Blog Image

KLEINSCHEEPS

Spannend wandelen (2)

Honden Posted on Mon, May 25, 2020 07:56:08

Van het Total station aan de Weg naar Eme naar de stoplichten aan de Den Elterweg liggen fietspad en voetpad broederlijk naast elkaar. Bommel en ik maken in deze tijden van Corona afwisselend van beide gebruik. Ik dicht mezelf het talent toe al van enige afstand te kunnen waarnemen of een tegenligger tot gepaste afstand bereid is. Als ik gebrek aan distantie vermoed, gaan wij aan de linkerkant van het fietspad lopen. Dat is wel altijd even uitkijken, want het kan soms druk zijn met fietsers, waarvan sommigen mij aankijken met een blik van “Wat moet jíj nou, er ligt toch ook een voetpad?”

Voor Bommel is het allemaal geen enkel probleem. Hij gaat gewoon mee. Tussen fietspad en autoweg ligt een brede berm. Aan mijn linkerkant begeleid ik hem door een stuk wilde natuur dat bestaat uit klaprozen, grassen, kruiden, eikenbomen en eikeltjes in verschillende stadia van ontbinding. Hij snuffelt er vrolijk op los met zijn mobiele onderzoekslaboratorium dat zijn enorme neus is. Als de persoon, die ik ontweken heb, is gepasseerd zoeken wij het voetpad weer op. Bommel vervolgt zijn biologische analyses in de rechterberm van het voetpad. Wat heb ik toch een flexibele hond. Zo nu en dan kraakt hij een eikeltje, een welkome aanvulling op zijn van huiswege verstrekte maaltijden.

Vlakbij is het ziekenhuis en verderop de oprit naar de Cortenoeverse brug. Er rijdt nogal eens een ambulance, een politieauto of soms zelfs een brandweerwagen met sirene. Daar moet Bommel niets van hebben. Het geluid is hem veel te verontrustend. Iedere eerste maandag van de maand beleef ik zijn verzet ook als de BB sirenes worden getest. Hij kijkt mij hulpeloos aan en laat zijn oogwit zien. Dat laatste is bij een hond een teken van opkomende boosheid. Hij blaft een paar keer nijdig en laat vervolgens een langdurig wolvengehuil horen. Hij kijkt passerende auto’s met sirene ongemakkelijk na. Het is echt aangrijpend om toe zien hoe ongemakkelijk hij zich voelt. Gemeente wagentjes met zwaailicht jagen hem ook schrik aan, maar sirenes zijn erger. Het geluid  gaat hem kennelijk door merg en been. Soms worden we ingehaald door een van het bureau komende politieauto met sirene, die vervolgens een stukje Den Elterweg neemt en dan de aanrijroute naar de Cortenoeverse brug op gaat. Dat betekent dat wij geruime tijd van het waarschuwingsgeluid mogen genieten. Bommel weet dan van geen ophouden. Ik stop meestal met wandelen, aai maar eens over zijn bol en spreek hem kalmerend toe.

“Je kan me wat,” lijkt hij te denken. “Ik vind er gewoon niks aan. Oe-oe-oe-oe-oe-oe-oe-oe.”

Maar meestal zijn er gelukkig geen sirenes.

Bij het stoplicht nemen wij het voetpad achterlangs de tennisbanen langs. Ook daar biedt een fietspad uitwijkmogelijkheden. Tussen beide paden ligt heerlijk veel groen. Ik heb het grote geluk in de zuidwijken van Zutphen te wonen, waar de bestuurders bij de planning vijftig jaar geleden kwistig met gemeentegroen zijn geweest. Toch hebben Bommel en ik ook in dit gebied het zelfde beleid. Vermoeden wij een non-distant persoon, dan steken wij naar het fietspad over. Soms banjeren wij daarvoor wel tien meter door het hoge gras van de brede tussenberm. Eenmaal op het fietspad is het uitkijken geblazen. Luid schreeuwende echte kerels in de kekke strakke pakjes van een fietssportclub kunnen plotseling voorbij razen. Wij zorgen er dan voor op tijd van het asfalt af te zijn. Wij willen nog langer blijven wandelen. Maar onderschat geëlektrificeerde seniorwielrijders niet. Sommigen lijken naar een snelheid te streven die in de buurt van hun leeftijd ligt. Nou ja grapje, maar te hard gaan ze wel. Is het voetpad weer leeg, voor zover te overzien, dan keren wij naar de veiligheid van het wandeldomein terug. Dit was mijn tweede verhaaltje over mijn dagelijkse vijf kilometer met Bommel en we zijn ongeveer een kilometer opgeschoten.



Spannend wandelen (1)

Honden Posted on Sat, May 23, 2020 06:50:05

Vrolijk ongeduldig kwispelstaartend staat Bommel ’s ochtends om negen uur bij de deur te wachten.

“Wanneer gaan we nou?” zegt hij zonder woorden.

Het is tijd voor ons dagelijkse rondje IJsseldijk.

Om te voorkomen dat ik de voordeur word uitgetrokken en het einde van de straat bereik in een door Bommel bepaalde snelheid, die veel hoger ligt dan de snelheid die ik aangenaam vind,  volg ik altijd een vast ritueel.

“Eerst je BH aan, Bommel,” zeg ik.

Zijn BH is een BorstHalsband, een tuigje, dat niet alleen om de hals gaat, maar ook om de borst. Alleen maar een halsband lijkt mij hachelijk bij  zo’n sterke hond. Als een kat ons pad kruist, kan hij ineens zo vooruit springen. Nekwervelondermijning als mede luchtpijpverwringing kunnen dan zo maar optreden.

Hij moet er eerst in stappen, zodat het opgehesen kan worden. Bommel heeft het er niet op. Ik leg het tuigje op de vloer en zeg:

“Stap er maar in.”

De flaporen recht omlaag wijzend kijkt hij naar de rode lus voor hem met een mengsel van verbazing en verzet. Ik pak zijn voorpoten en plaats ze in de lus, hetgeen hij zonder morren toelaat.

“Zo doen we dat,” zeg ik.

Als het tuigje dicht geklikt is, wuift hij mij vrolijk met de staart koelte toe. Dat zit wel goed, denk ik dan maar. Na het vastmaken van de riem hang ik het handvat aan de dichtstbijzijnde deurkrik.

“Zit,” zeg ik tegen Bommel en gedwee voert hij dat uit.

Het punt is, dat ik mijn jas ook nog aan moet. Pin ik Bommel niet vast op zijn plaats, dan begint hij uit puur enthousiasme over de aanstaande wandeling als een malloot rondjes om mij heen te draaien, zo snel dat ik er duizelig van word.

Als we allebei volledig in gereedheid zijn, open ik de voordeur. Een half jaar geleden spoot hij dan het pleintje op, met mij in vliegende vaart er achter aan. Dat heb ik hem kunnen afleren. Hij stapt nog steeds als eerste naar buiten, maar dan komt hij weer terug en gaat hij achter mij lopen. De spanning is er helemaal uit.

We lopen de straat op en meestal is er dan wel een buurman of buurvrouw die hij wil laten merken hem of haar de leukste buur van de wereld te vinden. Mijn buurt kent veel straatleven en daar geniet Bommel iedere keer weer van.

“Ha die Bommel,” groet menigeen.

Na het verlaten van het huis, heeft Bommel geruime tijd last van BOS, het BegroetingsOverdrijvingsSyndroom. Er zijn weinig mensen en dieren, waar hij niet door gaat accelereren. Op de hondengedrag training heb ik daar het volgende voor geleerd. Zo gauw Bommel persé een bepaalde kant op wil en daarvoor snelheid meerdert, keer ik onmiddellijk om en wandel ik in de tegenovergestelde richting. Het resultaat is, dat hij leert dat het op die manier nimmer lukt. Daar heb ik meen ik al een keer eerder over geschreven. Tegenwoordig is het nog vooral nodig in de eerste tweehonderd meter van onze wandeling. Eigenlijk gaat het daarna meestal goed. Maar die eerste tweehonderd meter blijft eigenlijk nog steeds een komische act voor heer en hond. Tegen de tijd dat wij er het heen en weer van krijgen, geraken we in het goede stramien. Wij kuieren het woonerf over in de richting van een zandpaadje waarlangs wij het fietspad van de Weg naar Eme bereiken. Na het benzinestation ligt er naast het fietspad een voetpad. Wij nemen er de tijd voor, want Bommel checkt snuffelend zijn honden WhatsApp die verspreid ligt over graspollen, lantaarnpalen, bosjes, struikjes, afijn alles waar een klein plasje tegen aan kan.

Ik probeer, zo veel als het maar mogelijk is, te voorkomen dat Bommel op het woonerf zelf aan het WhatsAppen slaat. Menigeen zal er niet van gediend zijn dat Bommel wat sap tegen schutting, tulpenbosje of ligusterheg sprenkelt. Mijn goede relaties in de buurt gaan voor Bommels berichtenverkeer.

Afijn, na een kwartier lopen wij langs de Weg naar Eme en dan moet de eigenlijke wandeling nog beginnen. Daarover een volgende keer.



Duinhotel Burgh Haamstede

Honden, Schouwen-Duiveland Posted on Wed, September 11, 2019 12:30:17

Hieronder een stukje dat ik schreef naar aanleiding van een bezoek aan Het Duinhotel Burgh Haamstede in 2017. Wij overnachtten met een midweek arrangement in het gezelschap van – toen nog – ons hondje Doris. 

Als wij de benzinepomp bij Serooskerke gepasseerd zijn, controleren wij altijd even of op de dijk in de verte de Plompe Toren er nog staat. Hij heeft ons nog nooit in de steek gelaten. Trouw houdt hij in weer en wind de wacht over het verdwenen dorp Koudekerke.

Eigenlijk is de autorit vanaf hier naar het zweefvliegveld het mooiste gedeelte van onze midweek in Het Duinhotel, want alles moet nog beginnen.

Duinhotel Burgh Haamstede

Na de incheck bij de vriendelijke receptie brengen wij onze spullen naar de ruime kamer en ondernemen dan bij voorkeur direct, met ons hondje, onze eerste wandeling in het omringende natuurgebied. Het weidse uitzicht vanaf het hotel over het zweefvliegveld vraagt ons eropuit te trekken.

Onze eerste wandeling gaat steevast naar het Westen, langs de rand van het zweefvliegveld dat eigenlijk een soort van landschapspark is. Soms lopen we met de Zon aan onze linkerzijde, soms kleurt de avondhemel al rood als we op weg gaan. In de winter heerst de stilte over het reusachtige veld, in de zomer wordt verderop aan een lier zo nu en dan een zweefvliegtuig omhoog getrokken.

Aan het eind van het veld doorkruist het zandpad een gebied met ruige weilanden waarin oerrunderen tussen de struiken hun kostje bij elkaar scharrelen. Tuinen om jaloers op te zijn en bosjes duinvegetatie wisselen elkaar af. Het leidt ons uiteindelijk naar een stenen pad de duinen op. Als we over onze rechterschouder kijken zien we in de verte de vuurtoren, die we iedere keer wel zouden willen fotograferen, want het licht is steeds anders. De Vuurtoren van Schouwen is de vuurtoren die op het laatste biljet van 250 gulden staat afgebeeld. Het is echt een klassieke vuurtoren zoals je je een vuurtoren voorstelt. Hij werd gebouwd in 1837 en is samen met die van Ameland de hoogste van Nederland. Toen onze kinderen nog jong waren had mijn tweede dochter bij een van onze bezoeken aan dit gebied haar zinnen gezet op een legpuzzel van deze vuurtoren. Ze heeft hem indertijd twee keer gelegd en daarna hebben de stukjes in een doos liggen wachten op hergebruik. Op een regenachtige vakantiedag in 2016 heeft ze de puzzel opnieuw gemaakt en tot mijn grote vreugde dit jaar weer. Van internet kon ik een scan van een 250 gulden biljet downloaden die tot op posterformaat kon worden afgedrukt. Ik heb de afmetingen bescheiden gehouden en de vuurtoren hangt nu te pronken aan een muur in ons huis.  

Wat mij betreft het mooiste Nederlandse bankbiljet

Wij wandelen voort. Dan, bijna bovenop het duin, zien we door een laagte de zee. De zee trekt zo, dat hij iedere keer alle beslommeringen doet vergeten. Nog een paar stappen en we kijken uit over duin, hemel, strand en zee. Het gekke is dat dat ook weer iedere keer anders is. Wind en water werken het zeelandschap voortdurend om en ook hier is het licht iedere keer anders. En dan die wolken! Het verveelt nooit.

Wij slaan af in noordelijke richting tot aan het eerste strandpaviljoen waar we, als het even kan, iets drinken. Dan gaan we een van de duinpaden weer op langs een schitterend natuurgebied, de Verklikkerduinen. Deze duinen ontlenen hun naam aan een waarschuwingslicht voor de scheepvaart dat er stond opgesteld, de zogenaamde verklikker. De volgende geleerdheid heb ik van de site van het VVV. 

Paraboolduinen – Math is everywhere 😍

De Verklikkerduinen zijn “jonge“ duinen. In de middeleeuwen werd zand van bestaande duinen landinwaarts geblazen, zo ontstonden halfrond lopende duinen, de zogeheten paraboolduinen. De wind blies het zand tot aan het grondwater weg waardoor er natte duinvalleien vol bloemen ontstonden. 
Er zijn drie, goed onderhouden, natte duinvalleien; de buitenverklikker, de binnenverklikker en het konijnencircus.
De vorming van nieuwe jonge duinen houdt nog steeds aan en de valleien zijn nog steeds nat. Deze duinen zijn vooral rijk aan bloemen en zeldzame planten zoals het groenknolorchis met haar groene bloemen, de wit bloeiende parnassia en het lilabloeiende duizendguldenkruid. 
De vallei is erg gewild bij de konijnen, de salamanders en de libellen. 
Het konijnencircus is de bijnaam voor één van de valleien waarop de konijnen vroeger nog talrijker aanwezig waren. De ronde vorm doet denken aan een circuspiste en dit is een plek waar je deze diertjes nog steeds kunt aantreffen.


Het natuurgebied is afgesloten voor publiek. Je mag er alleen maar naar kijken, maar erin komen niet. We lopen het duin uit tot we bij de Torenweg zijn die ons terug leidt naar het Duinhotel. 

Omdat we een hondje bij ons hebben, eten we altijd op de hotelkamer en dat is voor het servicegerichte personeel geen enkel probleem.

Als het vroeg donker is, blijven we ‘s avonds in het gezellige hotel en bij zomerdag trekken we er na het eten nog op uit. 

Sommigen van onze collega’s gaan skeeleren in Amerika en anderen lopen de marathon van Sydney. Je hebt mensen die pas tevreden zijn als de kilometerteller van hun auto er in één vakantie tienduizend bij gedraaid heeft. Je kunt het zoeken in Voor-Azië of in Zuid-Soedan.

Maar wij vinden het gewoon hier: Burgh Haamstede.



Je verzint het niet

Honden Posted on Wed, September 11, 2019 08:42:08

’s Avonds rond tien uur is het uit met de pret, 

want dan gaat ons hondje Bommel naar zijn bed

Bommels bed is de bench in de slaapkamer. Wij houden niet van opsluiten, maar voorlopig gaat ’s nachts het deurtje van de bench wel  dicht. Bommels jeugdige onstuimigheid is van dien aard dat er anders voor ons van slapen ’s nachts niet veel terecht zou komen. Als hij vrij zou mogen rondlopen zou hij, zo gauw wij liggen, boven op ons springen. Boven op ons … zwiepend met zijn staartje en met een opgeruimde blik in de ogen, zo van: de komende uren ga ik stampen, hijgen, blaffen, bijten, rollen, dollen, rennen, draaien, scheten, springen, keren, lopen, dansen, vallen en weer opstaan. Dat verdraagt een ouder wordend echtpaar meestal wel overdag, maar zeker niet ’s nachts.

Ons vorig hondje Doris was na verloop van tijd zo volwassen dat ze rustig, zonder bench, op haar plaatsje ging liggen en lekker sliep tot de volgende ochtend. Wel kwam ze ’s nachts soms even controleren hoe het met ons ging. Als ik even wakker was gaf ik haar dan een aai over de bol en dan ging ze weer op haar kussen liggen. Slechts één keer had ik een bedenkelijke ervaring: ik werd wakker met de punt van een hondenneus tegen mijn mond aan, die waarschijnlijk open heeft gestaan, hetgeen Doris als een uitnodiging tot nader onderzoek heeft ervaren.

Terug naar Bommel. Maandagavond schoot hij vlak voor dat hij de bench in ging onder een stoel en kwam met twee sokjes in de bek er weer onder vandaan. Iets soortgelijks is al vaker gebeurd. Wij zijn met dit bedenkelijke verschijnsel min of meer vertrouwd. Onze vorige hond was ook een sokkenfetisjist en Bommel heeft in zijn korte leven al een waar talent ontwikkeld om bliksemsnel dit obscure object de desire te pakken te krijgen. 

Als Bommel iets echt wil, is hij eigenlijk altijd sneller dan wij. Wij lopen achter de feiten aan. Wel lukt het ons eigenlijk altijd om de sok of sokken weer uit de bek terug te toveren. Deze keer was Bommels behoudzucht groter dan onze toverkracht. Met een paar ferme slikbewegingen verdween het sokkenpaar in zijn slokdarm. 

Daar hadden wij niet van terug. Een slokje op, dat kennen wij, maar een sokje … Wij wisten niet wat te doen. Wij vroegen ons af of katoenen sokken zouden oplossen in hondenmaagzuur. Het maagzuur van Bommel moet wel van een vreselijke kwaliteit zijn, gezien de bedenkelijke zaken die regelmatig naar binnen gaan tijdens wandelingen in de buurt, door bos en door veld. Wij vroegen ons af of sokken voor maagpijn zouden gaan zorgen. Wij vroegen ons van alles af en wij wisten de antwoorden niet. Hondenmagen zijn sterk. Wij besloten maar af te wachten.

De volgende ochtend heb ik onze leuke dierenarts gebeld. Zij bood ons de volgende opties:

– Niets doen met de kans dat de sokken, of delen daarvan, van de maag naar de darmen zouden verhuizen. Dat laatste was misschien al gebeurd. Opstoppingen kunnen dan ontstaan, met een operatie als noodzakelijke consequentie.

– Bommel laten braken. Het beste is het om dat binnen anderhalf uur na inslikken te laten plaatsvinden, vóór doorverhuizing van de sokken naar de darmen. Maar ja, dat was niet gebeurd. Toch … wellicht dat de sokken de maag als semipermanent domicilie hadden gekozen en kon de anti-peristaltische beweging de oplossing zijn.

Voor mijn geestesoog doemde een scenario op waarin ik Bommel in huiselijke sfeer tot braken zou moeten bewegen door vinger in de keel of iets van dien aard, maar de dokter stelde me gerust. Daar waren tegenwoordig geciviliseerde methodes voor bedacht.

Bommel en ik spoedden ons naar de praktijk alwaar een spuitje in de nek het proces inleidde. Na enkele minuten zakte hij, in een voor ons speciaal gereed gemaakt kamertje, door de poten met een Hare Krishna blik in de ogen. Keurig wezen zijn vier lange stelten ieder een windrichting aan. Na enige innerlijke opstuwingen floepte de eerste sok er uit in een bedje van hondenbrokkenbraaksel. Deze keer was ik er supersnel bij om Bommel terug te trekken, want ik weet dat meneer het zonde vindt om etensresten weg te gooien. De vriendelijke stagiaire heeft behulpzaam de sok onder de kraan afgespoeld. Bommel was in een gulle bui en al snel kwam de tweede sok er achter aan, soortgelijk omhuld in een maaltijdsaus als de eerste. De dierenarts die even kwam kijken en de stagiaire en de assistente en ik putten ons uit in het geven van complimenten die door Bommel enigszins groggy werden ontvangen.

De dokter gaf een spuit om de werking van de eerste spuit te neutraliseren zodat Bommel weer mocht ophouden met braken. Dat was wel zo fijn. Op een lekker zacht kussentje mocht onze jonge vriend tot zich zelf komen na een bijzonder avontuur. De sokjes kreeg ik mee in een plastic draagtas voor in het Bommelmuseum, na wassing natuurlijk. 

Eenmaal weer thuis sjokte Bommel naar zijn mand om op zijn avonturen te reflecteren. Tegen twaalven liep hij naar zijn etensbak, waar vandaan hij me met een doordringende, niet mis te verstane, blik fixeerde. Op advies van onze leuke dierenarts heb ik hem eerst maar eens een klein hapje gegeven. In de loop van de middag volgden nog vele kleine hapjes, want op een lege maag kun je niet … stampen, hijgen, blaffen, bijten, rollen, dollen, rennen, draaien, scheten, springen, keren, lopen, dansen, vallen en weer opstaan.



Medewerker van Het Ministerie voor Rare Loopjes

Honden Posted on Wed, June 26, 2019 15:39:44

Ooit dichtte Annie M.G. Schmidt voor de serie Ja zuster, Nee zuster:

Elisa had een hond,
Die ze uit moest laten
Ze liep met hem een singeltje rond
Hij trok haar door de straten
Elisa had hem aan de lijn
De hond was groot en zij was klein

En Bello trok haar mee, hij holde door de laan
Bello, Bello, Bello, niet zo trekken asjeblieft
Bello, Bello, Bello, blijf toch staan

Zou de schrijfster niet echt een liefhebster van honden zijn geweest? Eén van de laatste regels van het lied is immers: Dat heb je met zo’n hond, jajaja, zo’n hond is niks gedaan, neeneenee. Misschien heeft ze wel eens een hondje geprobeerd en is dat trekken aan de lijn haar behoorlijk tegen gevallen?

Bommel trekt aan de lijn, maar omdat hij nog maar een pup is, is dat nog niet zo hinderlijk. Het ziet er evenwel naar uit dat hij een sterke hond gaat worden en dan gaat het trekken natuurlijk steeds lastiger en vervelender worden.

Op de puppycursus krijgen we training om de hond af te leren aan de riem te trekken. In de literatuur was ik al de trekken = stoppen methode tegen gekomen. Zo gauw er spanning op de riem komt, sta je stil. De hond leert dat trekken aan de riem stilstand betekent, net als wanneer hij aan een paal vast gebonden zou staan. Je moet dan wachten tot de hond naar je kijkt. Die blik komt over het algemeen vanzelf, want de hond wil altijd graag weten wat de baas wil. De hond zal uit zichzelf vaak een stapje naar je toe doen. Je beloont dat vervolgens met een hondensnoepje.

Een variant hierop oefenden we uitgebreid op onze leuke puppytraining. Hoe eerder je hiermee begint, hoe beter. Die gaat als volgt: Zo gauw er spanning op de riem komt, verander je van richting en loop je de tegengestelde kant op. Dit moet je met ijzingwekkende consequentheid herhalen. De hondentrainster waarschuwde ons: als je een keer haast hebt en je staat het trekken toch toe, met misschien in gedachten een keertje is niet zo erg, dan is al het voorgaande werk voor niets geweest. Een hond is namelijk een opportunist en als hij het idee krijgt dat trekken de moeite waard zou kunnen zijn, omdat je er soms wel en soms aan toe geeft, dan zal hij het iedere keer proberen. Trekken moet nooit iets opleveren. Als Bommel met me mee loopt zonder spanning op de riem, krijgt hij een snoepje. Trekken brengt hem niet waar hij wil. Gewoon meelopen levert iets op. Zo zou ik dan de leiding over Bommel ‘s loopgedrag krijgen, maar ik heb nog een lange weg te gaan.

Wandelen met Bommel doet een beetje denken aan het kinderliedje Naar voren, naar achter, van links naar rechts. Laatst passeerde ik een tuin waar een buurman na gedane arbeid lekker zat te rusten.

Ik: “Goedenavond, buurman.”
Buurman: “Ook goedenavond.”

Verder lopend wordt ik door gemeentegroen aan het oog van buurman onttrokken en op dat moment zet Bommel de vaart erin naar een poes verderop. Ik keer van richting en passeer, in de achteruitversnelling, opnieuw de rustende buurman.

Buurman: “Hé, daar hebben we buurman weer.”
Ik: “Nogmaals goedenavond.”

Bommel kijkt me aan en ik geef hem een aai.
Wij gaan weer vooruit, maar wat mij betreft iets te veel in volle vaart, want terwijl de poes de struiken in is gedoken heeft vervolgens een voorbij fietsend jongetje de aandacht van Bommel. Ik verander andermaal van richting en wij lopen achterstevoren op nieuw het blikveld van buurman / observator binnen.

Buurman: “Had ik U al eens eerder gezien?”
Ik: En ik kan U niet garanderen, dat dit de laatste keer zal zijn.”
Buurman: “Wellicht tot ziens.”
Ik: “U insgelijks.”

Bommel kijkt me aan en ik geef hem een aai over zijn rug.
Wij gaan weer vooruit, maar ondertussen heeft de poes van daarnet plagerig midden op de weg plaats genomen met alle accelereerde effecten op Bommel van dien.
Ten vierden male passeren wij achterwaarts de buurman.

“Ik zeg niks meer,” bromt deze.

Na verloop van tijd merk je dat deze methode wel degelijk gaat werken. Het is een manier die zijn effectiviteit in de praktijk heeft bewezen. Maar voorlopig voel ik mij wel een medewerker van Het Ministerie voor Rare Loopjes.



Lassie come home

Honden Posted on Fri, May 31, 2019 16:01:20

Aanleiding
Als wij dertien jaar geleden onze eerste gezinshond aanschaffen kan ik niet bevroeden hoe diep de band is die kan ontstaan tussen hond en gezin. Een half jaar na het overlijden van Doris heeft Bommel zijn intrede gedaan in ons huis en nu sta ik daar anders in. Ik help de hond opvoeden met die bijzondere symbiose in gedachten. Onder andere door lezen in de overweldigende literatuur, die over honden is geschreven, verdiep ik me in dit boeiende onderwerp.


In de jaren zestig is de hond Lassie, met name door de televisieserie, razend populair. Het oorspronkelijke boek, Lassie come home van de Engels Amerikaanse schrijver Eric Knight waar de serie een afgeleide van is, heb ik eerder nooit gelezen. Enkele weken geleden vind ik het tijd worden daar verandering in te brengen. Bij de plaatselijke bibliotheek is het niet zo maar te krijgen. Het moet gereserveerd worden en als ik het na enkele dagen kan ophalen zie ik dat het uit de provinciale bibliotheek in Arnhem komt. Deze uitgave van de Disney boekenclub uit 1985 wordt blijkbaar niet meer vaak uitgeleend.

Dat is jammer, want het is een hartverwarmend verhaal over de loyaliteit van een hond aan zijn familie. Het boek is sinds 1940 uitgebracht in tal van verschillende talen en edities.

Eric Knight vertelt ons een verhaal over vriendschap, loyaliteit en grote liefde tussen hond en mens. De jongen Joe is zoon van een mijnwerker en de collie Lassie is zijn beste vriend. Als het even kan spelen ze samen, maar hun geluk wordt hard verstoord als Lassie moet worden verkocht.

Het verdriet van de jongen wordt versterkt door de gebrekkige verbale communicatie van zijn ouders. Zij voelen de zelfde pijn als de jongen, maar willen daar niet voor uit komen. Zij proberen steeds het probleem van het verlies van de hond te rationaliseren door te zeggen dat ze het geld nu eenmaal hard nodig hebben. Dat is ook wel zo, maar daar wordt de pijn van de jongen niet minder van. Die stugge ouderlijke communicatie is knap met het verhaal verweven. Overigens is de non-verbale communicatie van vader met de hond van een veel hoger niveau.

Lassie en Joe kunnen zich niet met de scheiding verenigen en er begint meteen een gevecht om zich weer te herenigen. Hun wapens en winnende factoren in die strijd zijn loyaliteit, moed, doorzettingsvermogen, trouw en een enorme hoeveelheid liefde.

Samenvatting
In het Engelse Yorkshire County, in het dorp Greenall Bridge, woont het mijnwerkersgezin van Sam Butt (Sam Carraclough), dat bestaat uit vader, moeder en zoon Joe. (In de oorspronkelijke versie heet vader Sam Carraclough, maar in de vertaling die ik gelezen heb heet hij Sam Butt). Joe besteedt al zijn vrije tijd aan het spelen met zijn hond, een collie die Lassie heet. Ze worden onafscheidelijk en Lassie wacht elke dag om vier uur ’s middags voor school op Joe zodat ze met hem naar huis kan lopen. Hun vriendschap is sterk en onbreekbaar.

Door de crisis raakt Sam zijn werk in de mijn kwijt en moet het gezin leven van een uitkering. Het is armoetroef en vader voelt zich gedwongen om Lassie te verkopen aan de oude en rijke graaf van Rudling. De graaf wordt neergezet als een vlerk van een edelman, die iedereen afsnauwt en eigenlijk alleen een min of meer menselijk contact heeft met zijn kleindochter Priscilla. Hondenoppasser Hynes krijgt opdracht om goed voor de Lassie te zorgen. De graaf wil met Lassie naar tentoonstellingen.

Lassie kan zich niet aanpassen aan haar nieuwe leven in een kennel. Ze blijft verdrietig en begint eten te weigeren. De drang om terug te keren naar haar oude huis wordt enorm, met name om vier uur ’s middags als ze gewend is Joe op te halen uit school. Ze maakt van de eerste gelegenheid gebruik om weg te lopen. Joe is vol vreugde als hij bij het uitgaan van de school Lassie weer ziet. Joe neemt Lassie mee naar huis, maar zijn ouders proberen hem aan het verstand te brengen dat dit niet kan. Ze hebben immers veel geld gekregen voor de hond en kunnen daardoor de hond niet houden. De als miezerige kerel neergezet hondenoppasser Hynes weet precies waar hij zijn moet als hij de hond aan het zoeken is, en neemt Lassie weer mee terug naar de kennel van de graaf.

Lassie blijft ongelukkig en blijft weglopen. Akelige Hynes neemt steeds drastischer maatregelen om Lassie op het landgoed te houden. Hij verhoogt het hek een aantal malen, maar Lassie springt over de hindernis heen en rent weer weg, terug naar Joe. Joe besluit om met Lassie van huis weg te lopen, dus gaan ze naar een nabijgelegen schuilplek, maar vader vindt hen snel en geeft Joe een uitbrander. Joe moet terug naar huis en Lassie gaat terug naar het landgoed van de grove graaf Rudland.

Op een dag vertelt vader Joe over de beslissing van de graaf om Lassie mee te nemen naar zijn landgoed in Schotland. Ook hier gedijt Lassie niet. Minkukel Hynes bindt haar vast om te voorkomen dat ze vlucht. Priscilla en haar grootvader worden hier erg boos over en geven Hynes de opdracht om elke dag met Lassie te gaan wandelen. Op zo’n wandeling maakt Lassie van de gelegenheid gebruik om weg te rennen. Zij weet met haar instinct feilloos de juiste richting naar huis op te gaan.

Op weg naar huis beleeft ze gevaarlijke avonturen. Ze redt zichzelf van een groot onweer door zich te verstoppen in een grot. Na vier dagen raakt ze uitgeput van de honger, waardoor ze haar oerinstinct van de jacht weer tot ontwikkeling moet brengen. Een passerende wezel heeft pech. Het dode konijn dat hij bij zich heeft verwisselt van eigenaar en Lassie heeft weer iets te smikkelen.

In de streek die Lassie passeert is onrust over hondsdolheid en zwerfhonden moeten worden gevangen. Twee hondenmeppers nemen Lassie beet en zij raakt gewond. Een van de leuke kanten van het boek is dat de schrijver van ieder deel-avontuur gebruikmaakt om aardige karakters en scenes neer te zetten. Veel hoofdstukken zouden ook als kort verhaal kunnen worden gepubliceerd. Zo komt ze bij een ontsnappingspoging terecht in een rechtszaal waar de rechter, als gevolg van het tumult dat dit veroorzaakt, zich gedwongen voelt de zaak te verdagen.

Ze slaagt er opnieuw in te ontsnappen en vindt haar weg naar de rivier, die een natuurlijke grens tussen Engeland en Schotland vormt. Ze steekt de rivier met succes over, maar na enige tijd stort ze in, uitgeput en zwak. Een ouder echtpaar, Daniel en Dally Fadden, vindt haar. Dit echtpaar wordt door de schrijver neergezet met veel begrip voor de kommervolle omstandigheden waaronder een groot deel van het volk leeft in de jaren dertig. Daniel en Dally hebben hun zoon verloren, toen die als soldaat sneuvelde in de eerste wereldoorlog. Ze moeten leven van een karig pensioentje in een klein afgelegen huisje. Ondanks hun beperkte middelen nemen ze Lassie mee naar hun huis en bieden haar onderdak en eten. Ze besluiten haar te adopteren. Met name de vrouw is erg in haar nopjes met Lassie. Ook al voelt Lassie zich dankbaar, de allesoverheersende drang om terug te gaan naar haar geboortegrond zorgt er voor dat ze steeds krabt aan de deur en onrustig heen en weer loopt. Uiteindelijk begrijpt Dally deze signalen en laat haar gaan.

Een mooi verhaal is ook Lassie’s verblijf bij de marskramer Rowley Palmer. Als Lassie weer op weg is, trekt ze een tijdlang met hem op. Rowley handelt in potten en organiseert circusvoorstellinkjes met zijn eigen hondje. Omdat ook hij op weg is naar het zuiden is het voordelig voor Lassie zich bij hem aan te sluiten, want Rowley geeft hem te eten. Enkele meters achter de woonwagen sjokt Lassie mee. De bijzondere reisgenoten worden overvallen door twee zwervers en het hondje van Rowley komt om bij het gevecht dat ontstaat. Lassie ontpopt zich tot felle vechthond en de bandieten slaan, bloedend uit hun wonden, op de vlucht

Lassie redt dus Rowley, maar wil toch niet bij hem blijven. Op een kruispunt van wegen geeft hij aan naar het Zuiden te willen gaan.

Dan komt de winter en alles wordt bedekt met sneeuw. De uitgeputte Lassie krijgt longontsteking maar slaagt er op de een of andere manier in om voor Joe’s school aan te komen. Lassie is uiteindelijk terug thuis na een reis van duizenden kilometers. Ze is meer dood dan levend. Een bonk van een werkeloze mijnwerker helpt Joe om Lassie naar huis te brengen.

De hele familie is blij dat ze terug is. Lassie’s gezondheid herstelt snel. De vreugde wordt getemperd door de vrees dat de graaf Lassie weer zal opeisen. Gelukkig is er een oplossing. De graaf wil inderdaad Lassie terug, maar hij neemt ook Joe’s vader in dienst als hondenoppasser. Hij blijkt uiteindelijk zo verstandig te zijn geweest zich van Hynes te ontdoen.

Het gezin mag zelfs op het terrein van de graaf komen wonen. Zo vindt het verhaal een hartverwarmend einde te midden van de bittere kou van het winterse Yorkshire County.



Wandelen

Honden Posted on Wed, May 15, 2019 09:05:20

Bommel heeft de hele dag door energie voor tien. Zijn leven bestaat uit één groot diepgaand onderzoek van de leefomgeving.

In de bench ligt een babydekentje ter verzachting van de bodem. Het is een degelijke deken van Aabe uit de jaren vijftig met zo’n officieel vignet erop genaaid. Ooit snurkte daaronder een babyboom-spruit en wij hebben bedacht dat nu Bommel wel van de kwaliteit ervan zou kunnen gaan genieten. Dat doet-i ook wel, maar hij heeft zo zijn eigen invulling van het begrip “genieten”. Overdag staat het deurtje open, en vrijelijk drentelt Bommel in en uit om het babydekentje eens stevig te laten merken wie de baas is, of zo. Regelmatig bespringt hij het in pastelkleuren geblokte geval en zet de tanden er stevig in. Dan schudt hij zijn kop wild heen en weer, ondertussen grommend dat hij het schapenproduct mores zal leren. Met name het etiket is hem een doorn in het oog. Toen hij door de kamer liep met een stuk van het vignet in de bek heb ik het maar van de deken af geknipt.

Overigens mag de deken nog van geluk spreken. Bommels favoriet bij het ontwikkelen van vechttechnieken is zonder twijfel een knuffel waarvan de maker bij het ontwerpen een verre neef of nicht in gedachten zou kunnen hebben gehad. Als ik zeg dat Bommel niet mals met zijn lappen neef of nicht omgaat druk ik mij voorzichtig uit. Met name de stompe staart blijk een lustobject voor een bijtgrage hondenbek. Grimmig zet Bommel keer op keer zijn gretige tandjes in het al zo vaak mishandelde stompje. “Ik bijt tot je piept,” lijkt hij te willen zeggen, maar dat gebeurt dus niet. De stoffen verre verwant blijft de hele tijd erbij kijken alsof hij zeggen wil: “Maar wat heb ik dan toch verkeerd gezegd?

De behoefte aan lichamelijke oefening is kennelijk zo groot, dat ik besluit tot het maken van een wandeling met iets meer uitdaging dan het gescharrel in de buurt waar we ons tot nu toe tot hebben beperkt. Leidraad voor mijn handelen is het boek Een hondenleven lang fysiek en mentaal in balans. Deze wegwijzer ben ik grondig aan het doorspitten. Ik lees onder andere dat over het algemeen de vijfminutenregel wordt gehanteerd. Dat betekent dat wandelingen gelijkmatig en rustig moet worden opgebouwd. Per maand dat Bommel oud is mag hij vijf minuten wandelen. Bommel mag dus tien minuten wandelen. Ik neem aan dat dat een gemiddelde is en driest besluit ik een kwartier te proberen.

Als wij vanochtend vroeg van huis gaan, blijkt het verlaten van de wijk al een dermate interessant avontuur te zijn dat ik gedwongen ben de snelheid tot bijna nul terug te brengen. Iedere vogel moet worden bekeken, iedere startende auto is reden voor het werpen van een bezorgde blik. Voorbijgangers worden meer dan hartelijk begroet. Tijdens het wandelen staat Bommel vooral stil, de omgeving in zich opnemend. Ik betrap me er op dat ik geneigd ben hem mee te lokken met lekkere voertjes, maar dat mag niet van de schrijfsters van het boek. Ik heb uit mijn leidraad geleerd, dat ik dan het verkeerde signaal geef: “Als ik ga zitten krijg ik een voertje”. Ik besluit Bommel op de arm te nemen en mee te voeren naar rustiger oorden. Als we op een derde deel van de wandeling zijn aangeland, begint er een rustig wandelpad met weinig afleiding uit de omgeving. Bommel dartelt opgeruimd naast me. Steeds als we enkele tientallen meters probleemloos gelopen hebben, geef ik een voertje, hetgeen enthousiast wordt aanvaard.

Dan komen we bij een weg waar veel verkeerslawaai is en Bommel duikt ineen van angst. Vanachter een graspol blikt hij verschrikt naar het voorbij razend blik. Hij wil niet meer. Ik neem hem op mijn linkerarm en met het kopje van Bommel in de richting van de gemotoriseerde medemens schrijden wij huiswaarts.

Eenmaal weer in de wijk zet ik hem op de grond, geef hem voertjes en complimenteer hem met zijn moed. Hoe dichter we bij huis komen, hoe beter het gaat. Steeds kijkt hij naar me op met een blik van “Leuk hè?”. Nou ja, hij bedoelt natuurlijk “Mag ik nog een brokje”, maar ik gun mezelf de illusie.



De Blije Doos

Honden Posted on Thu, May 09, 2019 14:07:47

Voorzien van het hondenpaspoort hebben we gisteren met Bommel het eerste bezoek gebracht aan onze dierenarts. Wij hebben een leuke dierenarts. Hij zou zo, als een soort James Harriot, de hoofdrol kunnen spelen in zo’n mooie Engelse serie.

Tijdens het consult wordt de tweede inenting gedaan, die moet plaatsvinden als de pup ongeveer 9 weken oud is. Verder doet de dokter algemeen onderzoek en concludeert dat we een goede hond hebben aangeschaft. Alles in de juiste proporties. Niet te hoog op de poten, geen te lange rug, geen afgezakte heupen, geen bizarre oren, geen naar binnen gegroeide neus waardoor de hond ademhalingsmoeilijkheden heeft, geen te kleine schedel met permanente hoofdpijn als gevolg. Niks van dat alles, gewoon: een hond zoals de natuur het bedoeld heeft.

De volgende inenting vindt over vier weken plaats en een week van te voren moeten we twee pilletjes tegen de wormen naar binnen zien te wurmen. Ik herinner me nog hoe verheugd Doris hierop reageerde maar niet heus en ik ben alvast begonnen met de mentale voorbereiding op deze uitdaging.

Terwijl ik dit schrijf ontwaakt Bommel uit een diepe slaap. Hij zet meteen een rariteitenprogramma in, waarvan het eerste nummer schoenveter lostrekkenheet. Ter afleiding doe ik enkele rondjes door de kamer met het leukste speeltje dat hij op dit moment heeft. De hondenflos, aan een voormalig springtouw vast gebonden, heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht op Bommel. Met zijn hondenverbeeldingskracht geeft hij het attribuut meerdere mogelijkheden. Er kan achtervolgd worden, er kan gevangen worden, er kan grommend een touwtrekwedstrijd tussen hond en baas mee worden uitgevochten en eenmaal gevangen vindt meestal stevige mishandeling van de prooi plaats. Omdat ik verder wil met schrijven werp ik Bommel een stukje pens toe en dat heeft gelukkig het gewenste resultaat. Het krachtig geurende (!) taaie weerbarstige materiaal biedt de provocatie waar mijn pup geen weerstand aan kan bieden. Grimmig wordt de pens vezel voor vezel los gescheurd en verorberd. Ik heb even rust.

De dierenarts geeft ons ook nog een doos mee, met cadeautjes en allerlei papieren erin, die naar zijn zeggen een soort honden-equivalent van de Blije Doos is. Ter informatie: Waar een baby geboren is, kan als cadeau een zogenaamde Blije Doos ontvangen worden. In menig gezin wordt dit koffertje vol speeltjes, folders en productenmonsters steevast hartelijk verwelkomd onder het motto “Dan is er hier in ieder geval één doos die blij is”.

De inhoud van de honden-blije-doos is echt heel interessant om door te nemen. Er zitten boekjes in over allerlei parasieten waar je alert op moet zijn, wormen en zo en vlooien en teken. Ter versterking van de bestrijdingsmotivatie staan plaatjes afgebeeld van allerlei kleine monstertjes die, als je niet uitkijkt, zich een weg dwars door je lichaam vreten. Maar ik kom ook leuke flyers tegen met adressen van hondenscholen voor het volgen van puppy-cursussen. Daar ga ik er zeker één van uitkiezen. Reaal is ook van de partij met een Spring-In-The-Air-Actie tot bevordering van het afsluiten van een honden-zorg-verzekering. Ik ben altijd een beetje huiverig voor nóg een verzekering, maar de term Spring-In-The-Air-Actie zal ik niet licht vergeten.

Er is voorlopig genoeg te doen!



Next »