Op 1 januari 2020 stap ik om negen uur ’s ochtends op mijn Batavus Winner voor een Nieuwjaars-fietstocht Van Zutphen naar Nijmegen. “Wees voorzichtig,” heeft Google Maps mij voor vertrek nog gewaarschuwd, “Fietsroutes komen niet altijd overeen met werkelijke omstandigheden.” 

Wat zou me te wachten staan? Ik weet het niet. Mijn uitgezette fietsroute kán overeen komen met werkelijke omstandigheden, maar het hoeft kennelijk niet. Misschien tref ik wel onwerkelijke omstandigheden aan en wat moet ik dan? Op deze manier wordt een fietstocht van Zutphen naar Nijmegen, behalve leuk, ook een beetje spannend …

Nou ja, hihi, het zal wel mee vallen. Ik verwacht dat het vooral mooi, ontspannend en sportief gaat zijn.

De Batavus Winner

Vanaf winkelcentrum De Brink ben ik snel bij de Cortenoeverse brug over de mooiste rivier van Nederland, De IJssel. Als er mist op het water hangt ben je echt in de wolken als je daar over heen fietst. Maar vandaag ruikt de mist nog naar kruitdamp. Het stof van het vele vuurwerk is in de loop van gister -dag en -avond gaan fungeren als condensatiekernen van de vele waterdamp in de lucht, heb ik gehoord. Het zal wel optrekken. In de heerlijke rust van de vroege Nieuwjaarsdag, als een groot deel van Nederland brak en beroerd op bed ligt, suis ik fris en fruitig over het fietspad vanaf de brug naar beneden.

Het rivierduin Cortenoever ligt langs de binnenbocht van een IJssellus. Ik volg de rechte weg die aan de andere kant van het gebied ligt en gewoon  Cortenoeverseweg genoemd is. Daar wordt door auto’s vaak hard gereden, zoals op zo veel landweggetjes, maar vandaag nog even niet. Na Brummen gaat de Cortenoeverseweg over in de Bronkorsterweg, vanwege het dichtbij zijnde veer naar het charmante kleine stadje Bronkhorst. 

Aan mijn linkerkant schijnt door de nevel de Zon, over IJssel en uiterwaarden. Normaal fiets je langs de weg tussen Leuvenheim en Dieren met autolawaai in de oren, maar op deze vroege nieuwjaarsochtend heerst er een serene rust die slechts zo nu en dan door een passerend voertuig wordt verstoord. 

Het fietspad leidt me door het mooie Oud Dieren. Dat is het oorspronkelijke dorp dat tegen de IJssel aan ligt en door spoorlijn en snelweg rigoureus gescheiden werd van Nieuw Dieren, waar onder andere de Gazelle fabriek staat. De Gemeente Rheden heeft ten behoeve van de snelweg een tunnelbak aangelegd, waardoor Oud Dieren sinds vorig jaar weer meer verbondenheid heeft met Nieuw Dieren. Hier en daar manoeuvreer ik tussendoor hopen vuurwerkafval, maar dat is de enige dissonant, want de mooie huizen en huisjes wedijveren in bekoring met elkaar. Ik passeer de beeldbepalende toren van de voormalige neogotische katholieke kerk Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopneming. De kerk is afgebroken in verband met de zwakke bouwkundige staat, maar de toren mocht blijven dankzij actie van de omwonenden. Langs middelbare school Het Rhedens rij ik nog zo’n uniek stukje IJsselstreek binnen: Het Hof van Dieren. Achter de tuinmuren stond ooit een jachtslot van de Oranjes. Nu is er een wijngaard en een kwekerij gevestigd. Hoge beuken geven het geheel een majestueus cachet.

Via Ellecom kom ik op de Middachter Allee, die verwijst naar kasteel Middachten, waar ooit de authentieke Commissaris van de Koningin Mollie Geertsema kasteelheer was. Niet minder authentiek is de schrijver Simon Carmiggelt van wie een bronzen beeld tegenover het gemeentehuis van Rheden is geplaatst. Carmiggelt zit er naast zijn vrouw op een bankje een boek te lezen. Zo herinneren de bewoners zich de geliefde schrijver, die zijn roots in de IJsselstreek had.

Ik moet nu echt een weggetje richting IJssel vinden, want mijn routebeschrijving op Goolge Maps belooft een prachtige passage van Arnhem achterlangs verkeersplein Velperbroek. Die vind ik gelukkig na enig zoeken. Bij een viaduct onder de N345 maak ik een praatje met twee dames die mij bevestigen dat ik de goede kant op ga als ik Velperbroek links wil passeren. 

“Fietst U vooral bovenop de dijk”, adviseren ze mij, “het uitzicht is daar prachtig.”

“Ja”, zeg ik, “ik ken de IJssel. Dagelijks maak ik er een wandeling langs met mijn hond.”

“En wat heeft U dan wel voor een hond?”

“Een Heidewachtel”, zeg ik.

“Een Heidewachtel? Ik had vroeger ook een Heidewachtel. Wat zijn ze lief en vrolijk, hè?”

“Het zijn echte vrienden”, vind ik echt.

Dan wordt het weer tijd om verder te gaan. Na een hartelijke groet wederzijds kom ik weer op gang. Enkele loodsen voorbij opent het landschap zich plotseling voor me. In de verte ligt de brug van de A12 over de IJssel. De Broekdijk leidt mij er heen. Na de onderdoorgang vervolg ik mijn weg over de Schaapdijk. Bij van alle autoritten die ik over de iets verderop gelegen N325 heb gemaakt, is het nooit in me opgekomen dat achter het bedrijventerrein nog een leuk stukje Hollands landschap ligt. In de rivier zijn verschillende binnenvaartschepen aangemeerd om in rust Nieuwjaarsdag te vieren. 

De Schaapdijk brengt me bij voormalig Fort Westvoort, dat de toegang tot de oprit naar de Andrej Sacharov brug lijkt te bewaken. Na de brug komt Huissen en ik zou graag vanaf Huissen naar het RijnWaalpad willen gaan, maar er blijkt daar naar toe geen bewegwijzering. Wel staan er in Huissen nog enkele fietsroutebordjes met “Nijmegen” erop die mij langs verschillende woonerven voeren, maar dan houdt het op. Ik besluit richting Elst aan te houden omdat ik dan ooit het snelfietspad zou moeten kruisen.

De benen beginnen moe te worden. Als ik de oprit van een van een viaduct moet nemen, besluit ik af te stappen en even te lopen. Dit besluit blijkt helend voor been- en bilspieren. Na aan de andere kant naar beneden te zijn geroetsjt, gaat het fietsen weer veel makkelijker. Dat het zonnetje me de hele tijd toe lacht helpt ook. Als ik tot mijn grote vreugde het RijnWaalpad bereik stroom ik weer vol met energie.

De goede stad Nijmegen onthaalt mij met enkele heuveltjes die ik aan kan omdat het paard de stal ruikt, zoals het spreekwoord zegt. Mijn negentig jarige schoonvader schudt mij enthousiast de hand als ik zijn flat binnen kom. 

“Dat soort fietstochten mag je vaker maken,” zegt hij.

Heidewachtel Bommel onthaalt mij onstuimig en mijn vrouw Nicolien feliciteert mij zoenend alsof ik zojuist de Tour de France heb gewonnen.

“Dat soort begroetingen mag je vaker doen,” zeg ik.

Om half drie zit ik weer op de fiets om de tocht huiswaarts te ondernemen. Voor donker thuis zal niet lukken, weet ik al, maar dat ik in de duisternis op de Middachter Allee een lekke band zou krijgen had ik niet bevroed. Met enkele malen band oppompen bereik ik station Dieren, waar ik de trein neem. Het is een tegenvaller, want de Batavus Winner voelt tijdelijk als verloren. Maar het is ook een meevaller, want zo kom ik iets minder moe thuis.