tijd van het asfalt af te zijn. Wij willen nog langer blijven wandelen. Maar onderschat geëlektrificeerde seniorwielrijders niet. Sommigen lijken naar een snelheid te streven die in de buurt van hun leeftijd ligt. Nou ja grapje, maar te hard gaan ze wel. Is het voetpad weer leeg, voor zover te overzien, dan keren wij naar de veiligheid van het wandeldomein terug. Dit was mijn tweede verhaaltje over mijn dagelijkse vijf kilometer met Bommel en we zijn ongeveer een kilometer opgeschoten.



Spannend wandelen (1)

Honden Posted on Sat, May 23, 2020 06:50:05

Vrolijk ongeduldig kwispelstaartend staat Bommel ’s ochtends om negen uur bij de deur te wachten.

“Wanneer gaan we nou?” zegt hij zonder woorden.

Het is tijd voor ons dagelijkse rondje IJsseldijk.

Om te voorkomen dat ik de voordeur word uitgetrokken en het einde van de straat bereik in een door Bommel bepaalde snelheid, die veel hoger ligt dan de snelheid die ik aangenaam vind,  volg ik altijd een vast ritueel.

“Eerst je BH aan, Bommel,” zeg ik.

Zijn BH is een BorstHalsband, een tuigje, dat niet alleen om de hals gaat, maar ook om de borst. Alleen maar een halsband lijkt mij hachelijk bij  zo’n sterke hond. Als een kat ons pad kruist, kan hij ineens zo vooruit springen. Nekwervelondermijning als mede luchtpijpverwringing kunnen dan zo maar optreden.

Hij moet er eerst in stappen, zodat het opgehesen kan worden. Bommel heeft het er niet op. Ik leg het tuigje op de vloer en zeg:

“Stap er maar in.”

De flaporen recht omlaag wijzend kijkt hij naar de rode lus voor hem met een mengsel van verbazing en verzet. Ik pak zijn voorpoten en plaats ze in de lus, hetgeen hij zonder morren toelaat.

“Zo doen we dat,” zeg ik.

Als het tuigje dicht geklikt is, wuift hij mij vrolijk met de staart koelte toe. Dat zit wel goed, denk ik dan maar. Na het vastmaken van de riem hang ik het handvat aan de dichtstbijzijnde deurkrik.

“Zit,” zeg ik tegen Bommel en gedwee voert hij dat uit.

Het punt is, dat ik mijn jas ook nog aan moet. Pin ik Bommel niet vast op zijn plaats, dan begint hij uit puur enthousiasme over de aanstaande wandeling als een malloot rondjes om mij heen te draaien, zo snel dat ik er duizelig van word.

Als we allebei volledig in gereedheid zijn, open ik de voordeur. Een half jaar geleden spoot hij dan het pleintje op, met mij in vliegende vaart er achter aan. Dat heb ik hem kunnen afleren. Hij stapt nog steeds als eerste naar buiten, maar dan komt hij weer terug en gaat hij achter mij lopen. De spanning is er helemaal uit.

We lopen de straat op en meestal is er dan wel een buurman of buurvrouw die hij wil laten merken hem of haar de leukste buur van de wereld te vinden. Mijn buurt kent veel straatleven en daar geniet Bommel iedere keer weer van.

“Ha die Bommel,” groet menigeen.

Na het verlaten van het huis, heeft Bommel geruime tijd last van BOS, het BegroetingsOverdrijvingsSyndroom. Er zijn weinig mensen en dieren, waar hij niet door gaat accelereren. Op de hondengedrag training heb ik daar het volgende voor geleerd. Zo gauw Bommel persé een bepaalde kant op wil en daarvoor snelheid meerdert, keer ik onmiddellijk om en wandel ik in de tegenovergestelde richting. Het resultaat is, dat hij leert dat het op die manier nimmer lukt. Daar heb ik meen ik al een keer eerder over geschreven. Tegenwoordig is het nog vooral nodig in de eerste tweehonderd meter van onze wandeling. Eigenlijk gaat het daarna meestal goed. Maar die eerste tweehonderd meter blijft eigenlijk nog steeds een komische act voor heer en hond. Tegen de tijd dat wij er het heen en weer van krijgen, geraken we in het goede stramien. Wij kuieren het woonerf over in de richting van een zandpaadje waarlangs wij het fietspad van de Weg naar Eme bereiken. Na het benzinestation ligt er naast het fietspad een voetpad. Wij nemen er de tijd voor, want Bommel checkt snuffelend zijn honden WhatsApp die verspreid ligt over graspollen, lantaarnpalen, bosjes, struikjes, afijn alles waar een klein plasje tegen aan kan.

Ik probeer, zo veel als het maar mogelijk is, te voorkomen dat Bommel op het woonerf zelf aan het WhatsAppen slaat. Menigeen zal er niet van gediend zijn dat Bommel wat sap tegen schutting, tulpenbosje of ligusterheg sprenkelt. Mijn goede relaties in de buurt gaan voor Bommels berichtenverkeer.

Afijn, na een kwartier lopen wij langs de Weg naar Eme en dan moet de eigenlijke wandeling nog beginnen. Daarover een volgende keer.



HET 50+ BREIN

Lezen Posted on Sun, January 12, 2020 21:25:21

Met Kerst kreeg ik van mijn zoon het boek “HET 50+ BREIN” van de Tilburgse hoogleraar Professor dr. Sitskoorn. Niet dat mijn zoon zich zorgen maakt hoor. Hij weet dat ik actief in het leven sta en hij gaf het me omdat hij weet dat ik me erg voor het onderwerp interesseer. Het onderwerp “vitaal ouder worden” is mij niet helemaal onbekend, maar door dit boek te lezen heb ik er weer een aantal inzichten bij en enkele van mijn iets oudere inzichten zijn gerevitaliseerd. Ook kan ik constateren dat ik op de goede weg ben met een aantal van mijn activiteiten.

In haar boek beschrijf mevrouw Sitskoorn wat er verandert in de hersenen bij het ouder worden. In tegenstelling tot wat er vaak wordt aangenomen is het niet zo dat het brein alleen maar achteruit gaat. Wel is het zo dat ouderen langzamer gaan reageren, maar daar staat tegenover dat ze meer ervaring hebben en mede in verband hiermee meer overzicht. Ook de prefrontale cortex blijft zijn deuntje goed meespelen bij senioren, wat handig is bij planning.

De hersenen bepalen hoe ik me voel, wat ik denk, wat ik doe en hoe ik me ontwikkel. Omgekeerd is het zo dat wat ik doe en wat ik waarneem mede de structuur en de werking van de hersenen bepaalt. Mevrouw Sitskoorn noemt de hersenen een open systeem dat mede gevormd wordt door de informatie die binnen komt. Onder invloed van datgene waaraan ik me bloot stel en waaraan ik bloot gesteld word, komen er nieuwe hersencellen bij. Mijn nieuwe hersencellen hebben uitlopers die informatie ontvangen en uitlopers die informatie overdragen naar andere cellen. Tussen die cellen en uitlopers worden nieuwe verbindingen gemaakt. Daarbij worden verbindingen in de hersenen die regelmatig gebruikt worden, omdat ik vaak aan dezelfde informatie word bloot gesteld of vaak hetzelfde doe, sterker. Verbindingen die ik niet (meer) gebruikt worden zwakker of verdwijnen helemaal. Al deze processen bepalen hoe mijn hersenen zich vormen en hoe mijn hersenen werken. Hoe mijn hersenen zich vormen en werken bepaalt weer wie ik ben. Daarmee beïnvloed ik mijn omgeving of ik kies bijvoorbeeld voor een andere omgeving. Dat heeft vervolgens weer invloed op mijn hersenen, enzovoorts.

Wie denkt in stereotyperingen over het ouder worden, zal dus ook sneller echt oud worden. Wie zich er van bewust is dat hij door de juiste keuzes te maken jong kan blijven zal ook langer jong blijven. Ook hier is natuurlijk onderzoek naar gedaan. Het is zelfs gebleken dat mensen die op jongere leeftijd zeer negatieve stereotypische gedachten over ouderen hadden, een grotere kans hebben op hartziekten als ze zelf oud zijn.

In het hoofdstuk “Comfortzone” beschrijft mevrouw Sitskoorn het verzet dat in mensen opwelt als ze worden uitgedaagd nieuwe dingen te doen. Vaste gewoontes zijn heel krachtig en voelen veilig, maar nieuwe dingen doen is goed voor de hersenen. Vaak is er angst om iets nieuws te doen en verzinnen mensen dan oneigenlijke redenen om niet te hoeven. Een van de vaak gebruikte smoezen is “geen tijd” of “te druk”. Als er zich iets nieuws aan dient ontstaan er negatieve gevoelens en het in de schulp kruipen – in de comfortzone – biedt schijnveiligheid. Steeds hetzelfde doen en het zelfde voelen versterkt voortdurend de paden in de hersenen die aan dit gedrag ten grondslag liggen. Het vergemakkelijkt daardoor continuering van vaste patronen in denken en voelen.

Mevrouw Sitskoorn adviseert de lezer na te gaan welk gedrag hij of zij vertoont bij het overschrijden van de grenzen van de comfortzone. Stil worden of overschreeuwen? Vluchten in smoezen, zoals te druk of te oud? Mensen die nieuwe dingen ondernemen bespotten? Heel hard aan het werk gaan met vaste klussen?

Als u weet, schrijft mevrouw Sitskoorn, wat uw reactie is op dingen die buiten uw comfortzone liggen, kan dat heel inzichtelijk zijn. U kunt de reactie dan namelijk leren herkennen voor wat die is: gewoon een beetje angst, een beetje weerstand tegen iets nieuws. Die gevoelens zijn namelijk niet alleen maar negatief. Ze vertellen u ook iets positiefs, namelijk: nieuwe ervaring in het verschiet! Nieuwe kansen om te proeven, te ruiken, te zien en te voelen. Maar we moeten die kansen juist grijpen. We moeten ontdekken en ons ontwikkelen en daardoor nieuwe verbindingen binnen en buiten ons hoofd maken.

Dit is slechts een greep uit de rijke tekst die mevrouw Sitskoorn ons biedt in haar boek HET 50+ BREIN. Het is een boek dat zich zeker leent voor herlezing. Een aanrader!



Fietsend het jaar in

Fietsen vanuit Zutphen Posted on Mon, January 06, 2020 21:24:43

Rond de jaarwisseling brengt mijn vrouw mij de NPO website onder ogen met daarop de aankondiging van de jaarlijkse fietsuitzending door Radio 1, editie 2020. Het zal een live radioprogramma worden over trends en ontwikkelingen in het gewone fietsen. Ik ben voorstander van het gewone fietsen en op zaterdagavond 4 januari 2020 kan ik van 19.00 tot 22.00 uur dus mijn hart ophalen.

De makers zijn op zoek naar de mooiste fietsverhalen. Heb jij een mooi fietsverhaal? Iets spannends, ontroerends of bijzonders? Boos over je mede weggebruikers? Blij met de strooidienst? Toch wat bang om de drukke weg op te gaan? Laat het ons weten! Mail het. Schrijf je telefoonnummer erbij, zodat we je kunnen bellen. Wie weet kom jij dan op 4 januari in de uitzending! Nou heb ik maar één fietsverhaal, dus dat is meteen mijn mooiste. Die zal ik insturen. Het is het verslag van mijn fietstocht van Zutphen naar Nijmegen en weer terug.

In de radio uitzending, die live is te volgen op internet, is veel aandacht voor het gewone fietsen. De racefietsers en de mountainbikers komen wel aan bod, maar dan vooral als veroorzakers van overlast. Het gewone fietsen, naar werk en school, om boodschappen te doen en voor recreatief gebruik, wordt gepropageerd niet alleen als oplossinkje voor klimaatproblemen, maar vooral omdat het zo gezond is en … humeur bevorderend. De mooie verhalen die in de uitzending worden verteld waren weliswaar echt mooie verhalen, maar erg gewoon vind ik ze niet. Fietsen in China, fietsen naar de Middellandse Zee, de fiets mee in het vliegtuig naar Amerika: zo vaak komt dat nou ook weer niet voor. Maar verder vind ik dat de makers er een leuke uitzending van hebben gemaakt.  

Het gewone fietsen doe ik om boodschappen te doen, bezoekjes af te leggen of om het station te bereiken. Mijn erg gewone, maar oerdegelijke Batavus Winner gebruik ik ook voor een toertocht van huis uit. Zonder elektrische aandrijving, zonder versnelling, zonder handremmen en zonder vliegtuig heb ik erg leuke fietst tochten. In mijn eentje of in gezelschap.

Het googelen van de zoekterm fietsen vanuit zutphen brengt me bij de website www.fietsnetwerk.nl . Er staan ongeveer 80 fietsroutes die te doen zijn vanuit Zutphen. Bedenk dat het landschap er ieder seizoen anders uit ziet en plotseling zijn het er 320. Bovendien zijn sommige zo lang dat ze niet in één dag te doen zijn. Kortom als je wekelijks fietst heb je zeven jaar nodig om alles af te werken en daarna kun je weer op nieuw beginnen.

Op www.fietsnetwerk.nl worden de fietstochten aangeboden in de vorm van  fietsknooppuntenroutes. Ik kies Rondom de Hanzesteden. Het is nr. 14 uit een hele reeks fietstochten vanuit verschillende steden langs de IJssel. Ik download de beschrijving die ik op mijn telefoon zet. Bovendien print ik een overzicht van de fietsknooppunten om op het tasje aan mijn fietsstuur te bevestigen. Zondagochtend om half tien ben ik er klaar voor!

De knooppunten volgorde op het tasje

Een van de fietsknooppunten ligt niet ver bij ons vandaan: Den Elter aan de N345. Als ik daar naar toe fiets over de IJsseldijk spied ik, of er een ooievaar te spotten is, want in het gebied Bronsbergen houdt zich een club van deze vogelsoort op. Dankzij het opbouwwerk van een vogelliefhebber uit Gorssel is de regio rondom Zutphen gezegend met een indrukwekkende en unieke kolonie ooievaars, waarvan er zich hier een groep bevindt. Volgens berichten die ik heb gelezen zouden veel ooievaars overwinteren, maar helaas zien de nesten er verlaten uit. In het voorjaar zal het hier weer druk zijn met deze bijzondere vogels. Alleen al vanwege de ooievaars is het maken van deze fietstocht in voorjaar en zomer de moeite waard.

De route leidt mij door Vierakker. Vierakker is een dorp met 250 inwoners verspreid over een zeer groot gebied. Wie oog voor detail heeft, valt een historisch gebouwtje op, de Vliegehoek. Dit coöperatieve diepvrieshuis staat tussen boerderij De Vlieg en een burgerwoning. Zestig jaar geleden werden overal in Nederland diepvrieshuisjes gebouwd. Huisslachting kwam in die tijd vaak voor. Diepvriezers zoals wij die nu kennen waren er nog niet. Ook buurtbewoners uit Vierakker namen in 1959 het initiatief tot een diepvrieshuis.

Nu is De Vliegehoek één van de laatste nog werkende coöperatieve diepvriesinstallaties in Nederland, met 55 leden. Ook al is de huisslachting verdwenen, zelf geteelde groenten en fruit zijn duidelijk weer in opkomst.

Om de historische diepvries volgens de huidige eisen draaiende te houden moest enige tijd geleden een nieuwe installatie worden ingebouwd. Met de investering van een nieuwe invriesinstallatie en het verbeteren van het hang- en sluitwerk en nieuw schilderwerk was zo’n tienduizend euro gemoeid. Het kostte weinig moeite om de plaatselijke bevolking zo ver te krijgen dit bedrag op te brengen.

Bij timmerbedrijf Besselink leidt de route ons naar links en aan het eind van de weg naar rechts de Koekoekstraat in. Bij knooppunt 87 ga ik verrassenderwijs naar rechts een pad in dat ik denk nog niet te kennen, maar dat valt mee. Na een tijdje kom ik bij een sluis die ik al eerder gezien heb.

afb. 3: bij Het Groene Kanaal

afb. 4: bij het Groene Kanaal

Het pad eindigt uiteindelijk bij de Sint Willebrordskerk, de katholieke kerk van Vierakker. Het aanpalende Wichmond heeft een protestantse kerk. Deze staat aan een leuk straatje zoals dat waarschijnlijk in de jaren vijftig er waarschijnlijk ook al heeft gelegen. Zwiebertje en Saartje zouden zo langs kunnen komen lopen. Heel charmant. Je moet er alleen heel even van de officiële route voor afwijken.

afb. 5: bij Het Groene Kanaal

Mijn gewone stadsfiets rijdt me er moeiteloos langs. Mijn enthousiasme voor deze fiets duurt onverminderd voort. Hij trapt heel licht, zonder versnelling of elektromotor.

afb. 6: Kasteel Vorden

Dan volgt er een stuk met vele laantjes omzoomd door beuken. Verrassend is het plotselinge uitzicht in de verte op Kasteel Vorden. Als je de fietsroute volgt krijg je het van verschillende zijden te zien. Daarna het mooie dorp Vorden in. Op deze zondagochtend klinkt gezang vanuit de protestantse kerk. Let op dat je de afslag niet mist. Na knooppunt 86 leidt de burgemeester Galleestraat je uit de dorpskern weg naar het volgende kasteel. Eerst moet daarvoor een pad worden genomen dat, door schots en scheef liggende grote keien, nogal heftig is. Ik geef er de voorkeur aan, op dit kleine zijpaadje van de Almenseweg, naast de fiets te lopen. Als het steenpad overgaat in een bolle weg zie ik in de verte Kasteel Den Bramel.

afb. 7: Kasteel Den Bramel

Al snel daarna fiets ik, via een brugje over de Berkel en een smal fietspad, het mooie dorpje Almen in. Ook hier is het charmante jaren vijftig karakter behouden gebleven. In Almen bevindt zich hotel restaurant De Hoofdige Boer dat genoemd is naar een gedicht van A.C.W. Staring:

Elk weet waar ‘t Almens kerkje staat

en kent de laan die derwaart gaat.

Een duiker perst daar onder ‘t spoor

zijn schuim tot in de Berkel door:

al golft rondom de wintervloed,

men komt ter preek met droge voet.

De rest kan men vinden op internet: klik

Afb. 8: De Staring Koepel. Foto komt van Wikimedia. Duidelijk een andere jaargetijde …

Na het oversteken van het Twente Kanaal kom ik op een zandpad over de dijk die me terug in de richting Zutphen stuurt. Gelukkig ligt er een smalle geasfalteerde strook naast het zandpad. Rijkswaterstaat heeft er een streng bordje naast geplaatst: de weg is toegankelijk voor fietsers, maar verder verboden toegang. Ik zal proberen niet af te stappen. Vlakbij de sluizen van Eefde liggen binnenvaartschepen te dommelen in de Zondagsrust. Ik word gedwongen tot een kleine omweg vanwege een grootscheepse renovatie aan het sluizencomplex. Zodoende kom ik langs het scoutinghuis aan de Boedelhofweg. Ooit kwam ik hier ieder zaterdagmiddag. Mijn tweede dochter beleefde hier jarenlang gelukkige zaterdagmiddagen.

Met een omweg passeer ik toch de brug over de sluizen en dan gaat het weer richting Zutphen. Twintig minuten later arriveer ik thuis met ongeveer 40 kilometer in de fietsbenen. Ik vind deze fietstocht een aanrader!



Naar Nijmegen en weer terug

Fietsen vanuit Zutphen Posted on Sat, January 04, 2020 07:44:34

Op 1 januari 2020 stap ik om negen uur ’s ochtends op mijn Batavus Winner voor een Nieuwjaars-fietstocht Van Zutphen naar Nijmegen. “Wees voorzichtig,” heeft Google Maps mij voor vertrek nog gewaarschuwd, “Fietsroutes komen niet altijd overeen met werkelijke omstandigheden.” 

Wat zou me te wachten staan? Ik weet het niet. Mijn uitgezette fietsroute kán overeen komen met werkelijke omstandigheden, maar het hoeft kennelijk niet. Misschien tref ik wel onwerkelijke omstandigheden aan en wat moet ik dan? Op deze manier wordt een fietstocht van Zutphen naar Nijmegen, behalve leuk, ook een beetje spannend …

Nou ja, hihi, het zal wel mee vallen. Ik verwacht dat het vooral mooi, ontspannend en sportief gaat zijn.

De Batavus Winner

Vanaf winkelcentrum De Brink ben ik snel bij de Cortenoeverse brug over de mooiste rivier van Nederland, De IJssel. Als er mist op het water hangt ben je echt in de wolken als je daar over heen fietst. Maar vandaag ruikt de mist nog naar kruitdamp. Het stof van het vele vuurwerk is in de loop van gister -dag en -avond gaan fungeren als condensatiekernen van de vele waterdamp in de lucht, heb ik gehoord. Het zal wel optrekken. In de heerlijke rust van de vroege Nieuwjaarsdag, als een groot deel van Nederland brak en beroerd op bed ligt, suis ik fris en fruitig over het fietspad vanaf de brug naar beneden.

Het rivierduin Cortenoever ligt langs de binnenbocht van een IJssellus. Ik volg de rechte weg die aan de andere kant van het gebied ligt en gewoon  Cortenoeverseweg genoemd is. Daar wordt door auto’s vaak hard gereden, zoals op zo veel landweggetjes, maar vandaag nog even niet. Na Brummen gaat de Cortenoeverseweg over in de Bronkorsterweg, vanwege het dichtbij zijnde veer naar het charmante kleine stadje Bronkhorst. 

Aan mijn linkerkant schijnt door de nevel de Zon, over IJssel en uiterwaarden. Normaal fiets je langs de weg tussen Leuvenheim en Dieren met autolawaai in de oren, maar op deze vroege nieuwjaarsochtend heerst er een serene rust die slechts zo nu en dan door een passerend voertuig wordt verstoord. 

Het fietspad leidt me door het mooie Oud Dieren. Dat is het oorspronkelijke dorp dat tegen de IJssel aan ligt en door spoorlijn en snelweg rigoureus gescheiden werd van Nieuw Dieren, waar onder andere de Gazelle fabriek staat. De Gemeente Rheden heeft ten behoeve van de snelweg een tunnelbak aangelegd, waardoor Oud Dieren sinds vorig jaar weer meer verbondenheid heeft met Nieuw Dieren. Hier en daar manoeuvreer ik tussendoor hopen vuurwerkafval, maar dat is de enige dissonant, want de mooie huizen en huisjes wedijveren in bekoring met elkaar. Ik passeer de beeldbepalende toren van de voormalige neogotische katholieke kerk Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopneming. De kerk is afgebroken in verband met de zwakke bouwkundige staat, maar de toren mocht blijven dankzij actie van de omwonenden. Langs middelbare school Het Rhedens rij ik nog zo’n uniek stukje IJsselstreek binnen: Het Hof van Dieren. Achter de tuinmuren stond ooit een jachtslot van de Oranjes. Nu is er een wijngaard en een kwekerij gevestigd. Hoge beuken geven het geheel een majestueus cachet.

Via Ellecom kom ik op de Middachter Allee, die verwijst naar kasteel Middachten, waar ooit de authentieke Commissaris van de Koningin Mollie Geertsema kasteelheer was. Niet minder authentiek is de schrijver Simon Carmiggelt van wie een bronzen beeld tegenover het gemeentehuis van Rheden is geplaatst. Carmiggelt zit er naast zijn vrouw op een bankje een boek te lezen. Zo herinneren de bewoners zich de geliefde schrijver, die zijn roots in de IJsselstreek had.

Ik moet nu echt een weggetje richting IJssel vinden, want mijn routebeschrijving op Goolge Maps belooft een prachtige passage van Arnhem achterlangs verkeersplein Velperbroek. Die vind ik gelukkig na enig zoeken. Bij een viaduct onder de N345 maak ik een praatje met twee dames die mij bevestigen dat ik de goede kant op ga als ik Velperbroek links wil passeren. 

“Fietst U vooral bovenop de dijk”, adviseren ze mij, “het uitzicht is daar prachtig.”

“Ja”, zeg ik, “ik ken de IJssel. Dagelijks maak ik er een wandeling langs met mijn hond.”

“En wat heeft U dan wel voor een hond?”

“Een Heidewachtel”, zeg ik.

“Een Heidewachtel? Ik had vroeger ook een Heidewachtel. Wat zijn ze lief en vrolijk, hè?”

“Het zijn echte vrienden”, vind ik echt.

Dan wordt het weer tijd om verder te gaan. Na een hartelijke groet wederzijds kom ik weer op gang. Enkele loodsen voorbij opent het landschap zich plotseling voor me. In de verte ligt de brug van de A12 over de IJssel. De Broekdijk leidt mij er heen. Na de onderdoorgang vervolg ik mijn weg over de Schaapdijk. Bij van alle autoritten die ik over de iets verderop gelegen N325 heb gemaakt, is het nooit in me opgekomen dat achter het bedrijventerrein nog een leuk stukje Hollands landschap ligt. In de rivier zijn verschillende binnenvaartschepen aangemeerd om in rust Nieuwjaarsdag te vieren. 

De Schaapdijk brengt me bij voormalig Fort Westvoort, dat de toegang tot de oprit naar de Andrej Sacharov brug lijkt te bewaken. Na de brug komt Huissen en ik zou graag vanaf Huissen naar het RijnWaalpad willen gaan, maar er blijkt daar naar toe geen bewegwijzering. Wel staan er in Huissen nog enkele fietsroutebordjes met “Nijmegen” erop die mij langs verschillende woonerven voeren, maar dan houdt het op. Ik besluit richting Elst aan te houden omdat ik dan ooit het snelfietspad zou moeten kruisen.

De benen beginnen moe te worden. Als ik de oprit van een van een viaduct moet nemen, besluit ik af te stappen en even te lopen. Dit besluit blijkt helend voor been- en bilspieren. Na aan de andere kant naar beneden te zijn geroetsjt, gaat het fietsen weer veel makkelijker. Dat het zonnetje me de hele tijd toe lacht helpt ook. Als ik tot mijn grote vreugde het RijnWaalpad bereik stroom ik weer vol met energie.

De goede stad Nijmegen onthaalt mij met enkele heuveltjes die ik aan kan omdat het paard de stal ruikt, zoals het spreekwoord zegt. Mijn negentig jarige schoonvader schudt mij enthousiast de hand als ik zijn flat binnen kom. 

“Dat soort fietstochten mag je vaker maken,” zegt hij.

Heidewachtel Bommel onthaalt mij onstuimig en mijn vrouw Nicolien feliciteert mij zoenend alsof ik zojuist de Tour de France heb gewonnen.

“Dat soort begroetingen mag je vaker doen,” zeg ik.

Om half drie zit ik weer op de fiets om de tocht huiswaarts te ondernemen. Voor donker thuis zal niet lukken, weet ik al, maar dat ik in de duisternis op de Middachter Allee een lekke band zou krijgen had ik niet bevroed. Met enkele malen band oppompen bereik ik station Dieren, waar ik de trein neem. Het is een tegenvaller, want de Batavus Winner voelt tijdelijk als verloren. Maar het is ook een meevaller, want zo kom ik iets minder moe thuis.



Duinhotel Burgh Haamstede

Honden, Schouwen-Duiveland Posted on Wed, September 11, 2019 12:30:17

Hieronder een stukje dat ik schreef naar aanleiding van een bezoek aan Het Duinhotel Burgh Haamstede in 2017. Wij overnachtten met een midweek arrangement in het gezelschap van – toen nog – ons hondje Doris. 

Als wij de benzinepomp bij Serooskerke gepasseerd zijn, controleren wij altijd even of op de dijk in de verte de Plompe Toren er nog staat. Hij heeft ons nog nooit in de steek gelaten. Trouw houdt hij in weer en wind de wacht over het verdwenen dorp Koudekerke.

Eigenlijk is de autorit vanaf hier naar het zweefvliegveld het mooiste gedeelte van onze midweek in Het Duinhotel, want alles moet nog beginnen.

Duinhotel Burgh Haamstede

Na de incheck bij de vriendelijke receptie brengen wij onze spullen naar de ruime kamer en ondernemen dan bij voorkeur direct, met ons hondje, onze eerste wandeling in het omringende natuurgebied. Het weidse uitzicht vanaf het hotel over het zweefvliegveld vraagt ons eropuit te trekken.

Onze eerste wandeling gaat steevast naar het Westen, langs de rand van het zweefvliegveld dat eigenlijk een soort van landschapspark is. Soms lopen we met de Zon aan onze linkerzijde, soms kleurt de avondhemel al rood als we op weg gaan. In de winter heerst de stilte over het reusachtige veld, in de zomer wordt verderop aan een lier zo nu en dan een zweefvliegtuig omhoog getrokken.

Aan het eind van het veld doorkruist het zandpad een gebied met ruige weilanden waarin oerrunderen tussen de struiken hun kostje bij elkaar scharrelen. Tuinen om jaloers op te zijn en bosjes duinvegetatie wisselen elkaar af. Het leidt ons uiteindelijk naar een stenen pad de duinen op. Als we over onze rechterschouder kijken zien we in de verte de vuurtoren, die we iedere keer wel zouden willen fotograferen, want het licht is steeds anders. De Vuurtoren van Schouwen is de vuurtoren die op het laatste biljet van 250 gulden staat afgebeeld. Het is echt een klassieke vuurtoren zoals je je een vuurtoren voorstelt. Hij werd gebouwd in 1837 en is samen met die van Ameland de hoogste van Nederland. Toen onze kinderen nog jong waren had mijn tweede dochter bij een van onze bezoeken aan dit gebied haar zinnen gezet op een legpuzzel van deze vuurtoren. Ze heeft hem indertijd twee keer gelegd en daarna hebben de stukjes in een doos liggen wachten op hergebruik. Op een regenachtige vakantiedag in 2016 heeft ze de puzzel opnieuw gemaakt en tot mijn grote vreugde dit jaar weer. Van internet kon ik een scan van een 250 gulden biljet downloaden die tot op posterformaat kon worden afgedrukt. Ik heb de afmetingen bescheiden gehouden en de vuurtoren hangt nu te pronken aan een muur in ons huis.  

Wat mij betreft het mooiste Nederlandse bankbiljet

Wij wandelen voort. Dan, bijna bovenop het duin, zien we door een laagte de zee. De zee trekt zo, dat hij iedere keer alle beslommeringen doet vergeten. Nog een paar stappen en we kijken uit over duin, hemel, strand en zee. Het gekke is dat dat ook weer iedere keer anders is. Wind en water werken het zeelandschap voortdurend om en ook hier is het licht iedere keer anders. En dan die wolken! Het verveelt nooit.

Wij slaan af in noordelijke richting tot aan het eerste strandpaviljoen waar we, als het even kan, iets drinken. Dan gaan we een van de duinpaden weer op langs een schitterend natuurgebied, de Verklikkerduinen. Deze duinen ontlenen hun naam aan een waarschuwingslicht voor de scheepvaart dat er stond opgesteld, de zogenaamde verklikker. De volgende geleerdheid heb ik van de site van het VVV. 

Paraboolduinen – Math is everywhere 😍

De Verklikkerduinen zijn “jonge“ duinen. In de middeleeuwen werd zand van bestaande duinen landinwaarts geblazen, zo ontstonden halfrond lopende duinen, de zogeheten paraboolduinen. De wind blies het zand tot aan het grondwater weg waardoor er natte duinvalleien vol bloemen ontstonden. 
Er zijn drie, goed onderhouden, natte duinvalleien; de buitenverklikker, de binnenverklikker en het konijnencircus.
De vorming van nieuwe jonge duinen houdt nog steeds aan en de valleien zijn nog steeds nat. Deze duinen zijn vooral rijk aan bloemen en zeldzame planten zoals het groenknolorchis met haar groene bloemen, de wit bloeiende parnassia en het lilabloeiende duizendguldenkruid. 
De vallei is erg gewild bij de konijnen, de salamanders en de libellen. 
Het konijnencircus is de bijnaam voor één van de valleien waarop de konijnen vroeger nog talrijker aanwezig waren. De ronde vorm doet denken aan een circuspiste en dit is een plek waar je deze diertjes nog steeds kunt aantreffen.


Het natuurgebied is afgesloten voor publiek. Je mag er alleen maar naar kijken, maar erin komen niet. We lopen het duin uit tot we bij de Torenweg zijn die ons terug leidt naar het Duinhotel. 

Omdat we een hondje bij ons hebben, eten we altijd op de hotelkamer en dat is voor het servicegerichte personeel geen enkel probleem.

Als het vroeg donker is, blijven we ‘s avonds in het gezellige hotel en bij zomerdag trekken we er na het eten nog op uit. 

Sommigen van onze collega’s gaan skeeleren in Amerika en anderen lopen de marathon van Sydney. Je hebt mensen die pas tevreden zijn als de kilometerteller van hun auto er in één vakantie tienduizend bij gedraaid heeft. Je kunt het zoeken in Voor-Azië of in Zuid-Soedan.

Maar wij vinden het gewoon hier: Burgh Haamstede.



Je verzint het niet

Honden Posted on Wed, September 11, 2019 08:42:08

’s Avonds rond tien uur is het uit met de pret, 

want dan gaat ons hondje Bommel naar zijn bed

Bommels bed is de bench in de slaapkamer. Wij houden niet van opsluiten, maar voorlopig gaat ’s nachts het deurtje van de bench wel  dicht. Bommels jeugdige onstuimigheid is van dien aard dat er anders voor ons van slapen ’s nachts niet veel terecht zou komen. Als hij vrij zou mogen rondlopen zou hij, zo gauw wij liggen, boven op ons springen. Boven op ons … zwiepend met zijn staartje en met een opgeruimde blik in de ogen, zo van: de komende uren ga ik stampen, hijgen, blaffen, bijten, rollen, dollen, rennen, draaien, scheten, springen, keren, lopen, dansen, vallen en weer opstaan. Dat verdraagt een ouder wordend echtpaar meestal wel overdag, maar zeker niet ’s nachts.

Ons vorig hondje Doris was na verloop van tijd zo volwassen dat ze rustig, zonder bench, op haar plaatsje ging liggen en lekker sliep tot de volgende ochtend. Wel kwam ze ’s nachts soms even controleren hoe het met ons ging. Als ik even wakker was gaf ik haar dan een aai over de bol en dan ging ze weer op haar kussen liggen. Slechts één keer had ik een bedenkelijke ervaring: ik werd wakker met de punt van een hondenneus tegen mijn mond aan, die waarschijnlijk open heeft gestaan, hetgeen Doris als een uitnodiging tot nader onderzoek heeft ervaren.

Terug naar Bommel. Maandagavond schoot hij vlak voor dat hij de bench in ging onder een stoel en kwam met twee sokjes in de bek er weer onder vandaan. Iets soortgelijks is al vaker gebeurd. Wij zijn met dit bedenkelijke verschijnsel min of meer vertrouwd. Onze vorige hond was ook een sokkenfetisjist en Bommel heeft in zijn korte leven al een waar talent ontwikkeld om bliksemsnel dit obscure object de desire te pakken te krijgen. 

Als Bommel iets echt wil, is hij eigenlijk altijd sneller dan wij. Wij lopen achter de feiten aan. Wel lukt het ons eigenlijk altijd om de sok of sokken weer uit de bek terug te toveren. Deze keer was Bommels behoudzucht groter dan onze toverkracht. Met een paar ferme slikbewegingen verdween het sokkenpaar in zijn slokdarm. 

Daar hadden wij niet van terug. Een slokje op, dat kennen wij, maar een sokje … Wij wisten niet wat te doen. Wij vroegen ons af of katoenen sokken zouden oplossen in hondenmaagzuur. Het maagzuur van Bommel moet wel van een vreselijke kwaliteit zijn, gezien de bedenkelijke zaken die regelmatig naar binnen gaan tijdens wandelingen in de buurt, door bos en door veld. Wij vroegen ons af of sokken voor maagpijn zouden gaan zorgen. Wij vroegen ons van alles af en wij wisten de antwoorden niet. Hondenmagen zijn sterk. Wij besloten maar af te wachten.

De volgende ochtend heb ik onze leuke dierenarts gebeld. Zij bood ons de volgende opties:

– Niets doen met de kans dat de sokken, of delen daarvan, van de maag naar de darmen zouden verhuizen. Dat laatste was misschien al gebeurd. Opstoppingen kunnen dan ontstaan, met een operatie als noodzakelijke consequentie.

– Bommel laten braken. Het beste is het om dat binnen anderhalf uur na inslikken te laten plaatsvinden, vóór doorverhuizing van de sokken naar de darmen. Maar ja, dat was niet gebeurd. Toch … wellicht dat de sokken de maag als semipermanent domicilie hadden gekozen en kon de anti-peristaltische beweging de oplossing zijn.

Voor mijn geestesoog doemde een scenario op waarin ik Bommel in huiselijke sfeer tot braken zou moeten bewegen door vinger in de keel of iets van dien aard, maar de dokter stelde me gerust. Daar waren tegenwoordig geciviliseerde methodes voor bedacht.

Bommel en ik spoedden ons naar de praktijk alwaar een spuitje in de nek het proces inleidde. Na enkele minuten zakte hij, in een voor ons speciaal gereed gemaakt kamertje, door de poten met een Hare Krishna blik in de ogen. Keurig wezen zijn vier lange stelten ieder een windrichting aan. Na enige innerlijke opstuwingen floepte de eerste sok er uit in een bedje van hondenbrokkenbraaksel. Deze keer was ik er supersnel bij om Bommel terug te trekken, want ik weet dat meneer het zonde vindt om etensresten weg te gooien. De vriendelijke stagiaire heeft behulpzaam de sok onder de kraan afgespoeld. Bommel was in een gulle bui en al snel kwam de tweede sok er achter aan, soortgelijk omhuld in een maaltijdsaus als de eerste. De dierenarts die even kwam kijken en de stagiaire en de assistente en ik putten ons uit in het geven van complimenten die door Bommel enigszins groggy werden ontvangen.

De dokter gaf een spuit om de werking van de eerste spuit te neutraliseren zodat Bommel weer mocht ophouden met braken. Dat was wel zo fijn. Op een lekker zacht kussentje mocht onze jonge vriend tot zich zelf komen na een bijzonder avontuur. De sokjes kreeg ik mee in een plastic draagtas voor in het Bommelmuseum, na wassing natuurlijk. 

Eenmaal weer thuis sjokte Bommel naar zijn mand om op zijn avonturen te reflecteren. Tegen twaalven liep hij naar zijn etensbak, waar vandaan hij me met een doordringende, niet mis te verstane, blik fixeerde. Op advies van onze leuke dierenarts heb ik hem eerst maar eens een klein hapje gegeven. In de loop van de middag volgden nog vele kleine hapjes, want op een lege maag kun je niet … stampen, hijgen, blaffen, bijten, rollen, dollen, rennen, draaien, scheten, springen, keren, lopen, dansen, vallen en weer opstaan.



Kamperen dichtbij een mastenbos

Schouwen-Duiveland Posted on Thu, August 29, 2019 14:07:31
Mastenbos bij Burghsluis

In de verte zien we hoog boven de dijk al fier de masten uit torenen van de zeilboten in de haven bij de geul die Hammen heet. Het zijn er zoveel dat het wel een mastenbos lijkt. We zijn op weg naar onze camping Kaap West en hebben bij Haamstede de afslag Burghsluis genomen. De oprit naar de dijk gaat langs een van de unieke inlagen in dit gebied, met op de achtergrond de Plompe Toren, laatste restant van Koudekerke, een van de vele verdwenen dorpen van Schouwen Duiveland. 

Bovenop de dijk schittert de Oosterschelde ons tegemoet. Ik kan het niet laten even te stoppen en te genieten van het vergezicht. Het is laag water en niet ver uit de kust ligt lui en log in de zomerse Zon een reusachtige zandbank, waar ooit het eiland Orisant tevergeefs vocht voor zijn voorbestaan. Rechts van ons pronkt de Stormvloedkering, icoon van het technisch vernuft waarmee de Nederlandse ingenieurs dit gebied helpen voortbestaan. Met de ogen bijna dicht meen ik in het oosten de Zeelandbrug waar te nemen.

We rijden verder en na het passeren van de gezellige maritieme drukte van het haventje duikt de weg weer omlaag. Het duurt nu nog maar even voordat we camping Kaap West zien opduiken tussen de akkers. Deze minicamping is voor ons een internetontdekking en het is altijd spannend hoe het er zal zijn. Van de website:

Van de website

Het adres is Cauersweg 10, Burgh-Haamstede. Op onderstaande kaart kijkend zou je Burghsluis verwachten, maar Burgh-Haamstede is waarschijnlijk ook een aanduiding voor het hele gebied. Dertig jaar geleden is Cauersweg, die begint in Westenschouwen, doorsneden door de N57 naar De Stormvloedkering. Je kunt dus niet direct vanaf de camping langs de Cauersweg via Westenschouwen naar Burgh-Haamstede, maar je moet daarvoor eerst een viaduct onder de N57 door nemen, dat dicht bij de Oosterscheldedijk ligt. Ook hier is geschiedenis in het landschap besloten.

Het gebied Burgh-Haamstede

Wat we bij binnenkomst aantreffen is een goed onderhouden, gezellig ogende, groene, kleinschalige camping. Op de ons toegewezen plek beginnen wij halverwege de middag met datgene wat voor mij altijd al het voorlopig hoogtepunt van de vakantie is: het opbouwen van de Hypercamp bungalowtent. Sinds 1998 is hij onze trouwe metgezel op kampeervakanties. Het is direct na aankomst even doorwerken, maar dan hebben we ook ons huisje voor de komende week of weken. In al die jaren hebben we er maar één keer een reparatie aan hoeven laten uitvoeren. 

Ik weet nog wel dat de eerste keer na aankoop de opbouw een praktische en intellectuele uitdaging was. Ik heb het er toen maar niet op aan laten komen en de zak met het metalen frame uitgestort op het grasveld voor ons huis. Rustig heb ik alles uitgezocht en in elkaar geknutseld. Beter goed voorbereid op vakantie dan ter plekke bij aankomst op de vakantiebestemming alles nog uit te moeten zoeken. 

De bijgeleverde instructie ziet er zo uit. Overbodig te vermelden dat een dergelijke summiere handleiding ruimte laat voor zelfstandig onderzoek bij het voor de eerste keer opbouwen. Maar gaandeweg weet je precies wat je moet doen. De vaardigheid van het opbouwen van de tent is metterwoon ingesleten en een gezinsaangelegenheid geworden. We zijn goed op elkaar ingespeeld. 

Eerst is er een veldje …

Van het frame moet je de onderste stokken er in eerste instantie nog niet aan doen. Eerst spreiden we het tentdoek over het dakframe. Het schuiven van het tentzeil lukt beter als het frame nog laag is en het bevestigen van de onderste stokken gaat vervolgens makkelijker omdat door het tentdoek het geheel stabieler is geworden. 

Ons jonge hondje Bommel heeft de opbouw in opperste staat van verbazing gade geslagen. Eerst heb je alleen een grasveldje en opeens heb je een huisje, lijkt hij te denken. Met name het plaatsen van de onderste stokken, waardoor het dak ineens een meter omhoog gaat, doet hem van verbijstering terug deinzen. 

Bommel slaat het geheel bezorgd gade ….

Als de haringen nog niet zijn geslagen heeft hij, met omlaag hangend staartje, een poos de open ruimte in staan staren, zo nu en dan piepend en voorzichtig een blafje naar binnen werpend. De wind waait de nog losse zijflappen op en dat vindt Bommel maar onrustig. Hij kijkt met een scheef hoofdje naar de flappen alsof het een aanstormend gevaar is. Uiteindelijk wendt hij zich af en neemt tijd voor een time-out.

Na het opzetten van de constructie volgt er een twee uur durend afwerkingsproces dat bestaat uit het vastmaken van de tent aan het frame, het ophangen van de binnen tenten en het slaan van een veertigtal haringen. Buren komen een praatje maken en velen zijn ervaren kampeerders. Tussen het slaan van de haringen door wisselen wij   kampeerdersverhalen uit. Als rondom de tent een gordijn van scheerlijnen een gevoel van voldoende stevigte geeft, stop ik ermee. Met onverhulde trots kijk ik naar het geheel. Zo heb ik meteen de eerste dag van de vakantie al een leuke middag!



Next »