Blog Image

KLEINSCHEEPS

Een dag op de fiets, dat is echt wel iets

Fietsen Posted on Sun, September 06, 2020 12:41:09

Onder het genot van prachtig nazomerweer heb ik op woensdag j.l. voor familiebezoek een fietstocht Zutphen – Garderen v.v.  ondernomen. Bij een tocht van 52 km op een gewone stadsfiets dwars over de Veluwe is een flinke stijging wel een dingetje, om het maar eens eigentijds te zeggen. In de planning heb ik verschillende mogelijkheden onderzocht. Stevige hoogteverschillen maken de tocht zwaar, maar alternatieven hebben weer andere nadelen.

De planning

Om de voorpret heb ik verschillende fietsrouteplanners bestudeerd, waaronder die van de Fietsersbond. De optie “Gemakkelijk doorfietsen” geeft:

Die fietsroute loopt een tijdje min of meer parallel met de A1. Dat betekent dat er waarschijnlijk sprake is van een iets vlakker parcours. Dat is wel even iets om te onderzoeken en ik schakel over naar een andere routeplanner. Google Maps heeft altijd een apart ruitje met daarop de hoogte. Dat geeft:

Links onder in beeld staat de hoogte vermeld. Ga je ten Zuiden langs Hoog Soeren dan is de maximale hoogte 59 m, waar je naar toe moet vanuit een punt in Zutphen dat op een hoogte ligt van 7m. Neem je daarentegen de route via de N344, dan is de maximale hoogte 109 km. Je moet dus 50 m extra klimmen. Daar staat tegenover dat de zuidelijke route waarschijnlijk een bospad is. Een bospad rijden is mooi, maar is misschien wel net zo zwaar als het overbruggen van het hoogteverschil.

Een andere route, langs de fietsknooppunten, gaat dwars door Apeldoorn en dat is natuurlijk ook leuk.

Inzoomen leert mij dat de passage van Apeldoorn voert langs leuke stukken: slingerend door park Matengaarde, …

daarna niet-slingerend langs het Apeldoorns kanaal …

en tenslotte dwars door het centrum. Het vermijden van bospaden en het leuke van de stad brengen me er toe te kiezen voor de fietsknooppunten route. De 50 m extra stijging neem ik voor lief. Deze route is wel tien kilometer langer dan die van de optie “gemakkelijk doorfietsen”, maar uit ervaring weet ik de optie “via fietsknooppunten” me langs mooie weggetjes zal leiden en dat is ook wat waard.

Ik print de fietsknooppunten en het papier bevestig ik op mijn stuurtasje. Weliswaar ben ik in het bezit van een Garmin en de route downloaden naar mijn smartphone kan natuurlijk ook, maar een papiertje met de fietsknooppunten bevalt mij uiteindelijk toch beter.

Op pad

Aan de oude IJsselbrug is een plaquette te zien, die er aan herinnert dat drie jaar geleden, toen aan het eind van de renovatie het budget op was, honderd bewoners van Zutphen zelf de kwast ter hand namen om samen de brug van een nieuwe verflaag te voorzien. De brug is nog nooit zo mooi geweest.

Van De Hoven naar Empe maak ik gebruik van het fietspad langs de N345. Bij Empe passeer ik een oude IJsseltak, uit de tijd dat de rivier nog meer meanderde dan nu. Ik ga van de N345 af en tot Apeldoorn rijd ik over landweggetjes door een agrarisch gebied. Mijn medeweggebruikers zijn voornamelijk andere fietsers. Ik volg wegen met soms wonderschone namen, zoals Weg Over Het Hontsveld. Via Klein Amsterdam kom ik in Klarenbeek, vanwaar de Elsbosweg mij onder de A50 door naar de Polderweg voert, waarna mij alleen nog een tunneltje onder de A1 rest om Apeldoorn te bereiken.

In Apeldoorn voert de fietsknooppuntenroute mij door Het Matenpark, die als een groene long door De Maten slingert. Ik ben ruim een uur op weg. Genoeglijk eet ik hier, zittend op een bankje, een boterhammetje. Alleen enkele groepjes vrolijke scholieren passeren.

Na een kwartier fiets ik verder en al gauw kom ik bij Het Apeldoorns Kanaal waarlangs de knooppuntenroute mij verder stuurt in noordelijke richting. Als het Kanaal-Zuid overgaat in het Kanaal-Noord, rijd ik de Vlijtseweg op. Na enige tijd moet ik, op aanwijzing van een fietsknooppunten-nummerbordje linksaf slaan. Ik volg de Generaal Van Heutzlaan en daarna de Generaal Van Swietenlaan. De Generaal Van Swietenlaan is een stuk smaller. Is dat met terugwerkende kracht zijn straf, omdat Van Swieten een tegenstander van het platbranden van kampongs was?

Als ik het centrum nader, schrik ik van een groot geel bord langs de kant van de weg dat mij waarschuwt om in de Kapelstraat vooral niet te fietsen in verband met Corona. Nou ken ik Apeldoorn niet zó goed en ik vraag me af wat de Kapelstraat dan wel mag zijn. Ik kijk om mij heen of ik een straatnaambordje kan ontdekken, want stel je voor dat ik mij al in de Kapelstraat bevind! Iedereen om me heen fietst gewoon door, dus ik ook maar. Na enkele minuten doemt nog een geel waarschuwingsbord op. In de Paslaan wordt het drukker, maar iedereen fietst. Dan zie ik de Kapelstraat en ik begrijp de toestand. Het is een smalle straat met veel horeca en het is duidelijk dat fietsen hier niet kan. Ik stap af en scharrel er door heen, de 1,5 meter zoveel mogelijk in acht nemend, waarbij de meter een nogal variabele lengtemaat blijkt te zijn. Na de Kapelstraat fiets ik het centrum weer uit en via allerlei afslagen, kom ik in de J.C. Wilslaan die me achterlangs een leeg parkeerterrein van Julianatoren voert. Wat pakt de Corona toch beroerd uit voor veel mensen.

Na de J.C. Wilslaan ben ik Apeldoorn uit en kom ik op de N344, die ik kan aanhouden tot ik in Garderen ben. Het is een oud rijksweg, denk ik, met aan beide zijden goede fietspaden. Als je al twee uur aan het fietsen bent, dan valt het niet mee bergje op te gaan trappen, maar er zit niets anders op. Eenmaal over de bult heen, word ik gul terug betaald. Freewheelend sjees ik op Garderen aan, dat ik om half twee bereik – drie uur na vertrek van huis.

Na tweeëneenhalf uur gezellig bijpraten met broer en schoonzus op een vakantiepark in Garderen, sjees ik om vier uur weer op huis aan. Ik kom natuurlijk weer de heuvel bij Hoog-Soeren tegen en nou voel ik aan mijn benen dat het de tweede keer is op deze dag dat ik er tegenop moet. Dat lukt met slechts één keer afstappen bij een wel erg merkwaardige slinger in een tijdelijk fietspad over een wildviaduct. De weldaad van het freewheelen na afloop van de klim neem ik dankbaar in ontvangst.

De terugweg is de heenweg in een soort spiegelbeeld en rond half zes ben ik weer bij de Kapelstraat. Ik moet opzij springen voor twee eigenwijze ouwe kerels, die tegen de Corona regels in, gewoon doorfietsen. Verstand komt niet altijd met de jaren.

Eigenlijk is lopen door de Kapelstraat een welkome afwisseling. Als je een eind gefietst hebt is het voor je lichaam juist heel plezierig om even te lopen. Het fietsen gaat daarna weer veel beter.

Tussen Apeldoorn en Zutphen is de man met de hamer mijn metgezel. Na zo’n 85 km fietsen speelt de vermoeidheid mij parten en maar liefst vier keer plof ik op een bankje neer voor rust en een boterhammetje of een appeltje. Acht uur is het als ik thuis ben. Ik ben doodmoe, maar in- en in- tevreden.



Een zomerochtend rondje

Fietsen Posted on Sun, August 09, 2020 20:37:19

De voorspellingen voor de middagtemperatuur reiken tot 36 graden, dus als ik een fietsrondje wil maken kan ik dat het beste in de ochtenduren doen. Als ik van huis weg fiets, betrap ik in me op een gevoel van tevredenheid over de bewolkte hemel. Zonneschijn kan heerlijk zijn, maar zoals het er dezer weken aan toegaat in de dampkring is mij te gortig. Eigenlijk ben ik best tevreden met een temperatuur van 21 graden.

Ik heb vandaag gekozen voor stadsfietsen. Heerlijk vind ik het om rond te fietsen door de mij welbekende stad. Ik fiets bij voorkeur buiten de straten die de herkenningspunten en nuttige locaties, zoals het winkelcentrum, de dokterspraktijk, het treinstation met elkaar verbinden. Die kan ik, nu ik hier al jaren woon, vinden op de automatische piloot.

Vergelijk het maar eens met het lezen van een roman. In plaats van het boek zelf te lezen, zou ik genoegen kunnen nemen met hier en daar snel wat te scannen. Snel ga ik dan van het ene belangrijke punt naar het andere. Genoegen nemen met kernpunten is het boek lezen op de automatische piloot. Maar er is duidelijk meer te lezen dan dit. Als ik me onderdompel in het volledige boek, valt er zo veel meer te genieten. De tekst heeft een gevoelswaarde en ik kan tussen de regels door lezen. In een goed boek blijf ik nieuwsgierig en alert. Terwijl ik me door de geschreven omgeving beweeg merk ik kleine dingen op.

Zo is het ook met de stad waar ik woon. De stad induiken doe ik het liefste per fiets. Op de fiets ben ik niet afgeschermd van de wereld zoals in de auto of in het openbaar vervoer. Daardoor heb ik veel meer de neiging om details te observeren die mij anders zouden ontglippen. Naast het feit dat ik naar mijn bestemming toe ga, geniet ik ook van de reis. Fietsen is een rijkere manier om mijn omgeving te ervaren. Als ik in de auto door de stad rijd, neem ik genoegen met de samenvatting.

Misschien is het leukste detail, dat ik vandaag voor het eerst opmerk, een vogelhuisman, die tegen de gevel van een huis op klimt aan de Prins Bernhardlaan in het Waterkwartier. Het hoofd is een nestkastje. Het ene oog geeft guitig een knipoog en het andere oog is wijd open gesperd omdat het voor de bewoners toegang geeft tot het nest. De romp bestaat uit een aantal op elkaar gestapelde nestkastjes. Met de benen en armen houdt de vogelhuisman zich op zo’n drie meter hoogte vast aan de gevel. Leuk om te zien, maar met de auto was ik er vermoedelijk snel aan voorbij gereden.

Helemaal bovenin ligt fort de Pol

Het is veel te lang geleden dat ik de wijk Noordveen heb doorkruist. Wel maak ik natuurlijk regelmatig gebruik van de Deventerweg en de Van Capellenlaan, maar de rest ken ik slecht. In de Weg naar Laren zie ik veranderingen waar ik nog niet van wist.

Vanaf de Eefdese brug fiets ik over het fietspad langs het Twentekanaal naar Fort de Pol. De voormalige stort is omgetoverd in een zonnecel-energiecentrale. Aan de rechterkant heb ik een prachtig uitzicht, eerst over het Twentekanaal en daarna over de mooiste rivier van Nederland, de IJssel. Bij de derde windturbine vanaf het Twentekanaal wordt het verder fietsen belemmerd door een hek. Achter het hek loopt het pad gewoon door, maar de dijk wordt schijnbaar als weiland gebruikt.

Het mooist zou het zijn als het fietspad direct om de Industriehaven zou lopen

Het vervolg van het fietspad langs de IJssel kan pas gevonden worden via het doorkruisen van het industrieterrein, in een wijde boog om de industriehaven heen. Eenmaal weer op het fietspad kan dit maar even gevolgd worden tot de volgende afsluiting. De bezitters van een stuk dijk waarover het fietspad ook loopt, vragen te veel geld van de gemeente Zutphen om het voor het publiek op  te stellen. Op internet vind ik deze luchtfoto.

Het roze gedeelte is afgesloten

De bij deze afbeelding horende gemeentelijke memo van 7 januari 2020 vertelt, in antwoord op vragen vanuit de raad, dat het fietspad indertijd met provinciale subsidie is aangelegd. Een klein deel van het fietspad ontbreekt, omdat de onderhandelingen met één van de grondeigenaren zijn vastgelopen. Binnen het project waren op dat moment geen financiële mogelijkheden om deze onderhandelingen vlot te trekken. Destijds is het fietspad zover aangelegd als mogelijk, maar om te voorkomen dat fietsers als het ware in een fuik rijden, is al eerder op het fietspad een afzetting geplaatst. Er wordt gezocht naar een oplossing, maar er lijkt weinig hoop.

Tsja, het was zo’n leuk plan. Vanaf de Oude IJsselbrug zouden fietsers helemaal langs de IJssel tot aan de Eefdese brug kunnen fietsen.

Zo lijdt fietsplezier onder geldbejag. Afijn ik schik me, ik scharrel wel over het industrieterrein. Gelukkig kan ik een stuk zuidelijker mijn hart weer ophalen als ik over de onvolprezen IJsselkade fiets. Een mij tegemoet komende fietser knikt vriendelijk naar me. Voor mijn wiel fladdert een duif weg. Een matig koel briesje, misschien wel het laatste van de dag, strijkt langs mijn gezicht. Ik neem details waar, die me in de auto zouden ontglippen. Ik denk na over elementen in mijn omgeving, die mij anders onberoerd zouden laten. Ik fiets.



Bommel in de hondenkar

Fietsen, Honden Posted on Thu, August 06, 2020 16:05:51

Bommel in de hondenkar

Voorafgaand aan ons eerste tochtje met de hondenkar kost het me weinig moeite Bommel te laten plaatsnemen. Hij stapt er gewoon in en blijft me afwachtend staan aankijken. Dat valt me alleszins mee. Ik had het anders verwacht. Hij is kennelijk al zo gewend aan de hondenkar als bench in de woonkamer dat ook achter de fiets het een aanvaardbaar plekje voor hem is. Wel blijft hij rechtop zitten, ook al stel ik hem voor te gaan liggen.

De eerste honderden meters voelen vreemd aan. Ik doe voorzichtig in de bochten en over verkeersdrempels. Na enige tijd voel ik een schok en als ik kijk zie ik dat hij met zijn neus naar het achterruitje is gaan liggen. Dat lijkt me een goed teken: filosofisch mijmeren over dingen de dingen die voorbijgaan.

We volgen met het ritje de zelfde route als we heel vaak wandelend ondernemen. Eigenlijk is er nergens een probleem. Wandelend hebben we tegenwoordig eigenlijk ook nooit meer problemen, behalve dan misschien dat Bommel enigszins overdreven familiair in de begroetingen is. Daar hebben we met fietsen in ieder geval geen last van. Eenmaal weer thuis merk ik dat Bommel er moe van is geworden, want hij gaat meteen op een rustig plekje liggen om het allemaal te verwerken.

Enkele dagen later ondernemen we de tweede fietstocht en die is niet alleen langer, maar gaat ook langs drukkere punten. Langs de IJsselkade begint hij wat onrustig te bewegen in zijn huifkarretje. Nadat we onderdoor het spoor zijn gereden, op weg naar het fietspad naar Fort De Pol heft hij een protestsong aan. De kwintensens ervan ontgaat me. Als we eventjes stoppen en ik hem kalmerend toe spreek kunnen we gewoon weer verder. Als snel gaat hij weer over in de filosofisch achteruitkijk stand en de tocht verloopt verder soepeltjes. Ook nu weer moet hij de indrukken, eenmaal weer thuis, weg slapen.

Ons derde hondenkar uitje is een tweede rondje Fort De Pol van ongeveer 16 kilometer. Alleen op de terugweg raakt Bommel even in paniek door een ambulance met luide sirene. Hij gaat meedoen en wij lijken ook wel een hulpdienst met noodsignaal.

Op de laatste tocht tot nu toe gaan we met zijn drieën op stap. Dat vindt hij toch zo leuk! In het begin blaft hij van vrolijke opwinding, maar de rust keert snel weder. De IJsselkade kan hij prima aan en we steken de IJssel over via de oude brug. We volgen de landweg langs de oude IJsseltak naar Empe, de IJsselstraat. Bij station Empe merk ik, dat ik het nog aan het leren ben, want ik moet een scherpe bocht nemen om de N345 op te kunnen. Dat lukt maar net. De terugweg gaat weer over de IJsselkade en Bommel ligt alles met grote tevredenheid te bekijken.

Leuke fietstocht! De hondenkar blijkt een prettige aanvulling te zijn op de activiteiten die we met Bommel ondernemen.



Fietsen met Bommel

Fietsen, Honden Posted on Thu, August 06, 2020 13:28:38

De Spaak

In de tweede aflevering van de zeer interessante podcast De Spaak van Jeroen Dirks merkt voormalig directeur van de fietsersbond Saskia Kluit op dat we in Nederland eigenlijk een leven lang leren fietsen. Bron: klik hier (18m 23s). Als kind van zes leer je fietsen op een klein fietsje en geniet je van het gevoel van vrijheid en kracht en trots dat dat geeft. Een volgend leermoment doet zich voor als je naar de middelbare school gaat. Je leert dan weer op een heel andere manier fietsen: zonder ouder, maar in een groep en over grotere afstand. Wie zelf ouder wordt moet leren fietsen met een kindje op de fiets, eerst aan het stuur en later op de bagagedrager. Omdat je verantwoordelijk bent voor een tweede persoon rijd je anders door het verkeer en moet je ook op andere dingen letten. Je leert weer opnieuw fietsen. Vervolgens gaan je kinderen zelf fietsen en een kind begeleiden met fietsen door een drukke straat is een hele klus! Wie samen met zijn of haar partner een tandem gaat rijden moet ook weer helemaal wennen aan de eigen dynamiek van dit apparaat.

Ik dus ook

Welnu, ik ben ook opnieuw aan het leren fietsen. Op zoek naar andere manieren om er op uit te gaan met Bommel ben ik op een vroege ochtend met hem wezen fietsen. De fiets deed hem raar op kijken toen wij de deur uitgingen. Na enig gemanoeuvreer had ik de drukteschopper aan de rechterkant van de fiets en konden we weg rijden.

Met ons vorige hondje Doris ben ik na tien pogingen gestopt omdat ze het rennen naast de fiets zichtbaar niet leuk vond. Bommel daarentegen had er meteen geweldig veel zin in. Hij keek even schuin omhoog met een blik van “Jij wou me laten rennen? Nou dan zal ik eens even wat laten zien.”

In volle vaart sjezen wij vervolgens ons woonerf uit.

Waar ons woonerf over gaat in de grote weg is het sowieso altijd even uitkijken, want menig ge-automobiliseerd weggebruiker geeft daar ongegeneerd gas. Deze ochtend tref ik onverwachts een ándere situatie aan. Reusachtig machines zijn bezig delen van de asfaltlaag te vervangen.

Bommel koestert grote achterdocht jegens allen die werkzaam zijn in de openbare ruimte. Hij kan er maar niet over uit dat er mensen zijn die de omgeving op de schop nemen. Gele gemeenteauto’s werpt hij een blik toe vol afgrijzen: “Moet je dát zien!” Omdat mannen die aan de weg werken pakken dragen in felle kleuren, herkent hij ze al van verre. “O jé, daar heb je er weer een stel.” En dan te bedenken dat wij verschillende uitermate sympathieke en zachtmoedige hoveniers kennen die Bommel een hartstikke leuk hondje vinden. Graag willen ze hem even komen aaien, om vervolgens met mij een praatje aan te knopen over de vreugde van het hondenbezitter zijn. Het neemt Bommels achterdocht niet weg.

Als wij dan ook het woonerf uit draaien moet ik al mijn stuurmanskunst inzetten om ons tweeën in goede banen te leiden. Eerst scheer ik de stoep op, want direct het asfalt oprijden lukt niet. Om zeven uur ’s ochtends heeft een schraapmachine daar al de tanden ingezet. Bij een verlaging van de stoeprand kan ik uiteindelijk de weg op, glimlachend gade geslagen door twee verkeersregelaars. Omdat de verkeersregelaars bij een punt staan waar het asfalt nog in tact is en vrij van verkeer, kan Bommel er ongegeneerd de vaart in zetten. Ik ben een voorstander van het gewone fietsen, maar ik vrees dat onze manier van voortbewegen nogal van de norm afwijkt. Zonder dat ik hoef te trappen versnellen wij naar zeker 25 kilometer per uur. En ‘n zín dat die Bommel er in heeft!

Het flitst door mijn hoofd dat de wet op de dierenbescherming het gebruik van honden als trekdier verbiedt. Aj, er zal toch niet plotseling een BOA uit de struiken springen om mij te beboeten? Niet dus. Enkele honderden meters verderop vindt Bommel zelf gelukkig ook dat zó hard rennen nou ook weer niet hoeft. Hij vermindert vaart, maar de pedalen kan ik in ruststand houden.

Dutch Dog Doggy Ride

Een veilig gevoel heb ik níet, met die wildebras naast me. Dit experiment heeft als uitkomst dat fietsen met Bommel op een andere manier plaats gaat vinden. ’s Daags na ons fietsexperiment heb ik me vervoegd bij een winkel in dier benodigdheden om mij te laten voorlichten over een fietskar voor honden. Ik heb al enig voorwerk verricht en het advies in de winkel komt aardig overeen met wat ik zelf van te voren ook al heb vastgesteld. Ik toog huiswaarts met de Dutch Dog Doggy Ride. Het geheel is compact verpakt. Ik vind het toch altijd weer knap hoe ze zo’n ding zo plat in een doos krijgen. De eerste actie is de kar opbouwen zonder wielen en dissel, zodat hij in de woonkamer dienst kan doen als bench. De bench die normaal altijd in de woonkamer staat, heb ik tijdelijk verhuisd naar zolder. Dat zit zo.

Voorlopig mag dat hier op deze manier, maar …. wij zijn toe aan de volgende stap: fietsen!

Ik heb van verschillende berichten op internet geleerd dat ik niet meteen met Bommel in de Dutch Dog Doggy Ride moet gaan fietsen. Voor een hond is het achter de fiets meerijden in een soort huifkar een tegennatuurlijke bezigheid die voorzichtig moet worden aangeleerd om angst of weerzin te voorkomen. Forceren is uit den boze. Voorlopig lijkt geduld geboden, want Bommel bekijkt het ding achterdochtig. Ik gooi er een paar hondensnoepjes in en die weet hij er uit te vissen zonder ook zijn achterpoten in de Dutch Dog Doggy Ride te zetten. Na een paar dagen is zijn wantrouwen evenwel weg en nestelt hij zich genoeglijk op het kussen in de Dutch Dog Doggy Ride om een slaapje te gaan doen. Voor het moment is dat een prima tussenresultaat, maar … we zijn toe aan de volgende stap: fietsen!



Spannend wandelen (2)

Honden Posted on Mon, May 25, 2020 07:56:08

Van het Total station aan de Weg naar Eme naar de stoplichten aan de Den Elterweg liggen fietspad en voetpad broederlijk naast elkaar. Bommel en ik maken in deze tijden van Corona afwisselend van beide gebruik. Ik dicht mezelf het talent toe al van enige afstand te kunnen waarnemen of een tegenligger tot gepaste afstand bereid is. Als ik gebrek aan distantie vermoed, gaan wij aan de linkerkant van het fietspad lopen. Dat is wel altijd even uitkijken, want het kan soms druk zijn met fietsers, waarvan sommigen mij aankijken met een blik van “Wat moet jíj nou, er ligt toch ook een voetpad?”

Voor Bommel is het allemaal geen enkel probleem. Hij gaat gewoon mee. Tussen fietspad en autoweg ligt een brede berm. Aan mijn linkerkant begeleid ik hem door een stuk wilde natuur dat bestaat uit klaprozen, grassen, kruiden, eikenbomen en eikeltjes in verschillende stadia van ontbinding. Hij snuffelt er vrolijk op los met zijn mobiele onderzoekslaboratorium dat zijn enorme neus is. Als de persoon, die ik ontweken heb, is gepasseerd zoeken wij het voetpad weer op. Bommel vervolgt zijn biologische analyses in de rechterberm van het voetpad. Wat heb ik toch een flexibele hond. Zo nu en dan kraakt hij een eikeltje, een welkome aanvulling op zijn van huiswege verstrekte maaltijden.

Vlakbij is het ziekenhuis en verderop de oprit naar de Cortenoeverse brug. Er rijdt nogal eens een ambulance, een politieauto of soms zelfs een brandweerwagen met sirene. Daar moet Bommel niets van hebben. Het geluid is hem veel te verontrustend. Iedere eerste maandag van de maand beleef ik zijn verzet ook als de BB sirenes worden getest. Hij kijkt mij hulpeloos aan en laat zijn oogwit zien. Dat laatste is bij een hond een teken van opkomende boosheid. Hij blaft een paar keer nijdig en laat vervolgens een langdurig wolvengehuil horen. Hij kijkt passerende auto’s met sirene ongemakkelijk na. Het is echt aangrijpend om toe zien hoe ongemakkelijk hij zich voelt. Gemeente wagentjes met zwaailicht jagen hem ook schrik aan, maar sirenes zijn erger. Het geluid  gaat hem kennelijk door merg en been. Soms worden we ingehaald door een van het bureau komende politieauto met sirene, die vervolgens een stukje Den Elterweg neemt en dan de aanrijroute naar de Cortenoeverse brug op gaat. Dat betekent dat wij geruime tijd van het waarschuwingsgeluid mogen genieten. Bommel weet dan van geen ophouden. Ik stop meestal met wandelen, aai maar eens over zijn bol en spreek hem kalmerend toe.

“Je kan me wat,” lijkt hij te denken. “Ik vind er gewoon niks aan. Oe-oe-oe-oe-oe-oe-oe-oe.”

Maar meestal zijn er gelukkig geen sirenes.

Bij het stoplicht nemen wij het voetpad achterlangs de tennisbanen langs. Ook daar biedt een fietspad uitwijkmogelijkheden. Tussen beide paden ligt heerlijk veel groen. Ik heb het grote geluk in de zuidwijken van Zutphen te wonen, waar de bestuurders bij de planning vijftig jaar geleden kwistig met gemeentegroen zijn geweest. Toch hebben Bommel en ik ook in dit gebied het zelfde beleid. Vermoeden wij een non-distant persoon, dan steken wij naar het fietspad over. Soms banjeren wij daarvoor wel tien meter door het hoge gras van de brede tussenberm. Eenmaal op het fietspad is het uitkijken geblazen. Luid schreeuwende echte kerels in de kekke strakke pakjes van een fietssportclub kunnen plotseling voorbij razen. Wij zorgen er dan voor op tijd van het asfalt af te zijn. Wij willen nog langer blijven wandelen. Maar onderschat geëlektrificeerde seniorwielrijders niet. Sommigen lijken naar een snelheid te streven die in de buurt van hun leeftijd ligt. Nou ja grapje, maar te hard gaan ze wel. Is het voetpad weer leeg, voor zover te overzien, dan keren wij naar de veiligheid van het wandeldomein terug. Dit was mijn tweede verhaaltje over mijn dagelijkse vijf kilometer met Bommel en we zijn ongeveer een kilometer opgeschoten.



Spannend wandelen (1)

Honden Posted on Sat, May 23, 2020 06:50:05

Vrolijk ongeduldig kwispelstaartend staat Bommel ’s ochtends om negen uur bij de deur te wachten.

“Wanneer gaan we nou?” zegt hij zonder woorden.

Het is tijd voor ons dagelijkse rondje IJsseldijk.

Om te voorkomen dat ik de voordeur word uitgetrokken en het einde van de straat bereik in een door Bommel bepaalde snelheid, die veel hoger ligt dan de snelheid die ik aangenaam vind,  volg ik altijd een vast ritueel.

“Eerst je BH aan, Bommel,” zeg ik.

Zijn BH is een BorstHalsband, een tuigje, dat niet alleen om de hals gaat, maar ook om de borst. Alleen maar een halsband lijkt mij hachelijk bij  zo’n sterke hond. Als een kat ons pad kruist, kan hij ineens zo vooruit springen. Nekwervelondermijning als mede luchtpijpverwringing kunnen dan zo maar optreden.

Hij moet er eerst in stappen, zodat het opgehesen kan worden. Bommel heeft het er niet op. Ik leg het tuigje op de vloer en zeg:

“Stap er maar in.”

De flaporen recht omlaag wijzend kijkt hij naar de rode lus voor hem met een mengsel van verbazing en verzet. Ik pak zijn voorpoten en plaats ze in de lus, hetgeen hij zonder morren toelaat.

“Zo doen we dat,” zeg ik.

Als het tuigje dicht geklikt is, wuift hij mij vrolijk met de staart koelte toe. Dat zit wel goed, denk ik dan maar. Na het vastmaken van de riem hang ik het handvat aan de dichtstbijzijnde deurkrik.

“Zit,” zeg ik tegen Bommel en gedwee voert hij dat uit.

Het punt is, dat ik mijn jas ook nog aan moet. Pin ik Bommel niet vast op zijn plaats, dan begint hij uit puur enthousiasme over de aanstaande wandeling als een malloot rondjes om mij heen te draaien, zo snel dat ik er duizelig van word.

Als we allebei volledig in gereedheid zijn, open ik de voordeur. Een half jaar geleden spoot hij dan het pleintje op, met mij in vliegende vaart er achter aan. Dat heb ik hem kunnen afleren. Hij stapt nog steeds als eerste naar buiten, maar dan komt hij weer terug en gaat hij achter mij lopen. De spanning is er helemaal uit.

We lopen de straat op en meestal is er dan wel een buurman of buurvrouw die hij wil laten merken hem of haar de leukste buur van de wereld te vinden. Mijn buurt kent veel straatleven en daar geniet Bommel iedere keer weer van.

“Ha die Bommel,” groet menigeen.

Na het verlaten van het huis, heeft Bommel geruime tijd last van BOS, het BegroetingsOverdrijvingsSyndroom. Er zijn weinig mensen en dieren, waar hij niet door gaat accelereren. Op de hondengedrag training heb ik daar het volgende voor geleerd. Zo gauw Bommel persé een bepaalde kant op wil en daarvoor snelheid meerdert, keer ik onmiddellijk om en wandel ik in de tegenovergestelde richting. Het resultaat is, dat hij leert dat het op die manier nimmer lukt. Daar heb ik meen ik al een keer eerder over geschreven. Tegenwoordig is het nog vooral nodig in de eerste tweehonderd meter van onze wandeling. Eigenlijk gaat het daarna meestal goed. Maar die eerste tweehonderd meter blijft eigenlijk nog steeds een komische act voor heer en hond. Tegen de tijd dat wij er het heen en weer van krijgen, geraken we in het goede stramien. Wij kuieren het woonerf over in de richting van een zandpaadje waarlangs wij het fietspad van de Weg naar Eme bereiken. Na het benzinestation ligt er naast het fietspad een voetpad. Wij nemen er de tijd voor, want Bommel checkt snuffelend zijn honden WhatsApp die verspreid ligt over graspollen, lantaarnpalen, bosjes, struikjes, afijn alles waar een klein plasje tegen aan kan.

Ik probeer, zo veel als het maar mogelijk is, te voorkomen dat Bommel op het woonerf zelf aan het WhatsAppen slaat. Menigeen zal er niet van gediend zijn dat Bommel wat sap tegen schutting, tulpenbosje of ligusterheg sprenkelt. Mijn goede relaties in de buurt gaan voor Bommels berichtenverkeer.

Afijn, na een kwartier lopen wij langs de Weg naar Eme en dan moet de eigenlijke wandeling nog beginnen. Daarover een volgende keer.



HET 50+ BREIN

Lezen Posted on Sun, January 12, 2020 21:25:21

Met Kerst kreeg ik van mijn zoon het boek “HET 50+ BREIN” van de Tilburgse hoogleraar Professor dr. Sitskoorn. Niet dat mijn zoon zich zorgen maakt hoor. Hij weet dat ik actief in het leven sta en hij gaf het me omdat hij weet dat ik me erg voor het onderwerp interesseer. Het onderwerp “vitaal ouder worden” is mij niet helemaal onbekend, maar door dit boek te lezen heb ik er weer een aantal inzichten bij en enkele van mijn iets oudere inzichten zijn gerevitaliseerd. Ook kan ik constateren dat ik op de goede weg ben met een aantal van mijn activiteiten.

In haar boek beschrijf mevrouw Sitskoorn wat er verandert in de hersenen bij het ouder worden. In tegenstelling tot wat er vaak wordt aangenomen is het niet zo dat het brein alleen maar achteruit gaat. Wel is het zo dat ouderen langzamer gaan reageren, maar daar staat tegenover dat ze meer ervaring hebben en mede in verband hiermee meer overzicht. Ook de prefrontale cortex blijft zijn deuntje goed meespelen bij senioren, wat handig is bij planning.

De hersenen bepalen hoe ik me voel, wat ik denk, wat ik doe en hoe ik me ontwikkel. Omgekeerd is het zo dat wat ik doe en wat ik waarneem mede de structuur en de werking van de hersenen bepaalt. Mevrouw Sitskoorn noemt de hersenen een open systeem dat mede gevormd wordt door de informatie die binnen komt. Onder invloed van datgene waaraan ik me bloot stel en waaraan ik bloot gesteld word, komen er nieuwe hersencellen bij. Mijn nieuwe hersencellen hebben uitlopers die informatie ontvangen en uitlopers die informatie overdragen naar andere cellen. Tussen die cellen en uitlopers worden nieuwe verbindingen gemaakt. Daarbij worden verbindingen in de hersenen die regelmatig gebruikt worden, omdat ik vaak aan dezelfde informatie word bloot gesteld of vaak hetzelfde doe, sterker. Verbindingen die ik niet (meer) gebruikt worden zwakker of verdwijnen helemaal. Al deze processen bepalen hoe mijn hersenen zich vormen en hoe mijn hersenen werken. Hoe mijn hersenen zich vormen en werken bepaalt weer wie ik ben. Daarmee beïnvloed ik mijn omgeving of ik kies bijvoorbeeld voor een andere omgeving. Dat heeft vervolgens weer invloed op mijn hersenen, enzovoorts.

Wie denkt in stereotyperingen over het ouder worden, zal dus ook sneller echt oud worden. Wie zich er van bewust is dat hij door de juiste keuzes te maken jong kan blijven zal ook langer jong blijven. Ook hier is natuurlijk onderzoek naar gedaan. Het is zelfs gebleken dat mensen die op jongere leeftijd zeer negatieve stereotypische gedachten over ouderen hadden, een grotere kans hebben op hartziekten als ze zelf oud zijn.

In het hoofdstuk “Comfortzone” beschrijft mevrouw Sitskoorn het verzet dat in mensen opwelt als ze worden uitgedaagd nieuwe dingen te doen. Vaste gewoontes zijn heel krachtig en voelen veilig, maar nieuwe dingen doen is goed voor de hersenen. Vaak is er angst om iets nieuws te doen en verzinnen mensen dan oneigenlijke redenen om niet te hoeven. Een van de vaak gebruikte smoezen is “geen tijd” of “te druk”. Als er zich iets nieuws aan dient ontstaan er negatieve gevoelens en het in de schulp kruipen – in de comfortzone – biedt schijnveiligheid. Steeds hetzelfde doen en het zelfde voelen versterkt voortdurend de paden in de hersenen die aan dit gedrag ten grondslag liggen. Het vergemakkelijkt daardoor continuering van vaste patronen in denken en voelen.

Mevrouw Sitskoorn adviseert de lezer na te gaan welk gedrag hij of zij vertoont bij het overschrijden van de grenzen van de comfortzone. Stil worden of overschreeuwen? Vluchten in smoezen, zoals te druk of te oud? Mensen die nieuwe dingen ondernemen bespotten? Heel hard aan het werk gaan met vaste klussen?

Als u weet, schrijft mevrouw Sitskoorn, wat uw reactie is op dingen die buiten uw comfortzone liggen, kan dat heel inzichtelijk zijn. U kunt de reactie dan namelijk leren herkennen voor wat die is: gewoon een beetje angst, een beetje weerstand tegen iets nieuws. Die gevoelens zijn namelijk niet alleen maar negatief. Ze vertellen u ook iets positiefs, namelijk: nieuwe ervaring in het verschiet! Nieuwe kansen om te proeven, te ruiken, te zien en te voelen. Maar we moeten die kansen juist grijpen. We moeten ontdekken en ons ontwikkelen en daardoor nieuwe verbindingen binnen en buiten ons hoofd maken.

Dit is slechts een greep uit de rijke tekst die mevrouw Sitskoorn ons biedt in haar boek HET 50+ BREIN. Het is een boek dat zich zeker leent voor herlezing. Een aanrader!



Fietsend het jaar in

Fietsen Posted on Mon, January 06, 2020 21:24:43

Rond de jaarwisseling brengt mijn vrouw mij de NPO website onder ogen met daarop de aankondiging van de jaarlijkse fietsuitzending door Radio 1, editie 2020. Het zal een live radioprogramma worden over trends en ontwikkelingen in het gewone fietsen. Ik ben voorstander van het gewone fietsen en op zaterdagavond 4 januari 2020 kan ik van 19.00 tot 22.00 uur dus mijn hart ophalen.

De makers zijn op zoek naar de mooiste fietsverhalen. Heb jij een mooi fietsverhaal? Iets spannends, ontroerends of bijzonders? Boos over je mede weggebruikers? Blij met de strooidienst? Toch wat bang om de drukke weg op te gaan? Laat het ons weten! Mail het. Schrijf je telefoonnummer erbij, zodat we je kunnen bellen. Wie weet kom jij dan op 4 januari in de uitzending! Nou heb ik maar één fietsverhaal, dus dat is meteen mijn mooiste. Die zal ik insturen. Het is het verslag van mijn fietstocht van Zutphen naar Nijmegen en weer terug.

In de radio uitzending, die live is te volgen op internet, is veel aandacht voor het gewone fietsen. De racefietsers en de mountainbikers komen wel aan bod, maar dan vooral als veroorzakers van overlast. Het gewone fietsen, naar werk en school, om boodschappen te doen en voor recreatief gebruik, wordt gepropageerd niet alleen als oplossinkje voor klimaatproblemen, maar vooral omdat het zo gezond is en … humeur bevorderend. De mooie verhalen die in de uitzending worden verteld waren weliswaar echt mooie verhalen, maar erg gewoon vind ik ze niet. Fietsen in China, fietsen naar de Middellandse Zee, de fiets mee in het vliegtuig naar Amerika: zo vaak komt dat nou ook weer niet voor. Maar verder vind ik dat de makers er een leuke uitzending van hebben gemaakt.  

Het gewone fietsen doe ik om boodschappen te doen, bezoekjes af te leggen of om het station te bereiken. Mijn erg gewone, maar oerdegelijke Batavus Winner gebruik ik ook voor een toertocht van huis uit. Zonder elektrische aandrijving, zonder versnelling, zonder handremmen en zonder vliegtuig heb ik erg leuke fietst tochten. In mijn eentje of in gezelschap.

Het googelen van de zoekterm fietsen vanuit zutphen brengt me bij de website www.fietsnetwerk.nl . Er staan ongeveer 80 fietsroutes die te doen zijn vanuit Zutphen. Bedenk dat het landschap er ieder seizoen anders uit ziet en plotseling zijn het er 320. Bovendien zijn sommige zo lang dat ze niet in één dag te doen zijn. Kortom als je wekelijks fietst heb je zeven jaar nodig om alles af te werken en daarna kun je weer op nieuw beginnen.

Op www.fietsnetwerk.nl worden de fietstochten aangeboden in de vorm van  fietsknooppuntenroutes. Ik kies Rondom de Hanzesteden. Het is nr. 14 uit een hele reeks fietstochten vanuit verschillende steden langs de IJssel. Ik download de beschrijving die ik op mijn telefoon zet. Bovendien print ik een overzicht van de fietsknooppunten om op het tasje aan mijn fietsstuur te bevestigen. Zondagochtend om half tien ben ik er klaar voor!

De knooppunten volgorde op het tasje

Een van de fietsknooppunten ligt niet ver bij ons vandaan: Den Elter aan de N345. Als ik daar naar toe fiets over de IJsseldijk spied ik, of er een ooievaar te spotten is, want in het gebied Bronsbergen houdt zich een club van deze vogelsoort op. Dankzij het opbouwwerk van een vogelliefhebber uit Gorssel is de regio rondom Zutphen gezegend met een indrukwekkende en unieke kolonie ooievaars, waarvan er zich hier een groep bevindt. Volgens berichten die ik heb gelezen zouden veel ooievaars overwinteren, maar helaas zien de nesten er verlaten uit. In het voorjaar zal het hier weer druk zijn met deze bijzondere vogels. Alleen al vanwege de ooievaars is het maken van deze fietstocht in voorjaar en zomer de moeite waard.

De route leidt mij door Vierakker. Vierakker is een dorp met 250 inwoners verspreid over een zeer groot gebied. Wie oog voor detail heeft, valt een historisch gebouwtje op, de Vliegehoek. Dit coöperatieve diepvrieshuis staat tussen boerderij De Vlieg en een burgerwoning. Zestig jaar geleden werden overal in Nederland diepvrieshuisjes gebouwd. Huisslachting kwam in die tijd vaak voor. Diepvriezers zoals wij die nu kennen waren er nog niet. Ook buurtbewoners uit Vierakker namen in 1959 het initiatief tot een diepvrieshuis.

Nu is De Vliegehoek één van de laatste nog werkende coöperatieve diepvriesinstallaties in Nederland, met 55 leden. Ook al is de huisslachting verdwenen, zelf geteelde groenten en fruit zijn duidelijk weer in opkomst.

Om de historische diepvries volgens de huidige eisen draaiende te houden moest enige tijd geleden een nieuwe installatie worden ingebouwd. Met de investering van een nieuwe invriesinstallatie en het verbeteren van het hang- en sluitwerk en nieuw schilderwerk was zo’n tienduizend euro gemoeid. Het kostte weinig moeite om de plaatselijke bevolking zo ver te krijgen dit bedrag op te brengen.

Bij timmerbedrijf Besselink leidt de route ons naar links en aan het eind van de weg naar rechts de Koekoekstraat in. Bij knooppunt 87 ga ik verrassenderwijs naar rechts een pad in dat ik denk nog niet te kennen, maar dat valt mee. Na een tijdje kom ik bij een sluis die ik al eerder gezien heb.

afb. 3: bij Het Groene Kanaal

afb. 4: bij het Groene Kanaal

Het pad eindigt uiteindelijk bij de Sint Willebrordskerk, de katholieke kerk van Vierakker. Het aanpalende Wichmond heeft een protestantse kerk. Deze staat aan een leuk straatje zoals dat waarschijnlijk in de jaren vijftig er waarschijnlijk ook al heeft gelegen. Zwiebertje en Saartje zouden zo langs kunnen komen lopen. Heel charmant. Je moet er alleen heel even van de officiële route voor afwijken.

afb. 5: bij Het Groene Kanaal

Mijn gewone stadsfiets rijdt me er moeiteloos langs. Mijn enthousiasme voor deze fiets duurt onverminderd voort. Hij trapt heel licht, zonder versnelling of elektromotor.

afb. 6: Kasteel Vorden

Dan volgt er een stuk met vele laantjes omzoomd door beuken. Verrassend is het plotselinge uitzicht in de verte op Kasteel Vorden. Als je de fietsroute volgt krijg je het van verschillende zijden te zien. Daarna het mooie dorp Vorden in. Op deze zondagochtend klinkt gezang vanuit de protestantse kerk. Let op dat je de afslag niet mist. Na knooppunt 86 leidt de burgemeester Galleestraat je uit de dorpskern weg naar het volgende kasteel. Eerst moet daarvoor een pad worden genomen dat, door schots en scheef liggende grote keien, nogal heftig is. Ik geef er de voorkeur aan, op dit kleine zijpaadje van de Almenseweg, naast de fiets te lopen. Als het steenpad overgaat in een bolle weg zie ik in de verte Kasteel Den Bramel.

afb. 7: Kasteel Den Bramel

Al snel daarna fiets ik, via een brugje over de Berkel en een smal fietspad, het mooie dorpje Almen in. Ook hier is het charmante jaren vijftig karakter behouden gebleven. In Almen bevindt zich hotel restaurant De Hoofdige Boer dat genoemd is naar een gedicht van A.C.W. Staring:

Elk weet waar ‘t Almens kerkje staat

en kent de laan die derwaart gaat.

Een duiker perst daar onder ‘t spoor

zijn schuim tot in de Berkel door:

al golft rondom de wintervloed,

men komt ter preek met droge voet.

De rest kan men vinden op internet: klik

Afb. 8: De Staring Koepel. Foto komt van Wikimedia. Duidelijk een andere jaargetijde …

Na het oversteken van het Twente Kanaal kom ik op een zandpad over de dijk die me terug in de richting Zutphen stuurt. Gelukkig ligt er een smalle geasfalteerde strook naast het zandpad. Rijkswaterstaat heeft er een streng bordje naast geplaatst: de weg is toegankelijk voor fietsers, maar verder verboden toegang. Ik zal proberen niet af te stappen. Vlakbij de sluizen van Eefde liggen binnenvaartschepen te dommelen in de Zondagsrust. Ik word gedwongen tot een kleine omweg vanwege een grootscheepse renovatie aan het sluizencomplex. Zodoende kom ik langs het scoutinghuis aan de Boedelhofweg. Ooit kwam ik hier ieder zaterdagmiddag. Mijn tweede dochter beleefde hier jarenlang gelukkige zaterdagmiddagen.

Met een omweg passeer ik toch de brug over de sluizen en dan gaat het weer richting Zutphen. Twintig minuten later arriveer ik thuis met ongeveer 40 kilometer in de fietsbenen. Ik vind deze fietstocht een aanrader!



Next »