’s Avonds rond tien uur is het uit met de pret, 

want dan gaat ons hondje Bommel naar zijn bed

Bommels bed is de bench in de slaapkamer. Wij houden niet van opsluiten, maar voorlopig gaat ’s nachts het deurtje van de bench wel  dicht. Bommels jeugdige onstuimigheid is van dien aard dat er anders voor ons van slapen ’s nachts niet veel terecht zou komen. Als hij vrij zou mogen rondlopen zou hij, zo gauw wij liggen, boven op ons springen. Boven op ons … zwiepend met zijn staartje en met een opgeruimde blik in de ogen, zo van: de komende uren ga ik stampen, hijgen, blaffen, bijten, rollen, dollen, rennen, draaien, scheten, springen, keren, lopen, dansen, vallen en weer opstaan. Dat verdraagt een ouder wordend echtpaar meestal wel overdag, maar zeker niet ’s nachts.

Ons vorig hondje Doris was na verloop van tijd zo volwassen dat ze rustig, zonder bench, op haar plaatsje ging liggen en lekker sliep tot de volgende ochtend. Wel kwam ze ’s nachts soms even controleren hoe het met ons ging. Als ik even wakker was gaf ik haar dan een aai over de bol en dan ging ze weer op haar kussen liggen. Slechts één keer had ik een bedenkelijke ervaring: ik werd wakker met de punt van een hondenneus tegen mijn mond aan, die waarschijnlijk open heeft gestaan, hetgeen Doris als een uitnodiging tot nader onderzoek heeft ervaren.

Terug naar Bommel. Maandagavond schoot hij vlak voor dat hij de bench in ging onder een stoel en kwam met twee sokjes in de bek er weer onder vandaan. Iets soortgelijks is al vaker gebeurd. Wij zijn met dit bedenkelijke verschijnsel min of meer vertrouwd. Onze vorige hond was ook een sokkenfetisjist en Bommel heeft in zijn korte leven al een waar talent ontwikkeld om bliksemsnel dit obscure object de desire te pakken te krijgen. 

Als Bommel iets echt wil, is hij eigenlijk altijd sneller dan wij. Wij lopen achter de feiten aan. Wel lukt het ons eigenlijk altijd om de sok of sokken weer uit de bek terug te toveren. Deze keer was Bommels behoudzucht groter dan onze toverkracht. Met een paar ferme slikbewegingen verdween het sokkenpaar in zijn slokdarm. 

Daar hadden wij niet van terug. Een slokje op, dat kennen wij, maar een sokje … Wij wisten niet wat te doen. Wij vroegen ons af of katoenen sokken zouden oplossen in hondenmaagzuur. Het maagzuur van Bommel moet wel van een vreselijke kwaliteit zijn, gezien de bedenkelijke zaken die regelmatig naar binnen gaan tijdens wandelingen in de buurt, door bos en door veld. Wij vroegen ons af of sokken voor maagpijn zouden gaan zorgen. Wij vroegen ons van alles af en wij wisten de antwoorden niet. Hondenmagen zijn sterk. Wij besloten maar af te wachten.

De volgende ochtend heb ik onze leuke dierenarts gebeld. Zij bood ons de volgende opties:

– Niets doen met de kans dat de sokken, of delen daarvan, van de maag naar de darmen zouden verhuizen. Dat laatste was misschien al gebeurd. Opstoppingen kunnen dan ontstaan, met een operatie als noodzakelijke consequentie.

– Bommel laten braken. Het beste is het om dat binnen anderhalf uur na inslikken te laten plaatsvinden, vóór doorverhuizing van de sokken naar de darmen. Maar ja, dat was niet gebeurd. Toch … wellicht dat de sokken de maag als semipermanent domicilie hadden gekozen en kon de anti-peristaltische beweging de oplossing zijn.

Voor mijn geestesoog doemde een scenario op waarin ik Bommel in huiselijke sfeer tot braken zou moeten bewegen door vinger in de keel of iets van dien aard, maar de dokter stelde me gerust. Daar waren tegenwoordig geciviliseerde methodes voor bedacht.

Bommel en ik spoedden ons naar de praktijk alwaar een spuitje in de nek het proces inleidde. Na enkele minuten zakte hij, in een voor ons speciaal gereed gemaakt kamertje, door de poten met een Hare Krishna blik in de ogen. Keurig wezen zijn vier lange stelten ieder een windrichting aan. Na enige innerlijke opstuwingen floepte de eerste sok er uit in een bedje van hondenbrokkenbraaksel. Deze keer was ik er supersnel bij om Bommel terug te trekken, want ik weet dat meneer het zonde vindt om etensresten weg te gooien. De vriendelijke stagiaire heeft behulpzaam de sok onder de kraan afgespoeld. Bommel was in een gulle bui en al snel kwam de tweede sok er achter aan, soortgelijk omhuld in een maaltijdsaus als de eerste. De dierenarts die even kwam kijken en de stagiaire en de assistente en ik putten ons uit in het geven van complimenten die door Bommel enigszins groggy werden ontvangen.

De dokter gaf een spuit om de werking van de eerste spuit te neutraliseren zodat Bommel weer mocht ophouden met braken. Dat was wel zo fijn. Op een lekker zacht kussentje mocht onze jonge vriend tot zich zelf komen na een bijzonder avontuur. De sokjes kreeg ik mee in een plastic draagtas voor in het Bommelmuseum, na wassing natuurlijk. 

Eenmaal weer thuis sjokte Bommel naar zijn mand om op zijn avonturen te reflecteren. Tegen twaalven liep hij naar zijn etensbak, waar vandaan hij me met een doordringende, niet mis te verstane, blik fixeerde. Op advies van onze leuke dierenarts heb ik hem eerst maar eens een klein hapje gegeven. In de loop van de middag volgden nog vele kleine hapjes, want op een lege maag kun je niet … stampen, hijgen, blaffen, bijten, rollen, dollen, rennen, draaien, scheten, springen, keren, lopen, dansen, vallen en weer opstaan.