De Spaak

In de tweede aflevering van de zeer interessante podcast De Spaak van Jeroen Dirks merkt voormalig directeur van de fietsersbond Saskia Kluit op dat we in Nederland eigenlijk een leven lang leren fietsen. Bron: klik hier (18m 23s). Als kind van zes leer je fietsen op een klein fietsje en geniet je van het gevoel van vrijheid en kracht en trots dat dat geeft. Een volgend leermoment doet zich voor als je naar de middelbare school gaat. Je leert dan weer op een heel andere manier fietsen: zonder ouder, maar in een groep en over grotere afstand. Wie zelf ouder wordt moet leren fietsen met een kindje op de fiets, eerst aan het stuur en later op de bagagedrager. Omdat je verantwoordelijk bent voor een tweede persoon rijd je anders door het verkeer en moet je ook op andere dingen letten. Je leert weer opnieuw fietsen. Vervolgens gaan je kinderen zelf fietsen en een kind begeleiden met fietsen door een drukke straat is een hele klus! Wie samen met zijn of haar partner een tandem gaat rijden moet ook weer helemaal wennen aan de eigen dynamiek van dit apparaat.

Ik dus ook

Welnu, ik ben ook opnieuw aan het leren fietsen. Op zoek naar andere manieren om er op uit te gaan met Bommel ben ik op een vroege ochtend met hem wezen fietsen. De fiets deed hem raar op kijken toen wij de deur uitgingen. Na enig gemanoeuvreer had ik de drukteschopper aan de rechterkant van de fiets en konden we weg rijden.

Met ons vorige hondje Doris ben ik na tien pogingen gestopt omdat ze het rennen naast de fiets zichtbaar niet leuk vond. Bommel daarentegen had er meteen geweldig veel zin in. Hij keek even schuin omhoog met een blik van “Jij wou me laten rennen? Nou dan zal ik eens even wat laten zien.”

In volle vaart sjezen wij vervolgens ons woonerf uit.

Waar ons woonerf over gaat in de grote weg is het sowieso altijd even uitkijken, want menig ge-automobiliseerd weggebruiker geeft daar ongegeneerd gas. Deze ochtend tref ik onverwachts een ándere situatie aan. Reusachtig machines zijn bezig delen van de asfaltlaag te vervangen.

Bommel koestert grote achterdocht jegens allen die werkzaam zijn in de openbare ruimte. Hij kan er maar niet over uit dat er mensen zijn die de omgeving op de schop nemen. Gele gemeenteauto’s werpt hij een blik toe vol afgrijzen: “Moet je dát zien!” Omdat mannen die aan de weg werken pakken dragen in felle kleuren, herkent hij ze al van verre. “O jé, daar heb je er weer een stel.” En dan te bedenken dat wij verschillende uitermate sympathieke en zachtmoedige hoveniers kennen die Bommel een hartstikke leuk hondje vinden. Graag willen ze hem even komen aaien, om vervolgens met mij een praatje aan te knopen over de vreugde van het hondenbezitter zijn. Het neemt Bommels achterdocht niet weg.

Als wij dan ook het woonerf uit draaien moet ik al mijn stuurmanskunst inzetten om ons tweeën in goede banen te leiden. Eerst scheer ik de stoep op, want direct het asfalt oprijden lukt niet. Om zeven uur ’s ochtends heeft een schraapmachine daar al de tanden ingezet. Bij een verlaging van de stoeprand kan ik uiteindelijk de weg op, glimlachend gade geslagen door twee verkeersregelaars. Omdat de verkeersregelaars bij een punt staan waar het asfalt nog in tact is en vrij van verkeer, kan Bommel er ongegeneerd de vaart in zetten. Ik ben een voorstander van het gewone fietsen, maar ik vrees dat onze manier van voortbewegen nogal van de norm afwijkt. Zonder dat ik hoef te trappen versnellen wij naar zeker 25 kilometer per uur. En ‘n zín dat die Bommel er in heeft!

Het flitst door mijn hoofd dat de wet op de dierenbescherming het gebruik van honden als trekdier verbiedt. Aj, er zal toch niet plotseling een BOA uit de struiken springen om mij te beboeten? Niet dus. Enkele honderden meters verderop vindt Bommel zelf gelukkig ook dat zó hard rennen nou ook weer niet hoeft. Hij vermindert vaart, maar de pedalen kan ik in ruststand houden.

Dutch Dog Doggy Ride

Een veilig gevoel heb ik níet, met die wildebras naast me. Dit experiment heeft als uitkomst dat fietsen met Bommel op een andere manier plaats gaat vinden. ’s Daags na ons fietsexperiment heb ik me vervoegd bij een winkel in dier benodigdheden om mij te laten voorlichten over een fietskar voor honden. Ik heb al enig voorwerk verricht en het advies in de winkel komt aardig overeen met wat ik zelf van te voren ook al heb vastgesteld. Ik toog huiswaarts met de Dutch Dog Doggy Ride. Het geheel is compact verpakt. Ik vind het toch altijd weer knap hoe ze zo’n ding zo plat in een doos krijgen. De eerste actie is de kar opbouwen zonder wielen en dissel, zodat hij in de woonkamer dienst kan doen als bench. De bench die normaal altijd in de woonkamer staat, heb ik tijdelijk verhuisd naar zolder. Dat zit zo.

Voorlopig mag dat hier op deze manier, maar …. wij zijn toe aan de volgende stap: fietsen!

Ik heb van verschillende berichten op internet geleerd dat ik niet meteen met Bommel in de Dutch Dog Doggy Ride moet gaan fietsen. Voor een hond is het achter de fiets meerijden in een soort huifkar een tegennatuurlijke bezigheid die voorzichtig moet worden aangeleerd om angst of weerzin te voorkomen. Forceren is uit den boze. Voorlopig lijkt geduld geboden, want Bommel bekijkt het ding achterdochtig. Ik gooi er een paar hondensnoepjes in en die weet hij er uit te vissen zonder ook zijn achterpoten in de Dutch Dog Doggy Ride te zetten. Na een paar dagen is zijn wantrouwen evenwel weg en nestelt hij zich genoeglijk op het kussen in de Dutch Dog Doggy Ride om een slaapje te gaan doen. Voor het moment is dat een prima tussenresultaat, maar … we zijn toe aan de volgende stap: fietsen!