Blog Image

KLEINSCHEEPS

Bommel in de hondenkar

Fietsen, Honden Posted on Thu, August 06, 2020 16:05:51

Bommel in de hondenkar

Voorafgaand aan ons eerste tochtje met de hondenkar kost het me weinig moeite Bommel te laten plaatsnemen. Hij stapt er gewoon in en blijft me afwachtend staan aankijken. Dat valt me alleszins mee. Ik had het anders verwacht. Hij is kennelijk al zo gewend aan de hondenkar als bench in de woonkamer dat ook achter de fiets het een aanvaardbaar plekje voor hem is. Wel blijft hij rechtop zitten, ook al stel ik hem voor te gaan liggen.

De eerste honderden meters voelen vreemd aan. Ik doe voorzichtig in de bochten en over verkeersdrempels. Na enige tijd voel ik een schok en als ik kijk zie ik dat hij met zijn neus naar het achterruitje is gaan liggen. Dat lijkt me een goed teken: filosofisch mijmeren over dingen de dingen die voorbijgaan.

We volgen met het ritje de zelfde route als we heel vaak wandelend ondernemen. Eigenlijk is er nergens een probleem. Wandelend hebben we tegenwoordig eigenlijk ook nooit meer problemen, behalve dan misschien dat Bommel enigszins overdreven familiair in de begroetingen is. Daar hebben we met fietsen in ieder geval geen last van. Eenmaal weer thuis merk ik dat Bommel er moe van is geworden, want hij gaat meteen op een rustig plekje liggen om het allemaal te verwerken.

Enkele dagen later ondernemen we de tweede fietstocht en die is niet alleen langer, maar gaat ook langs drukkere punten. Langs de IJsselkade begint hij wat onrustig te bewegen in zijn huifkarretje. Nadat we onderdoor het spoor zijn gereden, op weg naar het fietspad naar Fort De Pol heft hij een protestsong aan. De kwintensens ervan ontgaat me. Als we eventjes stoppen en ik hem kalmerend toe spreek kunnen we gewoon weer verder. Als snel gaat hij weer over in de filosofisch achteruitkijk stand en de tocht verloopt verder soepeltjes. Ook nu weer moet hij de indrukken, eenmaal weer thuis, weg slapen.

Ons derde hondenkar uitje is een tweede rondje Fort De Pol van ongeveer 16 kilometer. Alleen op de terugweg raakt Bommel even in paniek door een ambulance met luide sirene. Hij gaat meedoen en wij lijken ook wel een hulpdienst met noodsignaal.

Op de laatste tocht tot nu toe gaan we met zijn drieën op stap. Dat vindt hij toch zo leuk! In het begin blaft hij van vrolijke opwinding, maar de rust keert snel weder. De IJsselkade kan hij prima aan en we steken de IJssel over via de oude brug. We volgen de landweg langs de oude IJsseltak naar Empe, de IJsselstraat. Bij station Empe merk ik, dat ik het nog aan het leren ben, want ik moet een scherpe bocht nemen om de N345 op te kunnen. Dat lukt maar net. De terugweg gaat weer over de IJsselkade en Bommel ligt alles met grote tevredenheid te bekijken.

Leuke fietstocht! De hondenkar blijkt een prettige aanvulling te zijn op de activiteiten die we met Bommel ondernemen.



Fietsen met Bommel

Fietsen, Honden Posted on Thu, August 06, 2020 13:28:38

De Spaak

In de tweede aflevering van de zeer interessante podcast De Spaak van Jeroen Dirks merkt voormalig directeur van de fietsersbond Saskia Kluit op dat we in Nederland eigenlijk een leven lang leren fietsen. Bron: klik hier (18m 23s). Als kind van zes leer je fietsen op een klein fietsje en geniet je van het gevoel van vrijheid en kracht en trots dat dat geeft. Een volgend leermoment doet zich voor als je naar de middelbare school gaat. Je leert dan weer op een heel andere manier fietsen: zonder ouder, maar in een groep en over grotere afstand. Wie zelf ouder wordt moet leren fietsen met een kindje op de fiets, eerst aan het stuur en later op de bagagedrager. Omdat je verantwoordelijk bent voor een tweede persoon rijd je anders door het verkeer en moet je ook op andere dingen letten. Je leert weer opnieuw fietsen. Vervolgens gaan je kinderen zelf fietsen en een kind begeleiden met fietsen door een drukke straat is een hele klus! Wie samen met zijn of haar partner een tandem gaat rijden moet ook weer helemaal wennen aan de eigen dynamiek van dit apparaat.

Ik dus ook

Welnu, ik ben ook opnieuw aan het leren fietsen. Op zoek naar andere manieren om er op uit te gaan met Bommel ben ik op een vroege ochtend met hem wezen fietsen. De fiets deed hem raar op kijken toen wij de deur uitgingen. Na enig gemanoeuvreer had ik de drukteschopper aan de rechterkant van de fiets en konden we weg rijden.

Met ons vorige hondje Doris ben ik na tien pogingen gestopt omdat ze het rennen naast de fiets zichtbaar niet leuk vond. Bommel daarentegen had er meteen geweldig veel zin in. Hij keek even schuin omhoog met een blik van “Jij wou me laten rennen? Nou dan zal ik eens even wat laten zien.”

In volle vaart sjezen wij vervolgens ons woonerf uit.

Waar ons woonerf over gaat in de grote weg is het sowieso altijd even uitkijken, want menig ge-automobiliseerd weggebruiker geeft daar ongegeneerd gas. Deze ochtend tref ik onverwachts een ándere situatie aan. Reusachtig machines zijn bezig delen van de asfaltlaag te vervangen.

Bommel koestert grote achterdocht jegens allen die werkzaam zijn in de openbare ruimte. Hij kan er maar niet over uit dat er mensen zijn die de omgeving op de schop nemen. Gele gemeenteauto’s werpt hij een blik toe vol afgrijzen: “Moet je dát zien!” Omdat mannen die aan de weg werken pakken dragen in felle kleuren, herkent hij ze al van verre. “O jé, daar heb je er weer een stel.” En dan te bedenken dat wij verschillende uitermate sympathieke en zachtmoedige hoveniers kennen die Bommel een hartstikke leuk hondje vinden. Graag willen ze hem even komen aaien, om vervolgens met mij een praatje aan te knopen over de vreugde van het hondenbezitter zijn. Het neemt Bommels achterdocht niet weg.

Als wij dan ook het woonerf uit draaien moet ik al mijn stuurmanskunst inzetten om ons tweeën in goede banen te leiden. Eerst scheer ik de stoep op, want direct het asfalt oprijden lukt niet. Om zeven uur ’s ochtends heeft een schraapmachine daar al de tanden ingezet. Bij een verlaging van de stoeprand kan ik uiteindelijk de weg op, glimlachend gade geslagen door twee verkeersregelaars. Omdat de verkeersregelaars bij een punt staan waar het asfalt nog in tact is en vrij van verkeer, kan Bommel er ongegeneerd de vaart in zetten. Ik ben een voorstander van het gewone fietsen, maar ik vrees dat onze manier van voortbewegen nogal van de norm afwijkt. Zonder dat ik hoef te trappen versnellen wij naar zeker 25 kilometer per uur. En ‘n zín dat die Bommel er in heeft!

Het flitst door mijn hoofd dat de wet op de dierenbescherming het gebruik van honden als trekdier verbiedt. Aj, er zal toch niet plotseling een BOA uit de struiken springen om mij te beboeten? Niet dus. Enkele honderden meters verderop vindt Bommel zelf gelukkig ook dat zó hard rennen nou ook weer niet hoeft. Hij vermindert vaart, maar de pedalen kan ik in ruststand houden.

Dutch Dog Doggy Ride

Een veilig gevoel heb ik níet, met die wildebras naast me. Dit experiment heeft als uitkomst dat fietsen met Bommel op een andere manier plaats gaat vinden. ’s Daags na ons fietsexperiment heb ik me vervoegd bij een winkel in dier benodigdheden om mij te laten voorlichten over een fietskar voor honden. Ik heb al enig voorwerk verricht en het advies in de winkel komt aardig overeen met wat ik zelf van te voren ook al heb vastgesteld. Ik toog huiswaarts met de Dutch Dog Doggy Ride. Het geheel is compact verpakt. Ik vind het toch altijd weer knap hoe ze zo’n ding zo plat in een doos krijgen. De eerste actie is de kar opbouwen zonder wielen en dissel, zodat hij in de woonkamer dienst kan doen als bench. De bench die normaal altijd in de woonkamer staat, heb ik tijdelijk verhuisd naar zolder. Dat zit zo.

Voorlopig mag dat hier op deze manier, maar …. wij zijn toe aan de volgende stap: fietsen!

Ik heb van verschillende berichten op internet geleerd dat ik niet meteen met Bommel in de Dutch Dog Doggy Ride moet gaan fietsen. Voor een hond is het achter de fiets meerijden in een soort huifkar een tegennatuurlijke bezigheid die voorzichtig moet worden aangeleerd om angst of weerzin te voorkomen. Forceren is uit den boze. Voorlopig lijkt geduld geboden, want Bommel bekijkt het ding achterdochtig. Ik gooi er een paar hondensnoepjes in en die weet hij er uit te vissen zonder ook zijn achterpoten in de Dutch Dog Doggy Ride te zetten. Na een paar dagen is zijn wantrouwen evenwel weg en nestelt hij zich genoeglijk op het kussen in de Dutch Dog Doggy Ride om een slaapje te gaan doen. Voor het moment is dat een prima tussenresultaat, maar … we zijn toe aan de volgende stap: fietsen!



Spannend wandelen (2)

Honden Posted on Mon, May 25, 2020 07:56:08

Van het Total station aan de Weg naar Eme naar de stoplichten aan de Den Elterweg liggen fietspad en voetpad broederlijk naast elkaar. Bommel en ik maken in deze tijden van Corona afwisselend van beide gebruik. Ik dicht mezelf het talent toe al van enige afstand te kunnen waarnemen of een tegenligger tot gepaste afstand bereid is. Als ik gebrek aan distantie vermoed, gaan wij aan de linkerkant van het fietspad lopen. Dat is wel altijd even uitkijken, want het kan soms druk zijn met fietsers, waarvan sommigen mij aankijken met een blik van “Wat moet jíj nou, er ligt toch ook een voetpad?”

Voor Bommel is het allemaal geen enkel probleem. Hij gaat gewoon mee. Tussen fietspad en autoweg ligt een brede berm. Aan mijn linkerkant begeleid ik hem door een stuk wilde natuur dat bestaat uit klaprozen, grassen, kruiden, eikenbomen en eikeltjes in verschillende stadia van ontbinding. Hij snuffelt er vrolijk op los met zijn mobiele onderzoekslaboratorium dat zijn enorme neus is. Als de persoon, die ik ontweken heb, is gepasseerd zoeken wij het voetpad weer op. Bommel vervolgt zijn biologische analyses in de rechterberm van het voetpad. Wat heb ik toch een flexibele hond. Zo nu en dan kraakt hij een eikeltje, een welkome aanvulling op zijn van huiswege verstrekte maaltijden.

Vlakbij is het ziekenhuis en verderop de oprit naar de Cortenoeverse brug. Er rijdt nogal eens een ambulance, een politieauto of soms zelfs een brandweerwagen met sirene. Daar moet Bommel niets van hebben. Het geluid is hem veel te verontrustend. Iedere eerste maandag van de maand beleef ik zijn verzet ook als de BB sirenes worden getest. Hij kijkt mij hulpeloos aan en laat zijn oogwit zien. Dat laatste is bij een hond een teken van opkomende boosheid. Hij blaft een paar keer nijdig en laat vervolgens een langdurig wolvengehuil horen. Hij kijkt passerende auto’s met sirene ongemakkelijk na. Het is echt aangrijpend om toe zien hoe ongemakkelijk hij zich voelt. Gemeente wagentjes met zwaailicht jagen hem ook schrik aan, maar sirenes zijn erger. Het geluid  gaat hem kennelijk door merg en been. Soms worden we ingehaald door een van het bureau komende politieauto met sirene, die vervolgens een stukje Den Elterweg neemt en dan de aanrijroute naar de Cortenoeverse brug op gaat. Dat betekent dat wij geruime tijd van het waarschuwingsgeluid mogen genieten. Bommel weet dan van geen ophouden. Ik stop meestal met wandelen, aai maar eens over zijn bol en spreek hem kalmerend toe.

“Je kan me wat,” lijkt hij te denken. “Ik vind er gewoon niks aan. Oe-oe-oe-oe-oe-oe-oe-oe.”

Maar meestal zijn er gelukkig geen sirenes.

Bij het stoplicht nemen wij het voetpad achterlangs de tennisbanen langs. Ook daar biedt een fietspad uitwijkmogelijkheden. Tussen beide paden ligt heerlijk veel groen. Ik heb het grote geluk in de zuidwijken van Zutphen te wonen, waar de bestuurders bij de planning vijftig jaar geleden kwistig met gemeentegroen zijn geweest. Toch hebben Bommel en ik ook in dit gebied het zelfde beleid. Vermoeden wij een non-distant persoon, dan steken wij naar het fietspad over. Soms banjeren wij daarvoor wel tien meter door het hoge gras van de brede tussenberm. Eenmaal op het fietspad is het uitkijken geblazen. Luid schreeuwende echte kerels in de kekke strakke pakjes van een fietssportclub kunnen plotseling voorbij razen. Wij zorgen er dan voor op tijd van het asfalt af te zijn. Wij willen nog langer blijven wandelen. Maar onderschat geëlektrificeerde seniorwielrijders niet. Sommigen lijken naar een snelheid te streven die in de buurt van hun leeftijd ligt. Nou ja grapje, maar te hard gaan ze wel. Is het voetpad weer leeg, voor zover te overzien, dan keren wij naar de veiligheid van het wandeldomein terug. Dit was mijn tweede verhaaltje over mijn dagelijkse vijf kilometer met Bommel en we zijn ongeveer een kilometer opgeschoten.



Spannend wandelen (1)

Honden Posted on Sat, May 23, 2020 06:50:05

Vrolijk ongeduldig kwispelstaartend staat Bommel ’s ochtends om negen uur bij de deur te wachten.

“Wanneer gaan we nou?” zegt hij zonder woorden.

Het is tijd voor ons dagelijkse rondje IJsseldijk.

Om te voorkomen dat ik de voordeur word uitgetrokken en het einde van de straat bereik in een door Bommel bepaalde snelheid, die veel hoger ligt dan de snelheid die ik aangenaam vind,  volg ik altijd een vast ritueel.

“Eerst je BH aan, Bommel,” zeg ik.

Zijn BH is een BorstHalsband, een tuigje, dat niet alleen om de hals gaat, maar ook om de borst. Alleen maar een halsband lijkt mij hachelijk bij  zo’n sterke hond. Als een kat ons pad kruist, kan hij ineens zo vooruit springen. Nekwervelondermijning als mede luchtpijpverwringing kunnen dan zo maar optreden.

Hij moet er eerst in stappen, zodat het opgehesen kan worden. Bommel heeft het er niet op. Ik leg het tuigje op de vloer en zeg:

“Stap er maar in.”

De flaporen recht omlaag wijzend kijkt hij naar de rode lus voor hem met een mengsel van verbazing en verzet. Ik pak zijn voorpoten en plaats ze in de lus, hetgeen hij zonder morren toelaat.

“Zo doen we dat,” zeg ik.

Als het tuigje dicht geklikt is, wuift hij mij vrolijk met de staart koelte toe. Dat zit wel goed, denk ik dan maar. Na het vastmaken van de riem hang ik het handvat aan de dichtstbijzijnde deurkrik.

“Zit,” zeg ik tegen Bommel en gedwee voert hij dat uit.

Het punt is, dat ik mijn jas ook nog aan moet. Pin ik Bommel niet vast op zijn plaats, dan begint hij uit puur enthousiasme over de aanstaande wandeling als een malloot rondjes om mij heen te draaien, zo snel dat ik er duizelig van word.

Als we allebei volledig in gereedheid zijn, open ik de voordeur. Een half jaar geleden spoot hij dan het pleintje op, met mij in vliegende vaart er achter aan. Dat heb ik hem kunnen afleren. Hij stapt nog steeds als eerste naar buiten, maar dan komt hij weer terug en gaat hij achter mij lopen. De spanning is er helemaal uit.

We lopen de straat op en meestal is er dan wel een buurman of buurvrouw die hij wil laten merken hem of haar de leukste buur van de wereld te vinden. Mijn buurt kent veel straatleven en daar geniet Bommel iedere keer weer van.

“Ha die Bommel,” groet menigeen.

Na het verlaten van het huis, heeft Bommel geruime tijd last van BOS, het BegroetingsOverdrijvingsSyndroom. Er zijn weinig mensen en dieren, waar hij niet door gaat accelereren. Op de hondengedrag training heb ik daar het volgende voor geleerd. Zo gauw Bommel persé een bepaalde kant op wil en daarvoor snelheid meerdert, keer ik onmiddellijk om en wandel ik in de tegenovergestelde richting. Het resultaat is, dat hij leert dat het op die manier nimmer lukt. Daar heb ik meen ik al een keer eerder over geschreven. Tegenwoordig is het nog vooral nodig in de eerste tweehonderd meter van onze wandeling. Eigenlijk gaat het daarna meestal goed. Maar die eerste tweehonderd meter blijft eigenlijk nog steeds een komische act voor heer en hond. Tegen de tijd dat wij er het heen en weer van krijgen, geraken we in het goede stramien. Wij kuieren het woonerf over in de richting van een zandpaadje waarlangs wij het fietspad van de Weg naar Eme bereiken. Na het benzinestation ligt er naast het fietspad een voetpad. Wij nemen er de tijd voor, want Bommel checkt snuffelend zijn honden WhatsApp die verspreid ligt over graspollen, lantaarnpalen, bosjes, struikjes, afijn alles waar een klein plasje tegen aan kan.

Ik probeer, zo veel als het maar mogelijk is, te voorkomen dat Bommel op het woonerf zelf aan het WhatsAppen slaat. Menigeen zal er niet van gediend zijn dat Bommel wat sap tegen schutting, tulpenbosje of ligusterheg sprenkelt. Mijn goede relaties in de buurt gaan voor Bommels berichtenverkeer.

Afijn, na een kwartier lopen wij langs de Weg naar Eme en dan moet de eigenlijke wandeling nog beginnen. Daarover een volgende keer.



Duinhotel Burgh Haamstede

Honden, Schouwen-Duiveland Posted on Wed, September 11, 2019 12:30:17

Hieronder een stukje dat ik schreef naar aanleiding van een bezoek aan Het Duinhotel Burgh Haamstede in 2017. Wij overnachtten met een midweek arrangement in het gezelschap van – toen nog – ons hondje Doris. 

Als wij de benzinepomp bij Serooskerke gepasseerd zijn, controleren wij altijd even of op de dijk in de verte de Plompe Toren er nog staat. Hij heeft ons nog nooit in de steek gelaten. Trouw houdt hij in weer en wind de wacht over het verdwenen dorp Koudekerke.

Eigenlijk is de autorit vanaf hier naar het zweefvliegveld het mooiste gedeelte van onze midweek in Het Duinhotel, want alles moet nog beginnen.

Duinhotel Burgh Haamstede

Na de incheck bij de vriendelijke receptie brengen wij onze spullen naar de ruime kamer en ondernemen dan bij voorkeur direct, met ons hondje, onze eerste wandeling in het omringende natuurgebied. Het weidse uitzicht vanaf het hotel over het zweefvliegveld vraagt ons eropuit te trekken.

Onze eerste wandeling gaat steevast naar het Westen, langs de rand van het zweefvliegveld dat eigenlijk een soort van landschapspark is. Soms lopen we met de Zon aan onze linkerzijde, soms kleurt de avondhemel al rood als we op weg gaan. In de winter heerst de stilte over het reusachtige veld, in de zomer wordt verderop aan een lier zo nu en dan een zweefvliegtuig omhoog getrokken.

Aan het eind van het veld doorkruist het zandpad een gebied met ruige weilanden waarin oerrunderen tussen de struiken hun kostje bij elkaar scharrelen. Tuinen om jaloers op te zijn en bosjes duinvegetatie wisselen elkaar af. Het leidt ons uiteindelijk naar een stenen pad de duinen op. Als we over onze rechterschouder kijken zien we in de verte de vuurtoren, die we iedere keer wel zouden willen fotograferen, want het licht is steeds anders. De Vuurtoren van Schouwen is de vuurtoren die op het laatste biljet van 250 gulden staat afgebeeld. Het is echt een klassieke vuurtoren zoals je je een vuurtoren voorstelt. Hij werd gebouwd in 1837 en is samen met die van Ameland de hoogste van Nederland. Toen onze kinderen nog jong waren had mijn tweede dochter bij een van onze bezoeken aan dit gebied haar zinnen gezet op een legpuzzel van deze vuurtoren. Ze heeft hem indertijd twee keer gelegd en daarna hebben de stukjes in een doos liggen wachten op hergebruik. Op een regenachtige vakantiedag in 2016 heeft ze de puzzel opnieuw gemaakt en tot mijn grote vreugde dit jaar weer. Van internet kon ik een scan van een 250 gulden biljet downloaden die tot op posterformaat kon worden afgedrukt. Ik heb de afmetingen bescheiden gehouden en de vuurtoren hangt nu te pronken aan een muur in ons huis.  

Wat mij betreft het mooiste Nederlandse bankbiljet

Wij wandelen voort. Dan, bijna bovenop het duin, zien we door een laagte de zee. De zee trekt zo, dat hij iedere keer alle beslommeringen doet vergeten. Nog een paar stappen en we kijken uit over duin, hemel, strand en zee. Het gekke is dat dat ook weer iedere keer anders is. Wind en water werken het zeelandschap voortdurend om en ook hier is het licht iedere keer anders. En dan die wolken! Het verveelt nooit.

Wij slaan af in noordelijke richting tot aan het eerste strandpaviljoen waar we, als het even kan, iets drinken. Dan gaan we een van de duinpaden weer op langs een schitterend natuurgebied, de Verklikkerduinen. Deze duinen ontlenen hun naam aan een waarschuwingslicht voor de scheepvaart dat er stond opgesteld, de zogenaamde verklikker. De volgende geleerdheid heb ik van de site van het VVV. 

Paraboolduinen – Math is everywhere ?

De Verklikkerduinen zijn “jonge“ duinen. In de middeleeuwen werd zand van bestaande duinen landinwaarts geblazen, zo ontstonden halfrond lopende duinen, de zogeheten paraboolduinen. De wind blies het zand tot aan het grondwater weg waardoor er natte duinvalleien vol bloemen ontstonden. 
Er zijn drie, goed onderhouden, natte duinvalleien; de buitenverklikker, de binnenverklikker en het konijnencircus.
De vorming van nieuwe jonge duinen houdt nog steeds aan en de valleien zijn nog steeds nat. Deze duinen zijn vooral rijk aan bloemen en zeldzame planten zoals het groenknolorchis met haar groene bloemen, de wit bloeiende parnassia en het lilabloeiende duizendguldenkruid. 
De vallei is erg gewild bij de konijnen, de salamanders en de libellen. 
Het konijnencircus is de bijnaam voor één van de valleien waarop de konijnen vroeger nog talrijker aanwezig waren. De ronde vorm doet denken aan een circuspiste en dit is een plek waar je deze diertjes nog steeds kunt aantreffen.


Het natuurgebied is afgesloten voor publiek. Je mag er alleen maar naar kijken, maar erin komen niet. We lopen het duin uit tot we bij de Torenweg zijn die ons terug leidt naar het Duinhotel. 

Omdat we een hondje bij ons hebben, eten we altijd op de hotelkamer en dat is voor het servicegerichte personeel geen enkel probleem.

Als het vroeg donker is, blijven we ‘s avonds in het gezellige hotel en bij zomerdag trekken we er na het eten nog op uit. 

Sommigen van onze collega’s gaan skeeleren in Amerika en anderen lopen de marathon van Sydney. Je hebt mensen die pas tevreden zijn als de kilometerteller van hun auto er in één vakantie tienduizend bij gedraaid heeft. Je kunt het zoeken in Voor-Azië of in Zuid-Soedan.

Maar wij vinden het gewoon hier: Burgh Haamstede.



Je verzint het niet

Honden Posted on Wed, September 11, 2019 08:42:08

’s Avonds rond tien uur is het uit met de pret, 

want dan gaat ons hondje Bommel naar zijn bed

Bommels bed is de bench in de slaapkamer. Wij houden niet van opsluiten, maar voorlopig gaat ’s nachts het deurtje van de bench wel  dicht. Bommels jeugdige onstuimigheid is van dien aard dat er anders voor ons van slapen ’s nachts niet veel terecht zou komen. Als hij vrij zou mogen rondlopen zou hij, zo gauw wij liggen, boven op ons springen. Boven op ons … zwiepend met zijn staartje en met een opgeruimde blik in de ogen, zo van: de komende uren ga ik stampen, hijgen, blaffen, bijten, rollen, dollen, rennen, draaien, scheten, springen, keren, lopen, dansen, vallen en weer opstaan. Dat verdraagt een ouder wordend echtpaar meestal wel overdag, maar zeker niet ’s nachts.

Ons vorig hondje Doris was na verloop van tijd zo volwassen dat ze rustig, zonder bench, op haar plaatsje ging liggen en lekker sliep tot de volgende ochtend. Wel kwam ze ’s nachts soms even controleren hoe het met ons ging. Als ik even wakker was gaf ik haar dan een aai over de bol en dan ging ze weer op haar kussen liggen. Slechts één keer had ik een bedenkelijke ervaring: ik werd wakker met de punt van een hondenneus tegen mijn mond aan, die waarschijnlijk open heeft gestaan, hetgeen Doris als een uitnodiging tot nader onderzoek heeft ervaren.

Terug naar Bommel. Maandagavond schoot hij vlak voor dat hij de bench in ging onder een stoel en kwam met twee sokjes in de bek er weer onder vandaan. Iets soortgelijks is al vaker gebeurd. Wij zijn met dit bedenkelijke verschijnsel min of meer vertrouwd. Onze vorige hond was ook een sokkenfetisjist en Bommel heeft in zijn korte leven al een waar talent ontwikkeld om bliksemsnel dit obscure object de desire te pakken te krijgen. 

Als Bommel iets echt wil, is hij eigenlijk altijd sneller dan wij. Wij lopen achter de feiten aan. Wel lukt het ons eigenlijk altijd om de sok of sokken weer uit de bek terug te toveren. Deze keer was Bommels behoudzucht groter dan onze toverkracht. Met een paar ferme slikbewegingen verdween het sokkenpaar in zijn slokdarm. 

Daar hadden wij niet van terug. Een slokje op, dat kennen wij, maar een sokje … Wij wisten niet wat te doen. Wij vroegen ons af of katoenen sokken zouden oplossen in hondenmaagzuur. Het maagzuur van Bommel moet wel van een vreselijke kwaliteit zijn, gezien de bedenkelijke zaken die regelmatig naar binnen gaan tijdens wandelingen in de buurt, door bos en door veld. Wij vroegen ons af of sokken voor maagpijn zouden gaan zorgen. Wij vroegen ons van alles af en wij wisten de antwoorden niet. Hondenmagen zijn sterk. Wij besloten maar af te wachten.

De volgende ochtend heb ik onze leuke dierenarts gebeld. Zij bood ons de volgende opties:

– Niets doen met de kans dat de sokken, of delen daarvan, van de maag naar de darmen zouden verhuizen. Dat laatste was misschien al gebeurd. Opstoppingen kunnen dan ontstaan, met een operatie als noodzakelijke consequentie.

– Bommel laten braken. Het beste is het om dat binnen anderhalf uur na inslikken te laten plaatsvinden, vóór doorverhuizing van de sokken naar de darmen. Maar ja, dat was niet gebeurd. Toch … wellicht dat de sokken de maag als semipermanent domicilie hadden gekozen en kon de anti-peristaltische beweging de oplossing zijn.

Voor mijn geestesoog doemde een scenario op waarin ik Bommel in huiselijke sfeer tot braken zou moeten bewegen door vinger in de keel of iets van dien aard, maar de dokter stelde me gerust. Daar waren tegenwoordig geciviliseerde methodes voor bedacht.

Bommel en ik spoedden ons naar de praktijk alwaar een spuitje in de nek het proces inleidde. Na enkele minuten zakte hij, in een voor ons speciaal gereed gemaakt kamertje, door de poten met een Hare Krishna blik in de ogen. Keurig wezen zijn vier lange stelten ieder een windrichting aan. Na enige innerlijke opstuwingen floepte de eerste sok er uit in een bedje van hondenbrokkenbraaksel. Deze keer was ik er supersnel bij om Bommel terug te trekken, want ik weet dat meneer het zonde vindt om etensresten weg te gooien. De vriendelijke stagiaire heeft behulpzaam de sok onder de kraan afgespoeld. Bommel was in een gulle bui en al snel kwam de tweede sok er achter aan, soortgelijk omhuld in een maaltijdsaus als de eerste. De dierenarts die even kwam kijken en de stagiaire en de assistente en ik putten ons uit in het geven van complimenten die door Bommel enigszins groggy werden ontvangen.

De dokter gaf een spuit om de werking van de eerste spuit te neutraliseren zodat Bommel weer mocht ophouden met braken. Dat was wel zo fijn. Op een lekker zacht kussentje mocht onze jonge vriend tot zich zelf komen na een bijzonder avontuur. De sokjes kreeg ik mee in een plastic draagtas voor in het Bommelmuseum, na wassing natuurlijk. 

Eenmaal weer thuis sjokte Bommel naar zijn mand om op zijn avonturen te reflecteren. Tegen twaalven liep hij naar zijn etensbak, waar vandaan hij me met een doordringende, niet mis te verstane, blik fixeerde. Op advies van onze leuke dierenarts heb ik hem eerst maar eens een klein hapje gegeven. In de loop van de middag volgden nog vele kleine hapjes, want op een lege maag kun je niet … stampen, hijgen, blaffen, bijten, rollen, dollen, rennen, draaien, scheten, springen, keren, lopen, dansen, vallen en weer opstaan.



Medewerker van Het Ministerie voor Rare Loopjes

Honden Posted on Wed, June 26, 2019 15:39:44

Ooit dichtte Annie M.G. Schmidt voor de serie Ja zuster, Nee zuster:

Elisa had een hond,
Die ze uit moest laten
Ze liep met hem een singeltje rond
Hij trok haar door de straten
Elisa had hem aan de lijn
De hond was groot en zij was klein

En Bello trok haar mee, hij holde door de laan
Bello, Bello, Bello, niet zo trekken asjeblieft
Bello, Bello, Bello, blijf toch staan

Zou de schrijfster niet echt een liefhebster van honden zijn geweest? Eén van de laatste regels van het lied is immers: Dat heb je met zo’n hond, jajaja, zo’n hond is niks gedaan, neeneenee. Misschien heeft ze wel eens een hondje geprobeerd en is dat trekken aan de lijn haar behoorlijk tegen gevallen?

Bommel trekt aan de lijn, maar omdat hij nog maar een pup is, is dat nog niet zo hinderlijk. Het ziet er evenwel naar uit dat hij een sterke hond gaat worden en dan gaat het trekken natuurlijk steeds lastiger en vervelender worden.

Op de puppycursus krijgen we training om de hond af te leren aan de riem te trekken. In de literatuur was ik al de trekken = stoppen methode tegen gekomen. Zo gauw er spanning op de riem komt, sta je stil. De hond leert dat trekken aan de riem stilstand betekent, net als wanneer hij aan een paal vast gebonden zou staan. Je moet dan wachten tot de hond naar je kijkt. Die blik komt over het algemeen vanzelf, want de hond wil altijd graag weten wat de baas wil. De hond zal uit zichzelf vaak een stapje naar je toe doen. Je beloont dat vervolgens met een hondensnoepje.

Een variant hierop oefenden we uitgebreid op onze leuke puppytraining. Hoe eerder je hiermee begint, hoe beter. Die gaat als volgt: Zo gauw er spanning op de riem komt, verander je van richting en loop je de tegengestelde kant op. Dit moet je met ijzingwekkende consequentheid herhalen. De hondentrainster waarschuwde ons: als je een keer haast hebt en je staat het trekken toch toe, met misschien in gedachten een keertje is niet zo erg, dan is al het voorgaande werk voor niets geweest. Een hond is namelijk een opportunist en als hij het idee krijgt dat trekken de moeite waard zou kunnen zijn, omdat je er soms wel en soms aan toe geeft, dan zal hij het iedere keer proberen. Trekken moet nooit iets opleveren. Als Bommel met me mee loopt zonder spanning op de riem, krijgt hij een snoepje. Trekken brengt hem niet waar hij wil. Gewoon meelopen levert iets op. Zo zou ik dan de leiding over Bommel ‘s loopgedrag krijgen, maar ik heb nog een lange weg te gaan.

Wandelen met Bommel doet een beetje denken aan het kinderliedje Naar voren, naar achter, van links naar rechts. Laatst passeerde ik een tuin waar een buurman na gedane arbeid lekker zat te rusten.

Ik: “Goedenavond, buurman.”
Buurman: “Ook goedenavond.”

Verder lopend wordt ik door gemeentegroen aan het oog van buurman onttrokken en op dat moment zet Bommel de vaart erin naar een poes verderop. Ik keer van richting en passeer, in de achteruitversnelling, opnieuw de rustende buurman.

Buurman: “Hé, daar hebben we buurman weer.”
Ik: “Nogmaals goedenavond.”

Bommel kijkt me aan en ik geef hem een aai.
Wij gaan weer vooruit, maar wat mij betreft iets te veel in volle vaart, want terwijl de poes de struiken in is gedoken heeft vervolgens een voorbij fietsend jongetje de aandacht van Bommel. Ik verander andermaal van richting en wij lopen achterstevoren op nieuw het blikveld van buurman / observator binnen.

Buurman: “Had ik U al eens eerder gezien?”
Ik: En ik kan U niet garanderen, dat dit de laatste keer zal zijn.”
Buurman: “Wellicht tot ziens.”
Ik: “U insgelijks.”

Bommel kijkt me aan en ik geef hem een aai over zijn rug.
Wij gaan weer vooruit, maar ondertussen heeft de poes van daarnet plagerig midden op de weg plaats genomen met alle accelereerde effecten op Bommel van dien.
Ten vierden male passeren wij achterwaarts de buurman.

“Ik zeg niks meer,” bromt deze.

Na verloop van tijd merk je dat deze methode wel degelijk gaat werken. Het is een manier die zijn effectiviteit in de praktijk heeft bewezen. Maar voorlopig voel ik mij wel een medewerker van Het Ministerie voor Rare Loopjes.



Lassie come home

Honden Posted on Fri, May 31, 2019 16:01:20

Aanleiding
Als wij dertien jaar geleden onze eerste gezinshond aanschaffen kan ik niet bevroeden hoe diep de band is die kan ontstaan tussen hond en gezin. Een half jaar na het overlijden van Doris heeft Bommel zijn intrede gedaan in ons huis en nu sta ik daar anders in. Ik help de hond opvoeden met die bijzondere symbiose in gedachten. Onder andere door lezen in de overweldigende literatuur, die over honden is geschreven, verdiep ik me in dit boeiende onderwerp.


In de jaren zestig is de hond Lassie, met name door de televisieserie, razend populair. Het oorspronkelijke boek, Lassie come home van de Engels Amerikaanse schrijver Eric Knight waar de serie een afgeleide van is, heb ik eerder nooit gelezen. Enkele weken geleden vind ik het tijd worden daar verandering in te brengen. Bij de plaatselijke bibliotheek is het niet zo maar te krijgen. Het moet gereserveerd worden en als ik het na enkele dagen kan ophalen zie ik dat het uit de provinciale bibliotheek in Arnhem komt. Deze uitgave van de Disney boekenclub uit 1985 wordt blijkbaar niet meer vaak uitgeleend.

Dat is jammer, want het is een hartverwarmend verhaal over de loyaliteit van een hond aan zijn familie. Het boek is sinds 1940 uitgebracht in tal van verschillende talen en edities.

Eric Knight vertelt ons een verhaal over vriendschap, loyaliteit en grote liefde tussen hond en mens. De jongen Joe is zoon van een mijnwerker en de collie Lassie is zijn beste vriend. Als het even kan spelen ze samen, maar hun geluk wordt hard verstoord als Lassie moet worden verkocht.

Het verdriet van de jongen wordt versterkt door de gebrekkige verbale communicatie van zijn ouders. Zij voelen de zelfde pijn als de jongen, maar willen daar niet voor uit komen. Zij proberen steeds het probleem van het verlies van de hond te rationaliseren door te zeggen dat ze het geld nu eenmaal hard nodig hebben. Dat is ook wel zo, maar daar wordt de pijn van de jongen niet minder van. Die stugge ouderlijke communicatie is knap met het verhaal verweven. Overigens is de non-verbale communicatie van vader met de hond van een veel hoger niveau.

Lassie en Joe kunnen zich niet met de scheiding verenigen en er begint meteen een gevecht om zich weer te herenigen. Hun wapens en winnende factoren in die strijd zijn loyaliteit, moed, doorzettingsvermogen, trouw en een enorme hoeveelheid liefde.

Samenvatting
In het Engelse Yorkshire County, in het dorp Greenall Bridge, woont het mijnwerkersgezin van Sam Butt (Sam Carraclough), dat bestaat uit vader, moeder en zoon Joe. (In de oorspronkelijke versie heet vader Sam Carraclough, maar in de vertaling die ik gelezen heb heet hij Sam Butt). Joe besteedt al zijn vrije tijd aan het spelen met zijn hond, een collie die Lassie heet. Ze worden onafscheidelijk en Lassie wacht elke dag om vier uur ’s middags voor school op Joe zodat ze met hem naar huis kan lopen. Hun vriendschap is sterk en onbreekbaar.

Door de crisis raakt Sam zijn werk in de mijn kwijt en moet het gezin leven van een uitkering. Het is armoetroef en vader voelt zich gedwongen om Lassie te verkopen aan de oude en rijke graaf van Rudling. De graaf wordt neergezet als een vlerk van een edelman, die iedereen afsnauwt en eigenlijk alleen een min of meer menselijk contact heeft met zijn kleindochter Priscilla. Hondenoppasser Hynes krijgt opdracht om goed voor de Lassie te zorgen. De graaf wil met Lassie naar tentoonstellingen.

Lassie kan zich niet aanpassen aan haar nieuwe leven in een kennel. Ze blijft verdrietig en begint eten te weigeren. De drang om terug te keren naar haar oude huis wordt enorm, met name om vier uur ’s middags als ze gewend is Joe op te halen uit school. Ze maakt van de eerste gelegenheid gebruik om weg te lopen. Joe is vol vreugde als hij bij het uitgaan van de school Lassie weer ziet. Joe neemt Lassie mee naar huis, maar zijn ouders proberen hem aan het verstand te brengen dat dit niet kan. Ze hebben immers veel geld gekregen voor de hond en kunnen daardoor de hond niet houden. De als miezerige kerel neergezet hondenoppasser Hynes weet precies waar hij zijn moet als hij de hond aan het zoeken is, en neemt Lassie weer mee terug naar de kennel van de graaf.

Lassie blijft ongelukkig en blijft weglopen. Akelige Hynes neemt steeds drastischer maatregelen om Lassie op het landgoed te houden. Hij verhoogt het hek een aantal malen, maar Lassie springt over de hindernis heen en rent weer weg, terug naar Joe. Joe besluit om met Lassie van huis weg te lopen, dus gaan ze naar een nabijgelegen schuilplek, maar vader vindt hen snel en geeft Joe een uitbrander. Joe moet terug naar huis en Lassie gaat terug naar het landgoed van de grove graaf Rudland.

Op een dag vertelt vader Joe over de beslissing van de graaf om Lassie mee te nemen naar zijn landgoed in Schotland. Ook hier gedijt Lassie niet. Minkukel Hynes bindt haar vast om te voorkomen dat ze vlucht. Priscilla en haar grootvader worden hier erg boos over en geven Hynes de opdracht om elke dag met Lassie te gaan wandelen. Op zo’n wandeling maakt Lassie van de gelegenheid gebruik om weg te rennen. Zij weet met haar instinct feilloos de juiste richting naar huis op te gaan.

Op weg naar huis beleeft ze gevaarlijke avonturen. Ze redt zichzelf van een groot onweer door zich te verstoppen in een grot. Na vier dagen raakt ze uitgeput van de honger, waardoor ze haar oerinstinct van de jacht weer tot ontwikkeling moet brengen. Een passerende wezel heeft pech. Het dode konijn dat hij bij zich heeft verwisselt van eigenaar en Lassie heeft weer iets te smikkelen.

In de streek die Lassie passeert is onrust over hondsdolheid en zwerfhonden moeten worden gevangen. Twee hondenmeppers nemen Lassie beet en zij raakt gewond. Een van de leuke kanten van het boek is dat de schrijver van ieder deel-avontuur gebruikmaakt om aardige karakters en scenes neer te zetten. Veel hoofdstukken zouden ook als kort verhaal kunnen worden gepubliceerd. Zo komt ze bij een ontsnappingspoging terecht in een rechtszaal waar de rechter, als gevolg van het tumult dat dit veroorzaakt, zich gedwongen voelt de zaak te verdagen.

Ze slaagt er opnieuw in te ontsnappen en vindt haar weg naar de rivier, die een natuurlijke grens tussen Engeland en Schotland vormt. Ze steekt de rivier met succes over, maar na enige tijd stort ze in, uitgeput en zwak. Een ouder echtpaar, Daniel en Dally Fadden, vindt haar. Dit echtpaar wordt door de schrijver neergezet met veel begrip voor de kommervolle omstandigheden waaronder een groot deel van het volk leeft in de jaren dertig. Daniel en Dally hebben hun zoon verloren, toen die als soldaat sneuvelde in de eerste wereldoorlog. Ze moeten leven van een karig pensioentje in een klein afgelegen huisje. Ondanks hun beperkte middelen nemen ze Lassie mee naar hun huis en bieden haar onderdak en eten. Ze besluiten haar te adopteren. Met name de vrouw is erg in haar nopjes met Lassie. Ook al voelt Lassie zich dankbaar, de allesoverheersende drang om terug te gaan naar haar geboortegrond zorgt er voor dat ze steeds krabt aan de deur en onrustig heen en weer loopt. Uiteindelijk begrijpt Dally deze signalen en laat haar gaan.

Een mooi verhaal is ook Lassie’s verblijf bij de marskramer Rowley Palmer. Als Lassie weer op weg is, trekt ze een tijdlang met hem op. Rowley handelt in potten en organiseert circusvoorstellinkjes met zijn eigen hondje. Omdat ook hij op weg is naar het zuiden is het voordelig voor Lassie zich bij hem aan te sluiten, want Rowley geeft hem te eten. Enkele meters achter de woonwagen sjokt Lassie mee. De bijzondere reisgenoten worden overvallen door twee zwervers en het hondje van Rowley komt om bij het gevecht dat ontstaat. Lassie ontpopt zich tot felle vechthond en de bandieten slaan, bloedend uit hun wonden, op de vlucht

Lassie redt dus Rowley, maar wil toch niet bij hem blijven. Op een kruispunt van wegen geeft hij aan naar het Zuiden te willen gaan.

Dan komt de winter en alles wordt bedekt met sneeuw. De uitgeputte Lassie krijgt longontsteking maar slaagt er op de een of andere manier in om voor Joe’s school aan te komen. Lassie is uiteindelijk terug thuis na een reis van duizenden kilometers. Ze is meer dood dan levend. Een bonk van een werkeloze mijnwerker helpt Joe om Lassie naar huis te brengen.

De hele familie is blij dat ze terug is. Lassie’s gezondheid herstelt snel. De vreugde wordt getemperd door de vrees dat de graaf Lassie weer zal opeisen. Gelukkig is er een oplossing. De graaf wil inderdaad Lassie terug, maar hij neemt ook Joe’s vader in dienst als hondenoppasser. Hij blijkt uiteindelijk zo verstandig te zijn geweest zich van Hynes te ontdoen.

Het gezin mag zelfs op het terrein van de graaf komen wonen. Zo vindt het verhaal een hartverwarmend einde te midden van de bittere kou van het winterse Yorkshire County.



Next »