Blog Image

KLEINSCHEEPS

Duinhotel Burgh Haamstede

Honden, Schouwen-Duiveland Posted on Wed, September 11, 2019 12:30:17

Hieronder een stukje dat ik schreef naar aanleiding van een bezoek aan Het Duinhotel Burgh Haamstede in 2017. Wij overnachtten met een midweek arrangement in het gezelschap van – toen nog – ons hondje Doris. 

Als wij de benzinepomp bij Serooskerke gepasseerd zijn, controleren wij altijd even of op de dijk in de verte de Plompe Toren er nog staat. Hij heeft ons nog nooit in de steek gelaten. Trouw houdt hij in weer en wind de wacht over het verdwenen dorp Koudekerke.

Eigenlijk is de autorit vanaf hier naar het zweefvliegveld het mooiste gedeelte van onze midweek in Het Duinhotel, want alles moet nog beginnen.

Duinhotel Burgh Haamstede

Na de incheck bij de vriendelijke receptie brengen wij onze spullen naar de ruime kamer en ondernemen dan bij voorkeur direct, met ons hondje, onze eerste wandeling in het omringende natuurgebied. Het weidse uitzicht vanaf het hotel over het zweefvliegveld vraagt ons eropuit te trekken.

Onze eerste wandeling gaat steevast naar het Westen, langs de rand van het zweefvliegveld dat eigenlijk een soort van landschapspark is. Soms lopen we met de Zon aan onze linkerzijde, soms kleurt de avondhemel al rood als we op weg gaan. In de winter heerst de stilte over het reusachtige veld, in de zomer wordt verderop aan een lier zo nu en dan een zweefvliegtuig omhoog getrokken.

Aan het eind van het veld doorkruist het zandpad een gebied met ruige weilanden waarin oerrunderen tussen de struiken hun kostje bij elkaar scharrelen. Tuinen om jaloers op te zijn en bosjes duinvegetatie wisselen elkaar af. Het leidt ons uiteindelijk naar een stenen pad de duinen op. Als we over onze rechterschouder kijken zien we in de verte de vuurtoren, die we iedere keer wel zouden willen fotograferen, want het licht is steeds anders. De Vuurtoren van Schouwen is de vuurtoren die op het laatste biljet van 250 gulden staat afgebeeld. Het is echt een klassieke vuurtoren zoals je je een vuurtoren voorstelt. Hij werd gebouwd in 1837 en is samen met die van Ameland de hoogste van Nederland. Toen onze kinderen nog jong waren had mijn tweede dochter bij een van onze bezoeken aan dit gebied haar zinnen gezet op een legpuzzel van deze vuurtoren. Ze heeft hem indertijd twee keer gelegd en daarna hebben de stukjes in een doos liggen wachten op hergebruik. Op een regenachtige vakantiedag in 2016 heeft ze de puzzel opnieuw gemaakt en tot mijn grote vreugde dit jaar weer. Van internet kon ik een scan van een 250 gulden biljet downloaden die tot op posterformaat kon worden afgedrukt. Ik heb de afmetingen bescheiden gehouden en de vuurtoren hangt nu te pronken aan een muur in ons huis.  

Wat mij betreft het mooiste Nederlandse bankbiljet

Wij wandelen voort. Dan, bijna bovenop het duin, zien we door een laagte de zee. De zee trekt zo, dat hij iedere keer alle beslommeringen doet vergeten. Nog een paar stappen en we kijken uit over duin, hemel, strand en zee. Het gekke is dat dat ook weer iedere keer anders is. Wind en water werken het zeelandschap voortdurend om en ook hier is het licht iedere keer anders. En dan die wolken! Het verveelt nooit.

Wij slaan af in noordelijke richting tot aan het eerste strandpaviljoen waar we, als het even kan, iets drinken. Dan gaan we een van de duinpaden weer op langs een schitterend natuurgebied, de Verklikkerduinen. Deze duinen ontlenen hun naam aan een waarschuwingslicht voor de scheepvaart dat er stond opgesteld, de zogenaamde verklikker. De volgende geleerdheid heb ik van de site van het VVV. 

Paraboolduinen – Math is everywhere 😍

De Verklikkerduinen zijn “jonge“ duinen. In de middeleeuwen werd zand van bestaande duinen landinwaarts geblazen, zo ontstonden halfrond lopende duinen, de zogeheten paraboolduinen. De wind blies het zand tot aan het grondwater weg waardoor er natte duinvalleien vol bloemen ontstonden. 
Er zijn drie, goed onderhouden, natte duinvalleien; de buitenverklikker, de binnenverklikker en het konijnencircus.
De vorming van nieuwe jonge duinen houdt nog steeds aan en de valleien zijn nog steeds nat. Deze duinen zijn vooral rijk aan bloemen en zeldzame planten zoals het groenknolorchis met haar groene bloemen, de wit bloeiende parnassia en het lilabloeiende duizendguldenkruid. 
De vallei is erg gewild bij de konijnen, de salamanders en de libellen. 
Het konijnencircus is de bijnaam voor één van de valleien waarop de konijnen vroeger nog talrijker aanwezig waren. De ronde vorm doet denken aan een circuspiste en dit is een plek waar je deze diertjes nog steeds kunt aantreffen.


Het natuurgebied is afgesloten voor publiek. Je mag er alleen maar naar kijken, maar erin komen niet. We lopen het duin uit tot we bij de Torenweg zijn die ons terug leidt naar het Duinhotel. 

Omdat we een hondje bij ons hebben, eten we altijd op de hotelkamer en dat is voor het servicegerichte personeel geen enkel probleem.

Als het vroeg donker is, blijven we ‘s avonds in het gezellige hotel en bij zomerdag trekken we er na het eten nog op uit. 

Sommigen van onze collega’s gaan skeeleren in Amerika en anderen lopen de marathon van Sydney. Je hebt mensen die pas tevreden zijn als de kilometerteller van hun auto er in één vakantie tienduizend bij gedraaid heeft. Je kunt het zoeken in Voor-Azië of in Zuid-Soedan.

Maar wij vinden het gewoon hier: Burgh Haamstede.



Je verzint het niet

Honden Posted on Wed, September 11, 2019 08:42:08

’s Avonds rond tien uur is het uit met de pret, 

want dan gaat ons hondje Bommel naar zijn bed

Bommels bed is de bench in de slaapkamer. Wij houden niet van opsluiten, maar voorlopig gaat ’s nachts het deurtje van de bench wel  dicht. Bommels jeugdige onstuimigheid is van dien aard dat er anders voor ons van slapen ’s nachts niet veel terecht zou komen. Als hij vrij zou mogen rondlopen zou hij, zo gauw wij liggen, boven op ons springen. Boven op ons … zwiepend met zijn staartje en met een opgeruimde blik in de ogen, zo van: de komende uren ga ik stampen, hijgen, blaffen, bijten, rollen, dollen, rennen, draaien, scheten, springen, keren, lopen, dansen, vallen en weer opstaan. Dat verdraagt een ouder wordend echtpaar meestal wel overdag, maar zeker niet ’s nachts.

Ons vorig hondje Doris was na verloop van tijd zo volwassen dat ze rustig, zonder bench, op haar plaatsje ging liggen en lekker sliep tot de volgende ochtend. Wel kwam ze ’s nachts soms even controleren hoe het met ons ging. Als ik even wakker was gaf ik haar dan een aai over de bol en dan ging ze weer op haar kussen liggen. Slechts één keer had ik een bedenkelijke ervaring: ik werd wakker met de punt van een hondenneus tegen mijn mond aan, die waarschijnlijk open heeft gestaan, hetgeen Doris als een uitnodiging tot nader onderzoek heeft ervaren.

Terug naar Bommel. Maandagavond schoot hij vlak voor dat hij de bench in ging onder een stoel en kwam met twee sokjes in de bek er weer onder vandaan. Iets soortgelijks is al vaker gebeurd. Wij zijn met dit bedenkelijke verschijnsel min of meer vertrouwd. Onze vorige hond was ook een sokkenfetisjist en Bommel heeft in zijn korte leven al een waar talent ontwikkeld om bliksemsnel dit obscure object de desire te pakken te krijgen. 

Als Bommel iets echt wil, is hij eigenlijk altijd sneller dan wij. Wij lopen achter de feiten aan. Wel lukt het ons eigenlijk altijd om de sok of sokken weer uit de bek terug te toveren. Deze keer was Bommels behoudzucht groter dan onze toverkracht. Met een paar ferme slikbewegingen verdween het sokkenpaar in zijn slokdarm. 

Daar hadden wij niet van terug. Een slokje op, dat kennen wij, maar een sokje … Wij wisten niet wat te doen. Wij vroegen ons af of katoenen sokken zouden oplossen in hondenmaagzuur. Het maagzuur van Bommel moet wel van een vreselijke kwaliteit zijn, gezien de bedenkelijke zaken die regelmatig naar binnen gaan tijdens wandelingen in de buurt, door bos en door veld. Wij vroegen ons af of sokken voor maagpijn zouden gaan zorgen. Wij vroegen ons van alles af en wij wisten de antwoorden niet. Hondenmagen zijn sterk. Wij besloten maar af te wachten.

De volgende ochtend heb ik onze leuke dierenarts gebeld. Zij bood ons de volgende opties:

– Niets doen met de kans dat de sokken, of delen daarvan, van de maag naar de darmen zouden verhuizen. Dat laatste was misschien al gebeurd. Opstoppingen kunnen dan ontstaan, met een operatie als noodzakelijke consequentie.

– Bommel laten braken. Het beste is het om dat binnen anderhalf uur na inslikken te laten plaatsvinden, vóór doorverhuizing van de sokken naar de darmen. Maar ja, dat was niet gebeurd. Toch … wellicht dat de sokken de maag als semipermanent domicilie hadden gekozen en kon de anti-peristaltische beweging de oplossing zijn.

Voor mijn geestesoog doemde een scenario op waarin ik Bommel in huiselijke sfeer tot braken zou moeten bewegen door vinger in de keel of iets van dien aard, maar de dokter stelde me gerust. Daar waren tegenwoordig geciviliseerde methodes voor bedacht.

Bommel en ik spoedden ons naar de praktijk alwaar een spuitje in de nek het proces inleidde. Na enkele minuten zakte hij, in een voor ons speciaal gereed gemaakt kamertje, door de poten met een Hare Krishna blik in de ogen. Keurig wezen zijn vier lange stelten ieder een windrichting aan. Na enige innerlijke opstuwingen floepte de eerste sok er uit in een bedje van hondenbrokkenbraaksel. Deze keer was ik er supersnel bij om Bommel terug te trekken, want ik weet dat meneer het zonde vindt om etensresten weg te gooien. De vriendelijke stagiaire heeft behulpzaam de sok onder de kraan afgespoeld. Bommel was in een gulle bui en al snel kwam de tweede sok er achter aan, soortgelijk omhuld in een maaltijdsaus als de eerste. De dierenarts die even kwam kijken en de stagiaire en de assistente en ik putten ons uit in het geven van complimenten die door Bommel enigszins groggy werden ontvangen.

De dokter gaf een spuit om de werking van de eerste spuit te neutraliseren zodat Bommel weer mocht ophouden met braken. Dat was wel zo fijn. Op een lekker zacht kussentje mocht onze jonge vriend tot zich zelf komen na een bijzonder avontuur. De sokjes kreeg ik mee in een plastic draagtas voor in het Bommelmuseum, na wassing natuurlijk. 

Eenmaal weer thuis sjokte Bommel naar zijn mand om op zijn avonturen te reflecteren. Tegen twaalven liep hij naar zijn etensbak, waar vandaan hij me met een doordringende, niet mis te verstane, blik fixeerde. Op advies van onze leuke dierenarts heb ik hem eerst maar eens een klein hapje gegeven. In de loop van de middag volgden nog vele kleine hapjes, want op een lege maag kun je niet … stampen, hijgen, blaffen, bijten, rollen, dollen, rennen, draaien, scheten, springen, keren, lopen, dansen, vallen en weer opstaan.