Onder het genot van prachtig nazomerweer heb ik op woensdag j.l. voor familiebezoek een fietstocht Zutphen – Garderen v.v.  ondernomen. Bij een tocht van 52 km op een gewone stadsfiets dwars over de Veluwe is een flinke stijging wel een dingetje, om het maar eens eigentijds te zeggen. In de planning heb ik verschillende mogelijkheden onderzocht. Stevige hoogteverschillen maken de tocht zwaar, maar alternatieven hebben weer andere nadelen.

De planning

Om de voorpret heb ik verschillende fietsrouteplanners bestudeerd, waaronder die van de Fietsersbond. De optie “Gemakkelijk doorfietsen” geeft:

Die fietsroute loopt een tijdje min of meer parallel met de A1. Dat betekent dat er waarschijnlijk sprake is van een iets vlakker parcours. Dat is wel even iets om te onderzoeken en ik schakel over naar een andere routeplanner. Google Maps heeft altijd een apart ruitje met daarop de hoogte. Dat geeft:

Links onder in beeld staat de hoogte vermeld. Ga je ten Zuiden langs Hoog Soeren dan is de maximale hoogte 59 m, waar je naar toe moet vanuit een punt in Zutphen dat op een hoogte ligt van 7m. Neem je daarentegen de route via de N344, dan is de maximale hoogte 109 km. Je moet dus 50 m extra klimmen. Daar staat tegenover dat de zuidelijke route waarschijnlijk een bospad is. Een bospad rijden is mooi, maar is misschien wel net zo zwaar als het overbruggen van het hoogteverschil.

Een andere route, langs de fietsknooppunten, gaat dwars door Apeldoorn en dat is natuurlijk ook leuk.

Inzoomen leert mij dat de passage van Apeldoorn voert langs leuke stukken: slingerend door park Matengaarde, …

daarna niet-slingerend langs het Apeldoorns kanaal …

en tenslotte dwars door het centrum. Het vermijden van bospaden en het leuke van de stad brengen me er toe te kiezen voor de fietsknooppunten route. De 50 m extra stijging neem ik voor lief. Deze route is wel tien kilometer langer dan die van de optie “gemakkelijk doorfietsen”, maar uit ervaring weet ik de optie “via fietsknooppunten” me langs mooie weggetjes zal leiden en dat is ook wat waard.

Ik print de fietsknooppunten en het papier bevestig ik op mijn stuurtasje. Weliswaar ben ik in het bezit van een Garmin en de route downloaden naar mijn smartphone kan natuurlijk ook, maar een papiertje met de fietsknooppunten bevalt mij uiteindelijk toch beter.

Op pad

Aan de oude IJsselbrug is een plaquette te zien, die er aan herinnert dat drie jaar geleden, toen aan het eind van de renovatie het budget op was, honderd bewoners van Zutphen zelf de kwast ter hand namen om samen de brug van een nieuwe verflaag te voorzien. De brug is nog nooit zo mooi geweest.

Van De Hoven naar Empe maak ik gebruik van het fietspad langs de N345. Bij Empe passeer ik een oude IJsseltak, uit de tijd dat de rivier nog meer meanderde dan nu. Ik ga van de N345 af en tot Apeldoorn rijd ik over landweggetjes door een agrarisch gebied. Mijn medeweggebruikers zijn voornamelijk andere fietsers. Ik volg wegen met soms wonderschone namen, zoals Weg Over Het Hontsveld. Via Klein Amsterdam kom ik in Klarenbeek, vanwaar de Elsbosweg mij onder de A50 door naar de Polderweg voert, waarna mij alleen nog een tunneltje onder de A1 rest om Apeldoorn te bereiken.

In Apeldoorn voert de fietsknooppuntenroute mij door Het Matenpark, die als een groene long door De Maten slingert. Ik ben ruim een uur op weg. Genoeglijk eet ik hier, zittend op een bankje, een boterhammetje. Alleen enkele groepjes vrolijke scholieren passeren.

Na een kwartier fiets ik verder en al gauw kom ik bij Het Apeldoorns Kanaal waarlangs de knooppuntenroute mij verder stuurt in noordelijke richting. Als het Kanaal-Zuid overgaat in het Kanaal-Noord, rijd ik de Vlijtseweg op. Na enige tijd moet ik, op aanwijzing van een fietsknooppunten-nummerbordje linksaf slaan. Ik volg de Generaal Van Heutzlaan en daarna de Generaal Van Swietenlaan. De Generaal Van Swietenlaan is een stuk smaller. Is dat met terugwerkende kracht zijn straf, omdat Van Swieten een tegenstander van het platbranden van kampongs was?

Als ik het centrum nader, schrik ik van een groot geel bord langs de kant van de weg dat mij waarschuwt om in de Kapelstraat vooral niet te fietsen in verband met Corona. Nou ken ik Apeldoorn niet zó goed en ik vraag me af wat de Kapelstraat dan wel mag zijn. Ik kijk om mij heen of ik een straatnaambordje kan ontdekken, want stel je voor dat ik mij al in de Kapelstraat bevind! Iedereen om me heen fietst gewoon door, dus ik ook maar. Na enkele minuten doemt nog een geel waarschuwingsbord op. In de Paslaan wordt het drukker, maar iedereen fietst. Dan zie ik de Kapelstraat en ik begrijp de toestand. Het is een smalle straat met veel horeca en het is duidelijk dat fietsen hier niet kan. Ik stap af en scharrel er door heen, de 1,5 meter zoveel mogelijk in acht nemend, waarbij de meter een nogal variabele lengtemaat blijkt te zijn. Na de Kapelstraat fiets ik het centrum weer uit en via allerlei afslagen, kom ik in de J.C. Wilslaan die me achterlangs een leeg parkeerterrein van Julianatoren voert. Wat pakt de Corona toch beroerd uit voor veel mensen.

Na de J.C. Wilslaan ben ik Apeldoorn uit en kom ik op de N344, die ik kan aanhouden tot ik in Garderen ben. Het is een oud rijksweg, denk ik, met aan beide zijden goede fietspaden. Als je al twee uur aan het fietsen bent, dan valt het niet mee bergje op te gaan trappen, maar er zit niets anders op. Eenmaal over de bult heen, word ik gul terug betaald. Freewheelend sjees ik op Garderen aan, dat ik om half twee bereik – drie uur na vertrek van huis.

Na tweeëneenhalf uur gezellig bijpraten met broer en schoonzus op een vakantiepark in Garderen, sjees ik om vier uur weer op huis aan. Ik kom natuurlijk weer de heuvel bij Hoog-Soeren tegen en nou voel ik aan mijn benen dat het de tweede keer is op deze dag dat ik er tegenop moet. Dat lukt met slechts één keer afstappen bij een wel erg merkwaardige slinger in een tijdelijk fietspad over een wildviaduct. De weldaad van het freewheelen na afloop van de klim neem ik dankbaar in ontvangst.

De terugweg is de heenweg in een soort spiegelbeeld en rond half zes ben ik weer bij de Kapelstraat. Ik moet opzij springen voor twee eigenwijze ouwe kerels, die tegen de Corona regels in, gewoon doorfietsen. Verstand komt niet altijd met de jaren.

Eigenlijk is lopen door de Kapelstraat een welkome afwisseling. Als je een eind gefietst hebt is het voor je lichaam juist heel plezierig om even te lopen. Het fietsen gaat daarna weer veel beter.

Tussen Apeldoorn en Zutphen is de man met de hamer mijn metgezel. Na zo’n 85 km fietsen speelt de vermoeidheid mij parten en maar liefst vier keer plof ik op een bankje neer voor rust en een boterhammetje of een appeltje. Acht uur is het als ik thuis ben. Ik ben doodmoe, maar in- en in- tevreden.